FARC was niet de enige optie voor Tanja
Er zijn genoeg andere linkse organisaties in Europa die zich met Colombia bezighouden. Tanja Nijmeijer zou in haar drang om de Colombiaanse armen te helpen geen andere keus hebben dan zich bij FARC aan te sluiten. Het tegendeel is waar.
Er zijn genoeg andere linkse organisaties in Europa die zich met Colombia bezighouden. Tanja Nijmeijer zou in haar drang om de Colombiaanse armen te helpen geen andere keus hebben dan zich bij FARC aan te sluiten. Het tegendeel is waar.
Toen bekend werd dat de jonge Nederlandse vrouw Tanja Nijmeijer deel uitmaakt van de Colombiaanse guerrillagroep FARC, stak bij gebrek aan verdere informatie een storm van speculaties op. Zo zouden linkse organisaties in Europa die zich met Colombia bezighouden, een rol hebben gespeeld bij de beslissing van Tanja om zich bij het opstandelingenleger aan te sluiten. Maar daarvoor ontbreekt ieder bewijs.
Het is belangrijk om mensen en groepen die de politiek van de Colombiaanse regering bekritiseren, niet op één hoop te gooien met de extremisten van de guerrilla. In verschillende Europese landen, waaronder Nederland, bestaan organisaties die de slechte situatie van de mensenrechten in het Zuid-Amerikaanse land volgen, of die er de politieke en sociale situatie analyseren en in kaart brengen. Al die groepen zijn ervan doordrongen dat de FARC gruwelijke misdaden begaat tegen de Colombiaanse bevolking, zoals vastgesteld door rapporteurs van Amnesty International en Human Rights Watch. Geen enkele analyse van de situatie in Colombia kan die feiten negeren.
Maar helaas is het land al tientallen jaren verwikkeld in een complex en bloedig conflict, waarin de FARC slechts één van de gewelddadige deelnemers is. Volgens de statistieken van internationale organisaties maken paramilitaire groepen zich schuldig aan nog méér schendingen van de mensenrechten. Zelfs de Colombiaanse strijdkrachten zijn betrokken bij bedreigingen en moorden.
Veel van de kritiek van de non-gouvernementele organisaties in Nederland en de rest van Europa op de Colombiaanse regering, richt zich op het zogeheten ‘Plan Colombia’, de anti-drugsstrategie die de regering in 2000 lanceerde met krachtige financiële steun van de Verenigde Staten. Mede door die kritiek heeft de Europese Unie, een belangrijke hulpdonor, afstand genomen van het Plan Colombia: de militaire component was te sterk, de sociaal-economische opbouw en hulpverlening te beperkt.
De FARC is nauw betrokken bij de productie van coca en profiteert op grote schaal van de drugseconomie in de delen van het land die zij onder controle hebben. Het Plan Colombia was en is een offensief tegen de FARC als drugshandelaars én als terroristen. Kritiek op dat omstreden Plan Colombia kan de FARC dus goed uitkomen, maar mag daarom niet gediskwalificeerd worden: een eenzijdig militaire benadering kán geen blijvende oplossing bieden.
De critici van het Plan pleitten ervoor om via onderhandelingen tussen de regering en de opstandelingen een uitweg uit het conflict te zoeken - iets wat binnen het Plan Colombia volkomen uitgesloten was.
De strategie van het Plan Colombia heeft na bijna zeven jaar, ondanks een investering van zo’n zes miljard dollar, de FARC niet wezenlijk verzwakt. Door de aanpak van de regering is de oorlog geëscaleerd en de weg van de dialoog, die in 2000 nog veelbelovend leek, afgesloten.
De levensomstandigheden van de burgers in de conflictzones zijn ondertussen ernstig verslechterd. Voor hen is meer dan ooit nodig dat geïnvesteerd wordt in de sociale en economische ontwikkeling. Als de Colombiaanse staat dat zou doen, dan zou hij zijn gezag in die streken kunnen herstellen - een grotere tegenslag voor de FARC dan met militaire middelen ooit bereikt kan worden.
Het feit dat de FARC al meer dan veertig jaar bestaat, en zich inlaat met drugshandel en schendingen van de mensenrechten, heeft het voor democratisch links in Colombia bijna onmogelijk gemaakt om bij verkiezingen een kans te maken. Omdat de FARC voortkomt uit linkse kringen loopt iedere andere linkse politicus het risico gezien te worden als een potentiële guerrillero, en dat betekent tegenwoordig: een potentiële terrorist. De gevestigde machten maken daarvan gebruik om oppositiepartijen, vakbonden en organisaties voor de mensenrechten in diskrediet te brengen.
De afgelopen weken is de vraag opgeworpen wie of wat verantwoordelijk gesteld kan worden voor de stap van Tanja om zich bij de FARC te voegen. Haar monotone leven in een klein Hollands stadje? De pamfletten van Groningse ‘antiglobalisten’? Brigades van jongeren die naar conflictgebieden reizen om de bevolking te beschermen? Of de campagne tegen het Plan Colombia? Dat een Europese studente om „iets te doen” (zoals ze zei tegen een universiteitsblad) zich heeft laten verleiden door de extreme praktijken van de Colombiaanse guerrilla, zegt niets over de serieuze en valide kritiek op de Colombiaanse regering.
Talloze jonge buitenlanders hebben dezelfde ellende gezien die Tanja blijkens het interview met het universiteitsblad zo aangreep. Maar, afgezien van misschien een klein groepje, hebben verreweg de meeste van hen níet naar de wapens gegrepen, maar zijn actief voor hulporganisaties. Ook de beweging van ‘antiglobalisten’ verwerpt de gewapende strijd - anders dan linkse groepen in de jaren zestig en zeventig. De kleine radicale groepjes die nu nog in sommige Europese landen bestaan - zoals in Scandinavië, bleek uit een artikel in NRC Handelsblad van afgelopen zaterdag - zijn uitzonderlijk.
Het is jammer dat Tanja Nijmeijer er in haar verlangen om de armen in Colombia te helpen niet gekozen heeft voor het steunen van organisaties die ijveren voor vrede, of die hulp bieden aan de miljoenen ontheemden die gevlucht zijn voor het geweld.
About the authors
Amira Armenta
Amira Armenta (Colombia/Netherlands) has a degree in Latin American history from the Université de Jussieu (Paris).
Recent publications from Drugs and Democracy
De wankelende ‘Weense consensus’ over drugsbeleidNederland is met zijn drugsbeleid in de achterhoede terecht gekomen. Zo zijn Uruguay en de Amerikaanse staten Washington en Colorado, met hun besluit de cannabismarkt van teelt tot gebruik te legaliseren, Nederland voorbijgestreefd. |
Between Reality and AbstractionAt the International Conference on Alternative Development (ICAD), held 15-16 November 2012 in Lima, the Peruvian Government continued to insist on the relevance of “Alternative Development (AD),” with particular emphasis on the so-called San Martín “miracle” or “model.” |
The illicit drugs market in the Colombian agrarian contextThe distribution of land and its unjust use are the major causes of violence in Colombia. For this reason land issues are the starting point of current peace talks between the Santos government and the FARC guerrillas |
Bogotá’s medical care centres for drug addictsThe opening in September 2012 of the first centre for drug addicts in Bogota is a welcome first step towards more humane and effective drug policies in Colombia’s capital city, but to be effective needs to be integrated into proper overall drugs strategy. |




