De valse profeten van de vrijhandel
|
De valse profeten van de vrijhandel Zie ook Focus op Azië: Zesde globaliseringlezing (inclusief videoverslag) Het is onzin dat de Derde Wereld beter wordt van vrijhandel, zegt Walden Bello. "Er leven nu meer mensen in armoede dan voorheen". Waarom mogen ontwikkelingslanden niet zelf bepalen wat het beste voor hen is". "Het Westen eist van ons vrijhandel, maar zelf beschermen ze hun markten". Volgens Walden Bello schrijver van Deglobalisation. Ideas for a New World Economy wordt op het wereldtoneel met twee maten gemeten. Hij was daarom blij dat in september vorig jaar de wereldhandelstop in het Mexicaanse Cancún op een fiasco uitdraaide. En hij was de enige niet. "Je kunt de Filipijnse regering moeilijk verdenken van linkse sympathieën, maar ook de Filipijnse ministers stonden te juichen dat er geen akkoord kwam". Het landbouwbeleid van de Verenigde Staten en Europa is voor de ontwikkelingslanden de grootste steen des aanstoots. Met vrijhandel heeft het niets te maken. Boeren in Europa zijn voor ongeveer 30 procent van hun inkomen afhankelijk van subsidies. In de Verenigde Staten is dat ongeveer 20-25 procent. In Europa krijgt elke koe gemiddeld 2 dollar per dag subsidie. Dat is twee keer zoveel als het bedrag dat geldt als de armoedegrens voor mensen. "Jullie hebben een bijna socialistische landbouw. Wij, in de Derde Wereld zijn niet zo vrijgevig. Onze boeren moeten zien te overleven op de markt", stelt Bello. De subsidies in Europa en de Verenigde Staten creëren overschotten die vervolgens tegen lage prijzen worden afgezet in de Derde Wereld. De sociale gevolgen daarvan in de ontwikkelingslanden zijn, betoogt de Filipijnse socioloog, immens. Sinds de liberalisering van de landbouw in India, zeven jaar geleden, hebben 25 duizend boeren zelfmoord gepleegd omdat ze hun hoofd niet meer boven water konden houden. In andere landen verlaten boeren massaal het platteland om hun heil in de steden te zoeken. Maar daar vinden ze ook geen werk. Bello vindt daarom dat het tijd wordt voor een alternatief voor het neoliberale recept van vrijhandel en minimale overheidsbemoeienis met de economie. De dubbele standaard kan worden opgeheven als alle landen daadwerkelijk overgaan tot vrijhandel. "Dat lijkt me geen goed idee. Dat ik Amerika en Europa verwijt een dubbele agenda te voeren, betekent niet dat ik voor vrijhandel ben. Ontwikkelingslanden moeten primair kiezen voor ontwikkeling. Handelsverdragen moeten daaraan ondergeschikt worden gemaakt. Nu is het andersom. Ontwikkeling wordt ondergeschikt gemaakt aan vrijhandel. Ontwikkelingslanden worden gedwongen om hun grenzen open te stellen voor producten uit het Noorden. Het gevolg is dat de lokale productie wordt vernietigd. Vrijhandel is zo een codenaam voor de winstdoelstelling van multinationale ondernemingen. En niet alleen ontwikkeling, maar ook het milieu wordt ondergeschikt gemaakt aan vrijhandel". Vrijhandel betekent ook dat ontwikkelingslanden hun producten makkelijker naar de rijke landen kunnen exporteren."De Zuid-Oost Aziatische landen hebben hun exporten de laatste jaren enorm opgevoerd. Maar ik geloof niet dat die voordelen het gevolg zijn van de liberalisering die de wereldhandelsorganisatie WTO heeft doorgevoerd. Zij konden ook vóór de WTO hun producten kwijt. Op terreinen waar de WTO voordelen beloofde, is daar weinig van terecht gekomen. Quota's voor producten zijn vervangen door hogere invoertarieven. De muren voor agrarische producten zijn onverminderd hoog. En op het succes van de exportindustrieën in Azië is ook wel wat af te dingen. Het is vaak gepaard gegaan met een aanslag op het milieu. Bovendien is het de vraag of zo'n exportgerichte strategie op langere termijn succes heeft. Er is namelijk sprake van een wereldwijde overproductie. Dit leidt tussen de Aziatische landen tot een concurrentieslag om de laagste lonen en de grootste belastingvoordelen. Op dit moment concurreert China alle andere landen in de regio eruit". U gelooft niet dat de liberalisering van de wereldhandel de ontwikkelingslanden voordeel heeft opgeleverd? Walden Bello: Dat hoor je sinds de jaren negentig steeds opnieuw: vrijhandel helpt de armoede te bestrijden. Maar als je de resultaten van de afgelopen vijftien jaar overziet, ontstaat