Interview with Orlando Letelier

TNI
November 2005

 

Interview with Orlando Letelier
In Chili kun je niet regeren zonder volk
Een ondiplomatiek gesprek met
Allende's minister van Buitenlandse Zaken en Defensie
Jan Joost Teunissen
De Groene Amsterdammer, 3 March 1976


[Orlando Letelier at TNI
Photo: Dave van Dijk]

 
 

Vorige week bracht de vroegere Chileense minister Orlando Letelier een bezoek aan Nederland. Letelier, begin vijftig, lid van de socialistische partij, is jurist en ekonoom. In overleg met zijn partij besloot hij in 1960 te gaan werken bij de Interamerikaanse Ontwikkelingsbank, die zetelt in Washington. Hij bleef daar tot de Chileense presidentsverkiezingen in 1970. Na zijn verkiezing tot president vroeg Allende hem vanwege zijn kontakten in de Verenigde Staten voor de moeilijke post van ambassadeur in dat land. Toen de problemen in Chili zich in 1973 toespitsten, werd Letelier minister van buitenlandse zaken. Tijdens de staatsgreep was hij minister van defensie. Hij werkt nu aan een boek over de relaties tussen de VS en Chili. Sinds een jaar is Orlando Letelier weer terug in de VS; hij doet daar politiek en wetenschappelijk werk en staat aan het hoofd van het onderzoekscentrum Transnational Institute.

Op de ochtend van zijn vertrek uit Amsterdam had ik nog een interview met hem. Maar er bleken ook nog vier Chileense companeros een afspraak met hem te hebben, die ook al wanhopig op hun horloges keken. Letelier dirigeerde het hele gezelschap echter naar een kafetaria, genoot rustig op een barkruk van zijn koffie en zijn broodje, en gaf vervolgens tot een half uur voor hij op Schiphol moest zijn, een persoonlijk, hier en daar met ironie en zelfspot doorkruid verslag over zijn ervaringen als ambassadeur in de VS, over zijn gevangenschap op het barre eiland Dawson en in het koncentratiekamp Ritoque en over de aktuele situatie in Chili.


Was de harde houding van Amerika jegens Chili vanaf het begin van de regering Allende merkbaar?

We wisten dat we het moeilijk zouden krijgen met de VS. Al voor Allende definitief tot president was gekozen, had Nixon persoonlijk instrukties gegeven om via een staatsgreep die verkiezing te verhinderen. Die plannen resulteerden toen in de moord op generaal Schneider, de opperbevelhebber van het Chileense leger.
Openlijke botsingen met de VS waren er in het begin niet. Die wilden wij ook koste wat kost vermijden Wij beseften dat elk probleem met de VS door rechts in Chili gebruikt zou worden om de militairen onder druk te zetten. De militairen waren nogal gevoelig voor moeilijkheden in onze relaties met de VS.
Bepaalde stappen van onze kant hadden we, geloof ik, beter niet kunnen doen. Omdat we daarmee de Amerikanen een argument in handen gaven om maatregelen, die ze op welke manier dan ook toch tegen ons genomen zouden hebben een schijn van legitimiteit geven. Ik doel op de problemen rond de nationalisering van het koper. De beslissing van onze regering om overmatige winsten af te trekken van het bedrag van schadeloosstelling is, althans volgens het internationaal recht, op z'n minst aanvechtbaar. Natuurlijk is het hele internationale recht over nationalisaties door de kapitalistische landen opgesteld en niet door de landen van de derde wereld, die hun bodemschatten terug willen hebben.

