Susan George, oma van de andersglobalisten

TNI
July 2005

  Cover Lugano Report Dutch

Susan George, oma van de andersglobalisten
Tegen de schoften van de vrije markt
Interview with Susan George
Marianne Wilschut, Milieudefensie Magazine, June 2005

Susan George is de "grande dame" van het internationale debat over globalisering. Ze schreef verscheidene boeken en essays waarin ze een pessimistisch beeld schetst van de toekomst onder het heersende neoliberalisme. Deze Parisienne van Amerikaanse afkomst moet weinig van haar voormalige landgenoten hebben. "Ik heb mijn hoop gevestigd op de Europeanen. Alleen zij kunnen de kapitalistische koers die de wereld vaart, keren".


Cover Milieudefensie

Susan George komt over als een typische deftige Franse dame. Haren netjes gekapt, onberispelijke make-up, net mantelpak en een sjaaltje tegen de kou die op deze voorjaarsdag nog af en toe de kop opsteekt. Ze kijkt goedkeurend naar mijn speciaal voor de gelegenheid aangetrokken nette jasje. Haar stem is zacht en als we van het terras naar een warmere ruimte lopen, valt op hoe broos de bijna 71-jarige dame eigenlijk is. Het is moeilijk voor te stellen dat deze oma van vier kleinkinderen zalen met tienduizenden voornamelijk jonge andersglobalisten op het Wereld Sociaal Forum en andere grote bijeenkomsten stil weet te krijgen. En van deze sjieke mevrouw die je misschien eerder bij een Rotaryclub zou plaatsen, zou je ook niet verwachten dat ze zo fel van leer trekt tegen de groeiende invloed van multinationals.

Toch is George een dame met groot aanzien in de andersglobalistenbeweging. Zelf gebruikt ze liever de term "Global Movement for Justice and Solidarity" (wereldwijde beweging voor rechtvaardigheid en solidariteit). "We zijn niet tegen globalisering", schreef ze ooit aan de Belgische premier Verhofstadt. Önze beweging is pro-solidariteit, pro-democratie en is bovendien internationaal georiënteerd". De in 1934 in Ohio geboren Amerikaanse woont inmiddels al vijftig jaar in Frankrijk en heeft sinds 1994 de dubbele nationaliteit. In Parijs raakte ze betrokken bij de beweging tegen de oorlog in Vietnam en is zich sindsdien verder gaan verdiepen in de wereldproblematiek. George is vice-president en medeoprichtster van het Franse ATTAC, de organisatie die belasting op internationale valutatransacties bepleit, en was directeur van het in Amsterdam gevestigde Transnational Institute, een genootschap van progressieve wetenschappers en activisten. Daarnaast zat George jarenlang in het bestuur van Greenpeace.

Behalve als activist heeft George ook een lange staat van dienst als geëngageerd schrijfster. Van haar hand verschenen onder meer boeken over het hongerprobleem en de schuldenproblematiek van arme landen. In 1999 kwam "Het Lugano-rapport" uit. Naar eigen zeggen haar meesterwerk. Onlangs verscheen de Nederlandse vertaling van deze beangstigende kijk op het kapitalisme. Het Lugano-rapport is een fictief verslag dat door tien deskundigen is geschreven op verzoek van een mysterieuze financiële elite die aan de touwtjes in de wereld trekt. In het Zwitserse Lugano hebben de deskundigen gebrainstormd over de toekomst van het kapitalisme en zijn tot een macabere conclusie gekomen. De wereld is te vol. Om de welvaart voor het Westen te behouden is het noodzakelijk dat de verliezers in de wereld die toch geen economische bijdrage leveren en nauwelijks consumeren het veld ruimen. De opstellers van het rapport komen daarom met een aantal bevolkingsreducerende strategieën op de proppen. Zo zou het roken van sigaretten in ontwikkelingslanden moeten worden gepromoot, sluimerende conflicten verder opgestookt en financiering van onderzoek naar levensbedreigende ziektes als malaria en aids gekort. Dit alles moet wel op een manier gebeuren die het plan er achter verhult. De onderzoekers pleiten er dan ook voor om ontwikkelingshulpprojecten in stand te houden omdat het een mooie façade is. "Het zijn realisten", vertelt George over de door haar in het leven geroepen deskundigen. "Ook kapitalisten zullen niet aan de conclusie kunnen ontkomen dat onze planeet het huidige leefpatroon van de mensheid niet kan dragen. Zeker niet als er in 2020 8 miljard mensen zijn". Dat de opstellers van het rapport hun boodschap zo cru overbrengen, komt volgens haar omdat hun verslag niet voor een groot lezerspubliek bestemd is. "Uit eigen ervaring weet ik dat hoe kleiner je lezerspubliek is hoe realistischer je kunt schrijven". Bij wijze van grap heeft ze de opstellers van het rapport schattige bloemennamen gegeven als Sneeuwklokje, Vijfvingerkruid en Edelweiss. "Ik vond het wel een mooi contrast. Die mooie, delicate bloemen en dan zo'n wrede boodschap. Bovendien hou ik erg van tuinieren en met name van wilde bloemen".