een ander beeld. Er leven nu meer mensen in armoede dan voorheen. Vrijhandel heeft de armoede verdiept en de ongelijkheid vergroot. Er zijn natuurlijk uitzonderingen. China en Vietnam hebben een enorme economische groei beleefd. Maar de ironie is dat die landen zich nu juist niet hebben overgeleverd aan vrijhandel. Zij hebben hun lokale markten effectief afgeschermd. Wat is het alternatief? Walden Bello: We moeten naar een nieuw systeem dat ook met dubbele maten meet, maar dan net andersom. Voor de minst ontwikkelde landen moeten andere regels gelden dan voor de ontwikkelde landen. Het openen van de grenzen moet geen wederzijds proces zijn. Vrijhandel is namelijk altijd in het voordeel van de sterkste. We moeten de economisch zwakkere landen de vrijheid geven om hun markten af te schermen als dat hun ontwikkeling bevordert. Dat is wat de Latijns-Amerikaanse landen hebben gedaan in de jaren vijftig. Zij hebben invoertarieven ingevoerd om hun industrieën de kans te geven. En de Aziatische Tijgers hebben later dezelfde strategie gevolgd. Ze hielden hun eigen markten gesloten en probeerden ondertussen een voet tussen de deur te krijgen bij de rijke landen. Is dat wat u bedoelt met "deglobalisering"? Walden Bello: Mijn pleidooi voor deglobalisering is geen oproep aan ontwikkelingslanden om zich terug te trekken uit de wereldeconomie. Het is wel een pleidooi om de verhouding tussen de lokale en de wereldeconomie een gezonde basis te geven. De lokale markt moet de basis zijn van de ontwikkeling, niet de op de export gerichte industrieën. Maar om het primaat te kunnen leggen bij de lokale markt moeten ontwikkelingslanden de inkomens herverdelen. Anders is de lokale vraag te klein. Deglobalisering betekent ook dat landen zich minder afhankelijk moeten maken van internationale geldschieters. Ze moeten hun kapitaal voor een veel groter deel uit eigen land halen. Er zijn genoeg rijke mensen in onze landen. Maar dan moeten we ze wel belasting laten betalen. Dat gebeurt nu niet. Met een effectieve belastingheffing, inkomensherverdeling en een versterking van de lokale economie kunnen landen op een andere manier deelnemen aan de wereldeconomie. Maar om zo'n strategie te kunnen volgen moet ook het systeem van de WTO en de IMF op de schop. Hoe dan? Walden Bello: We moeten af van al die gecentraliseerde instituties. Dat leidt tot een rigide systeem. Het IMF schrijft bij elke financiële crisis hetzelfde recept voor. Bij de Aziatische schuldencrisis heeft dat een desastreus effect gehad. Het heeft de economische crisis verdiept. De Aziatische landen zijn nog steeds aan het bijkomen van de klap. Voor de WTO geldt hetzelfde. Vrijhandel is er een geloofsartikel. Het hervormen van zulke instituties is een hopeloze zaak. De enige oplossing is daarom een aanval op hun monopolie. Ze moeten hun macht gaan delen met organisaties van de Verenigde Naties zoals de UNCTAD (United Nations Committee on Trade, Aid and Development, red) en de ILO (International Organisation of Labour, red). En in plaats van mondiale vrijhandel, pleit ik voor regionale samenwerking. De Aziatische landen moeten verdragen met elkaar afsluiten, zoals de Latijns-Amerikaanse landen al hebben gedaan. En die regionale blokken kunnen dan onderling handelsverdragen afsluiten. De macht is dan niet langer gecentreerd, maar verspreid. Dat geeft landen de ruimte om hun eigen strategie te volgen. In veel landen heeft het afschermen van de markt juist geleid tot stagnatie. In India ontstond pas economische groei toen het de grenzen opende. Walden Bello: Ik weet niet of we de beperkte economische groei in India vóór de liberalisering kunnen wijten aan het protectionistische beleid dat de regering in New Delhi tot halverwege de jaren tachtig voerde. Ik denk dat het echte probleem van India het ontbreken van enige vorm van inkomensherverdeling was. Het was een land zonder middenklasse. Met een paar puissant rijke mensen en een enorme groep armen. Zonder middenklasse is er ook geen markt voor de locale industrieën. Een ander handelsbeleid moet daarom altijd ingebed zijn in een breder beleid van inkomensherverdeling en een slim technologiebeleid. Ik pleit ook niet voor een rechtlijnig protectionisme. Soms kan het nodig zijn om delen van de industrie op te schudden