De WTO doen ontsporen

October 2003

French original

Dat was sinds vele maanden het ordewoord van de in Cancún verzamelde "andersglobalistische" ngo's. Na de officiële aankondiging, door de Mexicaanse minister van Buitenlandse Zaken Derbez, van de mislukking, hebben wij onze vreugde luidkeels uitgezongen: "Money can't buy the world", op de melodie van een bekende Beatlessong.

Helaas, niettegenstaande deze overwinning, maakt het geld nog steeds kans om de wereld te kunnen kopen en moeten wij, krachten van de andersmondialisering, voldoende afstand kunnen nemen om onze doelstellingen voor de komende tijd uit te spellen.

Laten we beginnen met eerst klaar en duidelijk te stellen dat onze vreugde om het fiasco van Cancún terecht was. Het ontwerp van de eindverklaring weerspiegelde op geen enkele wijze de standpunten van minstens 90 ontwikkelingslanden, die nochtans niets onverlet lieten om hun stem te laten horen.

Voor miljoenen kleine Afrikaanse producenten was de paragraaf betreffende het katoen ronduit beledigend. Duidelijk gesneden op maat van de belangen der 25.000 Amerikaanse gesubsidieerde producenten (3 miljard dollar, zijnde een gemiddelde jaarlijkse toelage van 120.000 $ per exploitatie) moedigde hij een diversificatie van de productie aan (om wat te produceren? wortelen? tulpen?) en gebood hij verder geduld te oefenen tot een globaal akkoord over vezels, textiel en kleding ooit redding brengt. Wij hebben het toen gezegd en we herhalen het vandaag: liever geen akkoord dat een slecht akkoord!

Nog een reden voor onze blijdschap: het onstaan van de Groep van 21, geleid door China, India, Zuid-Afrika en vooral Brazilië, die stand gehouden heeft tov. De grote mogendheden. Deze G-21 doen dromen. Stel dat zij hun violen over heel wat meer op elkaar weten af te stemmen dan louter de landbouwkwesties binnen de Wereldhandelsorganisatie (WTO)? Indien dit het begin was van een reïncarnatie van de Nieuwe Internationale Economische Orde uit de jaren 1970? Indien ze bijvoorbeeld een gemeenschappelijk standpunt zouden innemen over de openbare schuld van de ontwikkelingslanden? Tegenover deze nieuwe macht zou het Internationaal Muntfonds (IMF) geen 20 minuten standhouden.

Wat er ook gebeure: de G-21 vormen een belangrijk politiek feit, maar wij kunnen haar niet over de hele lijn volgen. Hun grote landbouwexporteurs zijn dezelfde transnationale ondernemingen die we al kennen. Mocht Europa, zoals de 21 het willen, álle landbouwsteun opheffen in plaats van enkel de exportsubsidies, dan zou dit een gewisse dood betekenen voor de quasi totaliteit van de Europese, Japanse, Koreaanse en vele andere landbouwexploitaties.

Ter bevestiging van hun vastberadenheid heeft de voormalige Koreaanse boer Lee Kyung Hoe zich in Cancún van het leven beroofd. Laten we hem gedenken door het recht op voedselsoevereiniteit te bevestigen. Elk land dat er de mogelijkheid en de ambitie toe heeft, heeft ook het recht om zichzelf te voeden dank zij de arbeid van zijn eigen landbouwers, die correct vergoed worden voor hun werk. De bijdrage van de landbouwers gaat trouwens veel verder dan louter voedselproductie, want zij beschermen ook het rurale leven, het milieu, de kwaliteit en de diversiteit inzake voeding.

In Cancún heeft commissaris-onderhandelaar Pascal Lamy - hierbij de waarschuwingen vanuit de Europese ngo's en de duidelijk uitgesproken wil van de ontwikkelingslanden negerend - geprobeerd om alle "nieuwe sectoren" (investeringen, publieke markten, concurrentiepolitiek, vergemakkelijking van de handel) ten allen prijze door te drukken. De vastberaden afwijzing van de landen uit het Zuiden heeft zijn positie doen wankelen en toen hij uiteindelijk 2 van de "nieuwe sectoren" terugtrok, was het te weinig, ...te laat.

De commissaris stelt de Mexicaanse minister Derbez verantwoordelijk voor de mislukking door zijn al te snel afbreken van de onderhandelingen. Hierbij vergeet hij echter zijn eigen foute timing en inschatting van wat elke Mexicaan weet: de vriendschap die deze minister betuigt voor zijn machtige noorderbuur.

Inderdaad, wie anders dan de Amerikanen profiteren van de barrières?

Al hun landbouwsubsidies blijven intact (Europa had bepaalde van de hare al vóór Cancún geannulleerd); zoals ambassadeur Zoellick al meteen aankondigde zullen de Verenigde Staten hoe dan ook - en dit dankzij bilaterale en regionale contacten - in min of meerdere mate toegang krijgen tot derde markten.

