"Daag de hulpindustrie voor de rechter"

TNI
June 2005

 


"Daag de hulpindustrie voor de rechter"
David Sogge over de teloorgang van een fraaie bedrijfstak
Bram Posthumus
Internationale Samenwerking, September 2002

Give & Take
What's the Matter with Foreign Aid?

David Sogge

Wie na het lezen van " Give & Take" nog steeds denkt dat ontwikkelingssamenwerking bestaat uit mooi en nobel werk, lijdt aan zelfbedrog. De consultant David Sogge is diep bezorgd over de mestvaalt die er van deze fraaie bedrijfstak is overgebleven. Hij zoekt uit hoe dat komt en wat we eraan kunnen doen. Het resultaat is een glashelder en verontrustend boek.

David Sogge, verbonden aan het Transnational Institute in Amsterdam, begint met een vergelijking tussen twee soorten ontwikkelingshulp, beide in Europa: de Marshallhulp na de Tweede Wereldoorlog en de hulp aan de voormalige Oostbloklanden na de val van De Muur. De Marshallhulp maakte van de puinhopen in West-Europa in korte tijd bloeiende democratische markteconomieën, terwijl de hulp aan Oost-Europa leidde tot wijdverspreide armoede en maffiose oncontroleerbare regeringen. Hoe kan dat nu? Welnu, rond 1980 viel de internationale hulpmachine in handen van een groep mensen die maar één religie kenden: de vrije markt. Deze marktfundamentalisten hebben vervolgens de frontale aanval op de staat geopend en zo de bestuurlijke ruggengraat die in West-Europa zo goed heeft gewerkt, dodelijk verwond. Zo dodelijk, dat de overheid in landen als Joegoslavië (maar ook Liberia of de Centraal-Aziatische republieken) niets meer kon inbrengen tegen het tuig dat gewapenderhand het toneel bestormde. " Viel Joegoslavië in het ravijn - of werd het erin geduwd?" vraagt Sogge zich af en hij is van mening dat de aanzwengelaars van de hulpmachine op zijn minst moreel de medeverantwoordelijkheid voor de ontsporingen op zich moeten nemen.

Die hulptop zetelt in Washington. Het zijn de Wereldbank en het IMF die de agenda achter de internationale ontwikkelingshulp bepalen. De Verenigde Staten, Europa en Japan leveren het geld dat Bank en Fonds als hefboom gebruiken om het beleid van Quito tot Jakarta te sturen. Wie in zee gaat met deze instellingen, zet zijn nationale soevereiniteit bij het vuilnis. Met het geld komt een ideologie mee die neerkomt op devalueren, privatiseren, markt open gooien en leven van export. Tot welke resultaten dat leidt, is overal te zien: overproductie van grondstoffen als koffie en cacao - en dus ingezakte prijzen, grote groepen die onder de armoedegrens belanden, mislukkende staten en bedelende mensen die hun zelfrespect zijn kwijtgeraakt.

Sogge stelt een paar hervormingen voor, maar het valt hem zwaar, en al helemaal omdat hij nauwelijks gelooft in de potentie van de hulptop om te veranderen. Hij kent de constatering dat landen die het IMF naar huis hebben gestuurd het in de regel beter doen; hij registreert het succes van lokaal gewortelde emancipatiebewegingen en stelt dat die successen dwars tegen de heersende hulpideologie ingaan. Hij vestigt zijn hoop op hernieuwde eerlijkheid in de hulprelaties en een einde aan de dwingelandij van donoren. Hij is van mening dat Bank en Fonds opgebroken èn uit de VS verwijderd moeten worden. Maar het meest praktisch is Sogges voorstel de ontvangers van hulp de gelegenheid te geven de hulptop aansprakelijk te stellen voor de gevolgen van hulp, wat de mogelijkheid opent voor strafrechtelijke vervolging. Het maakt het uitdenken van blauwdrukken in ivoren hulptorens een stuk minder gratuit.

Het boek eindigt met een pleidooi om het vraagstuk van de herverdeling van welvaart opnieuw en met een enorme klap op de politieke agenda's te zetten. En dat geldt even hard voor de rijke wereld als voor de arme.

Copyright 2002 Internationale Samenwerking