Wat het Lugano-rapport misschien wel zo huiveringwekkend maakt is dat de hoofdconclusie - de aarde is vol en kan in 2020 geen 8 miljard mensen aan - wel een beetje tot de verbeelding spreekt. Bij het lezen knaagt ergens in je achterhoofd de gedachte "Hoe moet dat straks als al die Chinezen en Indiërs meer vlees gaan consumeren en auto's gaan kopen?" George snapt het dilemma. "Je kunt uiteraard niet tegen die mensen zeggen: jullie mogen geen auto's en iedereen moet vegetariër worden. Dat is niet realistisch en autoritair. Zelf ben ik bijvoorbeeld ook geen vegetariër". Toch denkt George dat we het wel met zijn allen op deze planeet zouden moeten kunnen redden. Maar dan moet er eerst iets grondigs veranderen aan de manier waarop wij leven.

"In de huidige samenleving draait het om ieder voor zich. We moeten terug naar een systeem waarin mensen zich onderdeel voelen van regionale gemeenschappen. Dan voelt men zich sneller verantwoordelijk voor elkaar en zal men minder slordig met natuurlijke hulpbronnen omspringen. Verder is het absoluut noodzakelijk dat we naar een economie toegaan die draait op alternatieve brandstoffen. Auto's die op waterstof rijden en gebouwen die zo ontworpen zijn dat ze geen energieverslindende verwarming of airconditioning nodig hebben bijvoorbeeld. Het probleem is dat de ontwikkeling van dergelijke alternatieve brandstoffen enorme investeringen vergt en daar zijn grote bedrijven huiverig voor omdat ze daar op de korte termijn weinig profijt van hebben".

Ook is George voorstander van een Keynesiaanse economie waarbij de overheid publieke taken zoals gezondheidszorg en onderwijs in handen houdt en niet zoals de wereldhandelsorganisatie wil, worden geprivatiseerd. "Helaas is de trend nu juist dat steeds meer aan de markt wordt overgelaten. De watervoorziening komt bijvoorbeeld steeds meer in handen van bedrijven. En waarom zouden wij water leveren aan mensen die nauwelijks wat te besteden hebben? Bedrijven zullen meer geneigd zijn om naar de korte termijn te kijken en daarom moeten politici belangrijke beslissingen nemen om de toekomst veilig te stellen zoals meer investeringen vrijmaken voor alternatieve energie".

Het politieke klimaat lijkt echter op dit moment niet bij George's gedachtegoede aan te sluiten. In Nederland en andere Europese landen zitten meer op de mondiale markt georiënteerde politici in het zadel en in de Verenigde Staten is George W. Bush aan zijn tweede termijn bezig. Nou niet echt de persoon waarvan je meer overheidsregulering kunt verwachten. "Ik ben bang dat we de Amerikanen op dit moment moeten afschrijven", zegt George. "Ik verwacht daar de komende jaren niets progressiefs van. Ik heb dan ook mijn hoop gevestigd op de Europeanen. Alleen zij kunnen de kapitalistische koers die de wereld vaart, keren. Coalities tussen de mileubeweging en andere groeperingen zijn daarbij van levensbelang. Samen kunnen zij zoveel mogelijk mensen overtuigen dat het anders moet".