door ze bloot te stellen aan buitenlandse concurrentie. Dan kan het nuttig zijn sommige sectoren te liberaliseren. Ik keer me alleen tegen vrijhandel als geloofsartikel. Want wat dat oplevert hebben we gezien in de Filippijnen. Daar is de neo-liberale doctrine tot op de letter gevolgd. Er is gedereguleerd, geprivatiseerd en geliberaliseerd. En de overheid geloofde dat het nu rustig kon afwachten en de economische ontwikkeling vanzelf zou plaatsvinden. Maar dat gebeurde niet. Tussen 1983 en 1992 kende de Filippijnen nul procent groei. Latijns-Amerika en Afrika kenden vergelijkbare "successen". U pleit voor een actieve rol van de staat in het economische leven. Walden Bello: Natuurlijk. De staat heeft een centrale rol als aanjager van de innovatie, als beschermer van het milieu en als drijvende kracht achter de inkomensherverdeling. Het moet een effectieve staat zijn, geen grote alles verpletterende staat. Ik pleit niet voor de autoritaire overheid van een land als Korea. Ik pleit voor een actieve economische rol van een democratische staat. En in zo'n staat moet het maatschappelijk middenveld tegenwicht bieden aan zowel de overheid als de private sector. Het moet juist een democratische staat zijn, omdat hij anders de legitimiteit mist voor de ingrijpende maatregelen die nodig zijn. Dat de neoliberale vrijhandelsideologie is mislukt betekent niet dat we terug moeten naar de traditionele protectionistische overheid. We moeten flexibel zijn en elementen van de vrije markt combineren met elementen van een activistische overheid. In veel ontwikkelingslanden is de overheid corrupt en de ervaring van communistische landen is ook niet al te best. Is de overheid wel in staat om zo'n rol te spelen? Walden Bello: Als je naar de geschiedenis kijkt zijn er talloze voorbeelden waarbij de overheid wel met succes een actieve rol heeft gespeeld in de economische ontwikkeling. Denk maar aan de Duitse wederopbouw of de bemoeienis van de Franse staat met de economie. Zelfs in Groot-Brittannië is de overheid nooit een nachtwakersstaat geweest. Japan is een nog beter voorbeeld van een door de staat begeleide kapitalistische ontwikkeling. En Korea en China zijn de nieuwste voorbeelden. Eigenlijk wijzen alle voorbeelden uit de geschiedenis op een actieve rol van de overheid in de economische ontwikkeling. Het probleem is alleen dat veel van deze overheden autoritair van aard waren. De uitdaging zal zijn om een democratische overheid zo'n centrale rol te geven. Uw programma van deglobalisering vergt een radicale maatschappelijke omslag, want zonder inkomensherverdeling komt een levensvatbare lokale economie niet tot stand. Is zo'n sociale revolutie haalbaar? Walden Bello: We hebben geen keus. Herverdeling van inkomen en bezit is cruciaal voor ontwikkelingslanden. Als dat niet lukt, gaat het van kwaad tot erger. Hoe we zo'n omwenteling tot stand moeten brengen, weet ik niet precies. Ik hoop dat het geweldloos kan. Maar de elites zijn verknocht aan hun privileges en zullen hun machtsposities niet zomaar prijs geven. De geschiedenis leert dat het zelden lukt om de machthebbers zonder geweld van de troon te stoten. In de Filippijnen wordt al jaren geprobeerd om op een vreedzame manier maatschappelijke veranderingen tot stand te brengen, maar tot dusver heeft elke landhervorming als netto resultaat gehad dat de gevestigde belangen versterkt uit de strijd komen. Dus zal het moeilijk zijn om de noodzakelijke omwenteling geweldloos tot stand te brengen. Maar één ding weet ik zeker. Er moet een herverdeling komen van inkomen en bezit, goedschiks of kwaadschiks". Copyright 2004 De Volkskrant |
Also by TNI
- Six Steps towards a Drugs Policy that Promotes Peace and Respects Human Rights April 2012
- What was achieved in Marseilles and Vienna March 2012
- Democratise from below and save Europe's Economy February 2012
- State of Corporate Power 2012 January 2012
- Critical Perspectives and Alternative Solutions to the Eurozone Crisis December 2011
Subscribe
Upcoming events
-
Het vrijhandelsverdrag met Colombia
May 2012
Amsterdam, Netherlands
-
EU crisis: Another way is possible
June 2012
Amsterdam, Netherlands
-
Global Land Grabbing Colloquium
June 2012
Den Haag, Netherlands
-
Hoe schoon is gas?
June 2012
Amsterdam, Netherlands








