Waarom werd Letelier vermoord

17 November 2005
TNI

 

Waarom werd Letelier vermoord
Herman Vuijsje
De Haagse Post, 2 October 1976

'Op 15 september 1970, nog voordat ons Congres de verkiezing van Allende bevestigd had, ontbood Nixon het hoofd van de CIA, Richard Helms, minister van justitie John Mitchell en Kissinger bij zich aan het ontbijt. Hij gaf ze de precieze instructies over de boycot en de daarop volgende staatsgreep waarmee onze regering ten val moesten gebracht.
Dat is later bekend geworden via de commissie-Church, maar toen ik een half jaar na dat ontbijt mijn geloofsbrieven als Chileens ambassadeur kwam aanbieden wist ik wel dat ik het moeilijk zou krijgen, maar niet dat het al zò ver was. Nixon zei dat we niet dezelfde maatschappijvisie hadden, maar dat de Verenigde Staten niettemin onze binnenlandse politiek strikt zouden eerbiedigen. En hij hoopte, zei hij, dat alle problemen langs diplomatieke weg opgelost zouden kunnen worden, in een sfeer van wederzijds begrip'.

Orlando Letelier, hier geciteerd in een gesprek begin dit jaar met leden van het Chili Komitee Nederland, heeft zijn leven lang in een bizarre haat-liefde verhouding met de Verenigde Staten verkeerd. Voordat hij begin 1971 zijn geloofsbrieven als ambassadeur van Allendes Volksfrontregering kwam aanbieden, had hij al bijna tien jaar in de VS gewerkt als econoom bij de Interamerikaanse Ontwikkelingsbank. Mei 1973 ging Letelier terug naar Chili, maar Uncle Sam reisde hem na. De Noordamerikaanse boykotpolitiek bracht Allende in steeds grotere moeilijkheden. Als een kar in het nauw schoof hij met burgerlijke en later ook militaire ministers. Orlando Letelier was achtereenvolgens minister van buitenlandse zaken, binnenlandse zaken en - de laatste tien dagen voor de staatsgreep van 11 september 1973 - defensie.

Concentratiekamp

Letelier werd na een half jaar gevangenschap op het Dawson eiland gemarteld in Santiago en in het concentratiekamp Ritoque opgesloten. Een jaar na de staatsgreep mocht hij naar Venezuela vertrekken, doordat een vriend van hem, Venezolaans minister, naar Santiago kwam om hem te halen. Orlando Letelier ging weer terug naar Washington, waar hij direkteur werd van het Transnational Institute. Op 21 september werd hij midden in Washingtons diplomatenwijk vermoord. Hij was 44 jaar.

Juist doordat jij zo goed was ingevoerd in Amerikaanse politieke en diplomatieke kringen, was Orlando Letelier gevaarlijk voor de huidige Chileens-Amerikaanse belangengemeenschap. Zowel binnen als buiten de VS spande hij zich in om een economische boycot van de junta te bevorderen. Hij wist wat hij daarmee riskeerde. De Chileense geheime politie, de DINA, heeft al heel wat slachtoffers buiten Chili gemaakt. Enkele tientallen Chileense ballingen zijn in Argentinië vermoord, onder wie in oktober 1974 Carlos Prats, legerbevelhebber onder Allende en kort voor Letelier minister van defensie. Prats kwam evenals Letelier om het leven bij een bomontploffing in zijn auto.

De lijst van meest gezochte Allende-medewerkers wordt in Chili sinds september 1973 aangevoerd door Carlos Altamirano, secretaris-generaal van de Socialistische Partij, waarvan zowel Allende als Letelier lid waren. Hij was deze week in Nederland en vertelt over zijn vriend en partijgenoot Letelier:

'Twee maanden geleden heb ik hem voor 't laatst gezien. Daarna heb ik nog een brief van hem gekregen, op 8 september gepost in Den Haag, waar hij toen was. Hij schreef daarin dat hij voortdurend met de dood bedreigd werd, maar zette er niet bij waar die dreigementen vandaan kwamen. Maar hij dacht ongetwijfeld dat wij allemaal dachten: dat de DINA iets van plan was in de VS. De grote vraag waar het nu om gaat is of de moord al dan niet met toestemming van de CIA heeft plaatsgevonden.
De junta jeeft zich natuurlijk gerealiseerd dat de moord de formele verhouding met de VS negatief zou beïnvloeden. Maar dat woog blijkbaar op tegen het winstpunt dat zo een man verdween die overal in de VS toegang had. Orlando Letelier had goede persoonlijke en politieke contacten met mensen als Kennedy, Humphrey, McGovern, McCarthy en Frank Church. Voor 26 september stond een gesprek met Jimmy Carter op het programma.
Het is niet toevallig dat de moord kort voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen heeft plaatsgevonden. De junta had gehoopt op Reagan; de relaties met de leiding van de Democratische Partij zijn erg slecht. Die beschouwen de generaals zo'n beetje als pro-communistisch. Door de moord op Orlando is de toegang van Chileens links in ballingschap tot de Demokratische partijtop een stuk moeilijker geworden.
Zelf word ik ook bedreigd. We zijn nog met een stuk of drie, vier leiders van de Unidad Popular over en ze zullen mij wel het eerst willen hebben. De junta wil ons vermoorden, het zijn niet alleen fascisten, maar echte politieke gangsters. We weten dat de DINA in alle landen van Europa actief is, met als voornaamste centra Madrid en Genève'.

Isolering

Ondanks het gevaar dat hij loopt, blijft ook Altamirano pleiten voor een zo volledig mogelijke isolering van de junta. In Nederland had hij daarover een gesprek met premier Den Uyl. 'Ik heb bij hem aangedrongen op een hardere houding ten aanzien van de economische contacten met Chili'. Ook Orlando Letelier heeft in Nederland veel van dat soort gesprekken gevoerd. Hij was vaak in ons land, omdat het Transnational Institute (dat politicologisch en economisch onderzoek doet) een Europees bureau heeft in Amsterdam. In gesprekken met ministers, maar ook met de pers, maakte Letelier zijn standpunt overduidelijk. Begin dit jaar zei hij:

'Een boycotactie in één haven is al een stap vooruit in de omverwerping van de fascistische dictatuur. We moeten bedenken dat met een boycot een politiek doel wordt nagestreefd. Als Nederland een boycotactie zou beginnen, dan zou dat natuurlijk gevolgen hebben voor de houding van de andere EEG-landen. Als er maar één haven minder is waar de junta toegang heeft, dan is dat al een stap vooruit in de richting van het herstel van de democratie in Chili. Elke stap telt'.

Op dit ogenblik investeren in Chili betitelde Letelier openlijk als immoreel.

De junta maakt zich duidelijk ongerust over de gevolgen van dit soort stellingname. Elf dagen voordat hij vermoord werd, verloor Orlando Letelier zijn Chileens staatsburgerschap. Pinochet ondertekende persoonlijk het decreet waarmee
deze zwaarste straf werd opgelegd omdat Letelier de normake financiële en economische contacten tussen Chili en het buitenland had verstoord. Het is waarschijnlijk dat bij deze maatregel Leteliers activiteiten in Nederland een belangrijke rol hebben gespeeld. Zijn hierboven geciteerde oproep tot een havenboycot in Rotterdam was in Santiago bekend geworden en kort voordat de junta Letelier
zijn nationaliteit ontnam, had de Stevin Groep bekend gemaakt van haar voorgenomen investering in Chili af te zien. Dat gebeurde onder druk van een aantal gemeenten, maar Letelier had het onderwerp herhaaldelijk in Den Haag ter sprake gebracht. Met weinig succes: toen de Stevin-leiding eind augustus de ministers Lubbers en Van der Stoel om een 'advies', durfden zij zo'n vrijblijvende uitspraak niet aan. Daarna trok de Stevin Groep op eigen houtje de consequentie uit de gemeenten-boycot, maar het had ook anders kunnen lopen. Mensen als Letelier en Altamirano worden o zo welwillend te woord gestaan door onze socialistische bewindslieden. Ze mogen altijd naar Den Haag komen om hun zegje te zeggen. Maar als puntje bij paaltje komt verandert er maar bitter weinig. Investeerders in Chili zal vanuit Den Haag geen strobreed in de weg worden gelegd en hetzelfde geldt voor de handel. Chili moet het economisch vooral hebben van zijn export. In 1975 ging 40,5 pct. van die export naar de EEG, waarbinnen ons land de derde grote afnemer van Chileense produkten was. In dat jaar voerde Nederland voor 123 miljoen gulden aan Chileense produkten in, tegen 52 miljoen in 1974. Het is dan ook niet voor niets dat ons progressieve Nederland nog steeds over een speciale 'handelsattaché' in Santiago beschikt.

Copyright 1976 De Haagse Post