De lidstaten van de WHO hebben zich ertoe verbonden om ten laatste op 15 december samen te komen in Genève om alsnog te redden wat er te redden valt. Zelfs al is het erg moeilijk te weten wat nog ter tafel ligt wanneer de tafel zelf aan het zicht wordt onttrokken, moeten we aandacht hebben voor de vele gevaren die resten. Op 1 oktober heeft een woordvoerder van de Europese Unie tijdens een bijeenkomst met de "civiele maatschappij" bevestigd dat "de nieuwe sectoren nog teken van leven kunnen geven". ["...there may be signs of life in the New Issues yet"].
De ngo's zullen verder moeten vechten tot hun encephalogram geheel plat valt. De "nieuwe sectoren" vormden altijd al een prioriteit voor de MEDEF (nvdr. het Franse equivalent van ons Verbond van Belgische Ondernemingen - VBO) en de Europese patroonsorganisatie UNICE. Zij zien hierin een middel om het ter ziele gegane MAI-akkoord (Multilateral Agreement on Investment, in 1998 mislukt in Seattle) en om de publieke markten van de hele wereld te openen voor transnationale ondernemingen.

Een andere prioriteit voor diezelfde patroonsorganisaties: de diensten, in de WHO geregeld door het GATS-akkoord (General Agreement on Trade in Services). De paragraaf hierover in het eindverklaringsontwerp van Cancún schijnt eenstemmigheid geoogst te hebben, maar verbergt er niet minder valstrikken om. Geen enkele "dienst, noch leveringswijze wordt a priori uitgesloten", dus onderwijs, gezondheid en cultuur incluis. Vóór Cancún had commissaris Lamy benadrukt dat hij de andere landen in die domeinen geen enkele opening van hun markten gevraagd had. Dit gebaar heeft echter geen enkele reële waarde zolang deze diensten in de GATS blijven prijken. Voorbeeld: Noorwegen, Nieuw-Zeeland, de Verenigde Staten en Kenia vragen opening van de "onderwijsdiensten" aan Zuid-Afrika. Indien dit land erin toestemt om zijn "onderwijsmarkt" open te stellen voor bedrijven uit één enkel land, zal de sector de facto openstaan voor allen, inclusief de Europese bedrijven en dit in uitvoering van het principe van de meest bevoorrechte natie.

Gezondheid, onderwijs en cultuur moeten dringend uit de GATS gehaald worden, evenals alle openbare diensten zoals elke natie deze autonoom definieert op haar grondgebied.

Nog een post-Cancún GATS-gevaar: de lidstaten van de WHO hebben zich ertoe verbonden om "regels uit te werken" op het gebied van de openbare diensten, de subsidies en de mogelijkheid van staten om hun diensten en kwalificaties van hun leveranciers te regelen. Eens deze regels vastgelegd, kunnen de regeringen beginnen met het uitvechten van geschillen, telkens een inbreuk of belemmering van de internationale handel in diensten wordt vastgesteld. Aangezien een subsidie, die erop gericht is de prijzen te beïnvloeden, per definitie een inbreuk is, kan je ervan op aan dat de openbare diensten onder vuur zullen komen te liggen.

De ngo's gaan alvast op één punt akkoord met commissaris Lamy: de WHO is een middeleeuwse instelling. Haar regels bevoordelen de machtigsten, haar besluitvorminsprocessen zijn ondoorzichtig, haar ambitie is het vermarkten van alle menselijke activiteiten. Daarenboven heeft zij geen enkele band met de Verenigde Naties.

In antwoord op de, in Frankrijk, nationale Attac-campagne "100 collectiviteiten tegen de GATS" hebben meer dan 140 Franse algemene, regionale en gemeenteraden zich symbolisch uitgeroepen tot GATS-vrije zone en hebben zij een moratorium geëist op de onderhandelingen over diensten.

Natuurlijk dient de internationale handel geregeld te worden, maar niet door de huidige regels die grotendeels zijn uitgewerkt door de grote transnationale ondernemingen zelf tijdens de Urugay-ronde (1986-1994), die aanleiding gaf tot de geboorte van de WHO.
Ze moet onderworpen worden aan het internationaal recht en meer bepaald aan de Rechten van de Mens, aan de basisbepalingen van de Internationale Arbeidsoriganisatie, aan de multilaterale milieuakkoorden.

De overgrote meerderheid van voornoemde organisaties zijn van oordeel dat de domeinen van gezondheid, onderwijs, cultuur en de openbare diensten buiten de handelsakkoorden moeten blijven. Samen met haar partners, die nog dagelijks in aantal toenemen, wil Attac een echt debat, want de burgers en hun verkozenen zijn nooit uitgenodigd om hun mening te geven. Laten we de Middeleeuwen eindelijk achter ons laten om bij de democratie uit te komen.

TNI fellow, President of the Board of TNI and honorary president of ATTAC-France [Association for Taxation of Financial Transaction to Aid Citizens]

Susan George is one of TNI's most renowned fellows for her long-term and ground-breaking analysis of global issues. Author of fourteen widely translated books, she describes her work in a cogent way that has come to define TNI: "The job of the responsible social scientist is first to uncover these forces [of wealth, power and control], to write about them clearly, without jargon... and finally..to take an advocacy position in favour of the disadvantaged, the underdogs, the victims of injustice."