En als het om coalities gaat dan kunnen actiegroepen zoals Milieudefensie wat George betreft best om tafel gaan zitten met het bedrijfsleven. In tegenstelling tot andere hardcore activisten heeft zij niet zoveel moeite met polderen. En dat is opmerkelijk want George is iemand die graag in termen van wij (de activisten, het arme Zuiden) en zij (het bedrijfsleven, de WTO en het IMF) praat. "Geef ze een kans. Zij zijn tenslotte diegenen die de investeringen moeten doen", zegt ze nu. "Maar wees wel op je hoede als je praat met gesprekspartners die andere belangen hebben dan jij. Stel voor jezelf bepaalde doelen op die je binnen een redelijke termijn uit de samenwerking wilt halen. Als het bedrijf je op die punten niet tegemoet komt dan weet je dat de gesprekken slechts een excuus waren om een groener imago te krijgen". Ze is in dat verband ook wel een beetje sceptisch over een fenomeen als maatschappelijk verantwoord ondernemen. "Bedrijven hebben het vooral over zelfregulering, maar in mijn ogen komt dat neer op het rekken van tijd. Ook vind ik dat grote bedrijven als Shell en Total niet weg moeten kunnen komen met een paar kleine duurzame projecten. Bedenk goed dat voor dergelijke miljardenbedrijven een project van 100.000 euro hetzelfde is als twee euro voor jou en mij. Er zullen wel bedrijven tussen zitten die oprecht zijn, vooral omdat ze zich de imagoschade niet kunnen permitteren. Coca Cola is natuurlijk een geliefd mikpunt en zal daarom uiteindelijk niet heel veel fout doen, denk ik. Verder blijf ik erbij dat maatschappelijk verantwoord ondernemen begint bij het betalen van je belastingen. Multinationals spenderen nog te veel grote bedragen aan fiscaal juristen die voor hen op zoek gaan naar belastingparadijzen. Hierdoor komt de belastingdruk alleen op de schouders van de gewone werknemers te liggen".

Tijdens haar toespraken en in haar boeken heeft George nogal eens de gewoonte om vijandsbeelden op te roepen. Termen als schoften of misdadigers zijn voor haar niet ongewoon als het gaat om het bedrijfsleven. In het Lugano-rapport laat ze haar deskundigen zeggen dat het model van de Holocaust niet geschikt is voor de financiële elite om de overtollige armen kwijt te raken omdat het duur is, niet efficiënt en te veel in de gaten loopt. Kan ze zich voorstellen dat dergelijke omschrijvingen mensen in het verkeerde keelgat schieten en dat ze daarmee de kans misloopt om gaar boodschap aan een groot publiek te slijten? Bij het horen van het laatste voorbeeld reageert George snel: "Dat zijn niet mijn woorden, maar die van wetenschappers. Maar ik denk wel dat als het kapitalisme zijn eigen logica volgt dit soort gedachtes onvermijdelijk zijn". Verder moet ze even nadenken over deze kritiek. "Ik gebruik inderdaad af en toe de term schoften, maar dat komt spontaan in me op omdat ik me zo ontzettend kan opwinden over misstanden. Met schoften bedoel ik overigens niet alleen bedrijven, maar ook regeringen. Zo kan ik me bijvoorbeeld enorm kwaad maken over de Europese grondwet. Als we die aannemen dan zitten we de komende decennia vast aan een neoliberaal model. Ik denk niet dat alle bedrijven klootzakken zijn. Door de manier waarop het kapitalisme werkt zijn zij ook niet vrij in hun doen en laten. Als een grote visser bijvoorbeeld besluit om niet uit te varen om de visstand te sparen is er altijd wel een ander die het wel doet en zijn spullen vervolgens goedkoop op de markt brengt waardoor de ander daar ook toe wordt gedwongen. Dat is de harde logica van de vrije markt.

Copyright 2005 Milieudefensie