Inbraak in ambassade

Maar hoe dan ook, die beslissing van ons was een prachtig voorwendsel voor de Noordamerikanen om een internationale kampagne tegen ons te beginnen, waarbij zij zich verschuilden achter het argument dat Chili in strijd handelde met het internationaal recht. Door hun akties in de Wereldbank, de Interamerikaanse Ontwikkelingsbank en het Internationaal Monetair Fonds, begonnen veel landen in West-Europa, speciaal West-Duitsland, ons ook tegen te werken. Al met al bezorgde ons dat ernstige ekonomische problemen.
Door al die problemen reisde ik minstens een maal per maand naar Chili. Ik denk dat ik één van de hardst werkende ambassadeurs was. Het was, zoals dat heet, een dynamische baan.
Voordat in Chili de dokumenten over de ITT gepubliceerd werden (daarin staat de briefwisseling tussen de direktie van de ITT, de CIA en Kissinger over de mogelijkheden van een staatsgreep in Chili), werd er twee keer in onze ambassade ingebroken. Twee van de mensen die het gebouw binnendrongen, waren ook betrokken bij de Watergate-zaak, onder wie Colby. Die Colby zei later voor de Amerikaanse televisie dat het hem zo had verbaasd dat deze inbraak in een buitenlandse ambassade niet werd gepleegd om gegevens te krijgen over de binnenlandse veiligheid van de VS of iets dergelijks, maar dat die gegevens alleen dienden voor een privéonderneming als de ITT.
Aan de ambassade was ook een grote militaire missie verbonden. Die militairen hoorden tot mijn naaste medewerkers. De hele aankoop van Chileense wapens gebeurt namelijk centraal in de VS. Een van die medewerkers was de marine-attaché admiraal Eberhardt. Ik zag hem na de staatsgreep terug toen hij uit een helikopter stapte om, als hoofd van de provincie Valparaiso, de gevangenen van het koncentratiekamp Ritoque te inspekteren. Ik was één van hen. Hij werd met alle eerbetoon omringd die bij zo'n hoge positie hoort. Hij liep voor alle gevangenen langs en die moesten dan één voor één hun naam zeggen. Hij stond voor mij stil, ik keek hem alleen maar aan en hij vroeg: 'Hoe gaat het?' Ik zei: 'Krijgsgevangen'. 'Hoe gaat het met uw vrouw?' 'Goed, en met de uwe?' zei ik. Hij liep verdwaasd verder en vroeg of ik een kachel nodig had. Ik zei dat mijn probleem niet het probleem van een kachel was.

Voor andere doeleinden

De luchtmacht-attaché op de ambassade was kolonel Ruiz. Ik herinner me dat ik indertijd tegenover Ruiz bedenkingen had tegen de aankoop van een groot transportvliegtuig dat nogal duur was. Ruiz stond naast me en zei: Wel ambassadeur, die papieren voor dat vliegtuig moeten getekend worden'. Maar ik zei: Ja, maar dat vliegtuig, ik weet niet goed wat ik er mee aan moet'. Maar het kan ook voor andere doeleinden gebruikt worden', overtuigde Ruiz mij. De volgende keer dat ik in dat vliegtuig zat was toen ze mij als politieke gevangene overplaatsten. Ze haalden mij op van het militaire vliegveld in Punta Arenas. Voordat ze mij geblinddoekt en vastgebonden hadden, keek ik om me heen en godallemachtig, het was datzelfde vliegtuig! Dat is zo de ironie van het leven.

Hoe waren uw ervaringen in Dawson en Ritoque?

Met een groep ministers onder wie José Toha en Almeyda, Corvalán en andere leiders van de Unidad Popular werd ik op 15 September 1973 naar het eiland Dawson overgebracht. Dawson was een hel, door de eenzame ligging, vlakbij de zuidpool, de kou, de dwangarbeid, de slechte behandeling. Zelfs voor het leger was het soms moeilijk dit eiland te bevoorraden; drie maanden aten we bijvoorbeeld alleen maar linzen, geen groenten, geen fruit. Daardoor nam ons lichaamsgewicht erg af. Ik verloor zo'n dertig kilo. Vooral José Toha's gezondheid ging hard achteruit.
Niet alleen verrichten we zware dwangarbeid, er werd een psychologische oorlog tegen ons gevoerd. Ze simuleerden fusileringen. Ook dwongen ze ons te eten met een karabijnloop tegen onze nek, dat soort dingen. Ze probeerden je systematisch te breken.

Fuchsia van Magelhaen

Konden de gevangenen met elkaar praten?

In het begin niet. Later mochten we om de twee dagen een uur bij elkaar zijn. Ik maakte vaak grappen om ons niet al te erg mee te laten slepen door de ellende. Onder toezicht van de bewakers gingen we elkaar les geven. Clodomiro Almeyda gaf bijvoorbeeld een les over de geschiedenis van het menselijk denken, daarbij kon hij Marx natuurlijk niet overslaan en die noemde hij, terwijl de officieren toeluisterden, de baardaap van Maras.
Zelfdiscipline was belangrijk op Dawson. We poetsten bijvoorbeeld elke dag onze schoenen. Een kameraad ontdekte kruiden, waar we namen aan gaven. Eén noemde we 'fuchsia van Magelhaen'. Daar maakten we sla van. Dat plantje bevatte volgens onze kruidenspecialist vitamine C. Ik weet niet of het zo was, maar dat deed er niet toe.
In mei 1974 haalden de militairen ons van Dawson af. Van het eiland kon je niet vluchten, want als je drie minuten in de Straat van Magelhaen zwemt ben je bevroren. Toch hadden we een soort ontsnappingsplan bedacht. Een paar kameraden wisten een weg naar Argentinië. Gelukkig is het nooit zover gekomen en besloten ze ons voor die tijd van het eiland af te halen, want de kans op succes was eerlijk gezegd nogal gering.
Begin mei werden we overgebracht naar verschillende ondervragingscentra. Ze namen mij mee naar een kelder van de luchtmacht in Santiago, een plaats die in Chili nogal berucht is vanwege het systeem van martelen dat er toegepast wordt... Daar was ik tot eind juli. Dat was niet zo'n gemakkelijke tijd, om het wat eufemistisch te zeggen. Daarna brachten ze me naar het koncentratiekamp Ritoque. En Ritoque was voor mij als Parijs, een paradijs. De dingen zijn zo betrekkelijk in verhouding tot Dawson. In Ritoque konden we een paar keer per week bezoek krijgen van onze familie.

