Roep om aanpak productie opium wordt steeds luider
Dat concludeert het Transnational Institute (TNI) in een rapport dat vandaag verschijnt. Deze onderzoeksgroep, onder meer gespecialiseerd in de internationale drugshandel, baseert zijn conclusie op gesprekken met Afghanen en buitenlandse functionarissen in het land.
De toenemende druk komt onder meer van de Verenigde Naties. De topman van het VN-bureau voor drugs en criminaliteit UNODC, Antonio Maria Costa, vroeg de Navo eind september om "robuust optreden tegen de opium-industrie in het zuiden van Afghanistan". Hij presenteerde toen een rapport waaruit bleek dat de teelt daar sterk toeneemt. Het UNODC wijst op "een steeds hechtere samenwerking tussen de Taliban en opiumbazen", waardoor het land verder dreigt te destabiliseren.
Druk komt al langer van Amerikaanse kant. Maar ook Europese diplomaten, onder politieke druk om de opiumproductie aan te pakken, willen hardere aanpak van de teelt. Onderzoeker Tom Kramer van TNI constateert dat daardoor ook de Navo in de richting van vemietiging van gewassen wordt geduwd. En aangezien het zaaien van de papavers in deze periode begint, onstaan nu meer situaties waarbij de Navo daadwerkelijk bij de vernietiging van opium betrokken kan worden.
De leiding van de Navo-troepen in het zuiden berust op dit moment bij Nederland, dat zelf zijn belangrijkste basis in Uruzgan heeft. De belangrijkste reden is dat de boeren te weinig alternatieve inkomsten hebben en dat hun bestaansbasis dus wordt ondermijnd als de papavers worden vemietigd.
Corruptie is motor achter papaverteelt
Afghanistan blijft met afstand 's werelds grootste opiumproduent, ondanks pogingen de papaverteelt uit te roeien.
Uit Afghaanse opium wordt meer dan 90 procent van alle heroïne in de wereld gemaakt en een blik op de statistieken leert dat dit voorlopig ook zo blijft. Volgens het VN-bureau voor drugs en misdaad, UNODC, was 2006 een recordjaar: de productie groeide met 49 procent naar 6100 ton, het opium-areaal nam met meer dan 60 procent toe tot 165.000 hectare.
Betrouwbare cijfers over wat voor onderwerp dan ook zijn in Afghanistan moeilijk te vinden, en opium is op die regel geen uitzondering. De stijgende lijn van de afgelopen 20 jaar is echter onmiskenbaar. Alleen in 2001 (toen de Taliban de teelt verboden) was er sprake van een duidelijke terugval; in 2005 volgde nog een veel kleiner stapje terug.
Dit jaar is het echter weer helemaal mis. De groei komt vrijwel uitsluitend voor rekening van het zuiden, de regio die ook het meest gewelddadige deel van het land is. De provincies Helmand, Kandahar, Zabul en Uruzgan/Day Kundi (het noorden van Uruzgan), behoren met de noordelijke provincies Balkh en Badkashan tot de toppers.
Helmand is de belangrijkste provincie. Daar daalde na de oorlog tegen de Taliban de opiumteelt door een combinatie van dwang en de belofte van ontwikkelingshulp, maar de laatste jaren neemt de teelt weer flink toe. Zozeer zelfs dat alleen deze provincie al de nummer twee op de wereldranglijst (Burma) voorbijgaat.
Uruzgan, waar de Nederlandse militairen zijn gelegerd, is opvallend omdat daar de groei het sterkst is van heel Afghanistan. Ten opzichte van 2005 steeg de hoeveelheid hectares met papaverteelt volgens de VN met 379 procent, bijna een verviervoudiging. Daar moet wel worden bijgezegd dat met name in Uruzgan vorig jaar een sterke terugval was, en dat nu dus weer het niveau van 2004 is bereikt.
Reden voor de groei van de opiumteelt zijn het toenemende geweld en, zoals dat in het jargon van rapporteurs heet, "het gebrek aan aanwezigheid van de overheid". Eigenlijk is er in het zuiden helemaal geen bestuur geweest sinds de val van de Taliban. De huidige rol van de Taliban is onduideleijk. Er zijn berichten over Afghanen die zeggen dat ze door de Taliban gedwongen zijn papaver te verbouwen en dat wie weigert, gevaar loopt. Maar de meeste analisten houden het erop dat de belangen van Taliban en drugsbazen parallel lopen: ze gedijen beide bij instabiliteit en gebrek aan centraal gezag.
Zeker is dat de vernietiging van papavervelden beperkt blijft in verhouding tot de totale productie. Dit jaar was het aantal vernietigde hectares 15.300, driemaal zoveel als in 2005. Maar de toename van het aantal hectares was het viervoudige: 61.000 hectares. De belangrijkste reden is de corruptie die op elk niveau welig tiert. Afghaanse agenten, die het werk zouden moeten doen, krijgen geld om boeren ongemoeid te laten, en grote handelaren worden beschermd door "sponsors in de top van de politiek en de regering", meldt het Transnational Institute.
De invloedrijke contacten van de drugsbazen zorgen samen voor de benoeming van gehoorzame politiechefs in districten en provincies om de teelt, oogst, productie en vervoer richting Iran, Centraal-Azie of Pakistan te verzekeren. Van daaruit vertrekken de transporten naar de rest van de wereld.
Losing Ground: Drug Control and War in Afghanistan Drugs & Conflict nr. 15, December 2006
Nederlandse troepen moeten zich ver van drugsbestrijding houden, waarschuwt een nieuw rapport
TNI persbericht, 5 december 2006
Also by Drugs and Democracy
- Latin America debates alternatives to current drug policy April 2012
- Bolivia Withdraws from the UN Single Convention on Narcotic Drugs June 2011
- Global Commission on Drugs Policy calls for an end to the War on Drugs June 2011
- Conviction by Numbers May 2011
- On the Frontline of Northeast India March 2011
Subscribe
Upcoming events
-
Het vrijhandelsverdrag met Colombia
May 2012
Amsterdam, Netherlands
-
EU crisis: Another way is possible
June 2012
Amsterdam, Netherlands
-
Global Land Grabbing Colloquium
June 2012
Den Haag, Netherlands
-
Hoe schoon is gas?
June 2012
Amsterdam, Netherlands