Mensen op straat

Had u al die tijd op Dawson uw vrouw en kinderen niet gezien?

De anderen niet. Ik heb mijn vrouw wel één keer gezien. In januari 1974 ben ik ziek geweest en toen heb ik een tijdje in het ziekenhuis van Punta Arenas (het zuidelijkste stadje van Chili) gelegen. En dat kwam mijn vrouw te weten en ze kreeg toestemming mij op te zoeken. Maar natuurlijk was er een officier van de inlichtingendienst die geen halve meter van ons verwijderd bleef. Het was afschuwelijk, we konden niets tegen elkaar zeggen. Maar ik had haar tenminste gezien.
Helaas mocht ik maar een week in het ziekenhuis blijven, toen werd ik weer naar Dawson vervoerd. En dat viel mij zwaar. Ik had door een raampje van de ziekenwagen - er waren ongelooflijk veel veiligheidsmaatregelen getroffen - mensenlijke wezens, kinderen op straat zien lopen. Dat greep mij erg aan, het verzwakte op de een of andere manier mijn psychologische weerstand. Je vraagt je af hoe het kan dat de wereld gewoon doorgaat, dat hier gewoon mensen op straat rondlopen terwijl zich op een paar uur afstand zulke afgrijselijke dingen afspelen. Het waren twee werelden, onbegrijpelijk.

Hoe bent u uit Ritoque vrijgekomen?

Door de pressie van de Venezolaanse regering in September 1974. Ik ben een paar maanden in Venezuela gebleven. In januari 1975 ging ik naar de Verenigde Staten om te werken in het Transnational Institute en om er gastkolleges te geven.

Is het emotioneel niet moeilijk om in het land van de CIA te werken?

In de VS zijn ook genoeg mensen die ons een warm hart toedragen... het is een vergissing om te denken dat het een monolithisch land is. Je moet niet over het hoofd zien dat zich ook in Amerika een sociale strijd afspeelt. Het is een heel komplexe maatschappij... er zijn alleen al 93 solidariteitskomités met Chili. Belangrijke sektoren van de demokratische partij zijn ook solidair met ons. Het voorstel om Chili geen wapens meer te leveren, dat pas is goedgekeurd door de senaat, is aangenomen met 49 voor en 31 tegen, wat een belangrijke meerderheid is. Het feit dat de VS pas in de Verenigde Naties meegestemd hebben in de veroordeling van Chili, bewijst dat de regering rekening houdt met de publieke opinie in de VS. Ford kan zich niet meer veroorloven, ook vanwege de presidentsverkiezingen, om openlijk steun aan Pinochet te betuigen. Daarom heeft Kissinger tijdens zijn recente reis naar Zuid-Amerika Chili ook niet bezocht.

Etappes

Wat denkt u dat er nu in Chili gaat gebeuren? Pinochet lijkt geïsoleerd, maar wat zijn de mogelijkheden van verandering?

Ik geloof dat Pinochet totaal geïsoleerd is, niet alleen internationaal maar ook in Chili zelf. De enigen die hem steunen zijn de kleine ideologische groep van de fascistische partij Vaderland en Vrijheid, bepaalde personen die direkt profijt hebben van de junta en een kleine ekonomische elite.
Het is moeilijk te voorspellen wat er gaat gebeuren, maar het lijkt mij dat de veranderingen die in Chili zeker snel zullen plaatsvinden in etappes gaan. Binnen de strijdkrachten zijn er ernstige tegenstellingen, omdat niet alle Chileense officieren fascisten zijn en omdat ze beginnen te merken dat zij de bevolking onderdrukken terwille van een ekonomisch beleid dat aan een kleine groep ten goede komt. Die Chileense officieren zijn op verschillende manieren aan het werk binnen het leger. Het Chileense leger is niet het monolithische blok dat Pinochet zo graag wil.

Denkt u dat de eerste etappe een regering van militairen en rechtse christendemokraten zal zijn?

Ik geloof dat een burgerlijk-militaire regering met de konservatieve sektor van de christendemokraten alleen maar een schijnoplossing voor de problemen van Chili zou betekenen. In Chili kun je niet regeren zonder het volk, en het volk wordt door links vertegenwoordigd. Zo'n konservatieve regering van, laten we z'n naam maar noemen, Frei, zal ongeveer dezelfde ekonomische politiek als die van nu volgen. De onderdrukking zal wat meer verhuld worden, maar zal in wezen hetzelfde blijven, van ekonomische aard. Dat betekent dat wij strijd zullen blijven voeren tegen een regering die niet de belangen van de arbeidersklasse en de meerderheid van het volk vertegenwoordigt.
Als je me vraagt of zo'n regering een minder kwaad is dan de huidige, dan zeg ik: misschien, maar tegelijkertijd zou zij ook een aantal ernstige problemen tot gevolg kunnen hebben. Want met name in het buitenland zou zij misschien het valse beeld scheppen dat Chili is teruggekeerd naar een demokratische oplossing. Dat zou een demobiliserend effekt hebben op de internationale solidariteitsbeweging met Chili.

Boykot Chileens fruit

Denkt u dat ekonomische boykotakties in de EEG-landen of alleen in Nederland helpen bij het oplossen van de problemen in Chili?

Ekonomische akties in het buitenland zijn van groot belang omdat de junta kwetsbaar is in haar financiële afhankelijkheid van het buitenland. Op dit moment zijn een dergelijk soort akties fundamenteel voor het tot stand brengen van een politieke verandering in Chili. Ik heb bestuurders van de vakbonden hier horen zeggen dat een boykot alleen zin heeft als vrijwel alle havens van de wereld meedoen. Maar dat betekent het uitstellen van een aktie die op dit moment dringend nodig is. Een boykot in één haven is al een stap vooruit in de omverwerping van de fascistische diktatuur. Want als de importeur die bijvoorbeeld zijn fruit naar Rotterdam heeft laten verschepen het daar niet gelost krijgt en het schip naar een andere haven moet uitwijken, dan levert hem dat al problemen op waardoor hij het Chileens fruit minder aantrekkelijk vindt. Bovendien kan het fruit niet van haven naar haven reizen zonder dat het begint te bederven, zelfs al komt het in koelschepen.
Daarnaast moeten we bedenken dat met een boykot een politiek doel nagestreefd wordt. Ook een veroordeling in de Verenigde Naties heeft niet een direkt effekt in Chili, maar heeft wel politieke gevolgen die doorwerken.

Op het ogenblik zijn er veel buitenlandse bedrijven die in Chili investeren. Het Nederlandse bedrijfsleven was het afgelopen jaar de grootste investeerder in Chili.

Ik vind dat op het ogenblik elke investering in Chili immoreel is, omdat daarmee steun verleend wordt aan een van de meest fascistische regimes ter wereld. Maar je kunt geen morele normen opleggen aan multinationale ondernemingen, want die kijken alleen of er winst gemaakt kan worden. Maar zelfs vanuit dat oogpunt is het een zaak waar vrij wat risiko's aan verbonden zijn.
Want elk verdrag dat met het huidige regime gesloten wordt, kan door een volgende regering nietigd verklaard worden. Het militaire bewind in Chili is onwettig omdat het niet door het Chileense volk gekozen is, omdat de grondwet bij dekreet is afgeschaft, omdat er ad hoc normen worden geschapen die vaak in strijd zijn met de grondwet. Wanneer er bijvoorbeeld koncessies in de kopermijnbouw worden verleend, dan worden daarmee een aantal normen overschreden die door een demokratische regering hersteld zullen worden. Dat gaat problemen opleveren voor zo'n bedrijf, en dat klopt dan natuurlijk aan bij zijn regering om bescherming. Met andere woorden, zo kan er bijvoorbeeld in de toekomst een konflikt tussen Nederland en Chili ontstaan omdat het Nederlandse bedrijfsleven op het ogenblik onwettige investeringen in Chili doet. Nog afgezien van de morele kant. Ik vind dat men verplicht is om te proberen dit soort konflikten te vermijden.

Copyright 1976 De Groene Amsterdammer