De vestiging van de FOLs op Aruba en Curaçao

De "Forward Operating Locations" zijn noodzakelijk nu de VS dit jaar gedwongen zijn hun militaire aanwezigheid in Panama te beëindigen, als gevolg van het akkoord tussen de presidenten Torrijos en Carter uit 1977 om de kanaalzone terug te geven aan Panama.

De "Forward Operating Locations" zijn noodzakelijk nu de VS dit jaar gedwongen zijn hun militaire aanwezigheid in Panama te beëindigen, als gevolg van het akkoord tussen de presidenten Torrijos en Carter uit 1977 om de kanaalzone terug te geven aan Panama. Bases en commando-centra worden verplaatst naar Florida en Puerto Rico. Pogingen om de Amerikaanse aanwezigheid in Panama voort te zetten in de vorm een "Multilateral Counterdrugs Center" (MCC) waren in september 1998 definitief mislukt. Daarmee gingen de bases verloren van waaraf jaarlijks 2000 antidrugs-missies werden uitgevoerd. Een van de redenen van Panama om de onderhandelingen te beëindigen was de wens van het Pentagon om niet te worden beperkt tot alleen drugsbestrijding. (1)

In november 1998, twee maanden na het mislukken van de onderhandelingen in Panama, polsden de Amerikanen minister Van Aartsen tijdens diens bezoek aan de VS over de mogelijkheid de bases te vestigen in het Koninkrijk. In december bezocht een team van VS-experts zowel Curaçao als Aruba voor een zogeheten "site survey" om de mogelijkheden te onderzoeken. Op 19 januari 1999 lichtte het State Department een delegatie van de koninrijksambassade in Washington in dat de uitslag van de" site survey" positief was. (2) Op 13 april 1999 tekende het Koninkrijk een voorlopig verdrag met de VS over de vestiging van FOLs op de bestaande internationale burgervliegvelden Hato (Curaçao) en Reina Beatrix (Aruba).

Volgens minister Van Aartsen betreft het niet "volledige luchtmachtbases maar steunpunten van waaraf met Amerikaanse vliegtuigen [drugsbestrijdings] operaties ondernomen kunnen worden." Het verdrag heeft een looptijd van een jaar en dat jaar zal dienen om "te onderhandelen over een meer definitieve regeling" (3). Bij deze onderhandelingen wordt gesproken over een looptijd van 10 jaar.

"De Amerikaanse presentie zal geleidelijk worden opgebouwd," zo schrijft Van Aartsen in een brief aan de Kamer. Naast een vaste groep van tien a vijftien man op de Antillen en Aruba, zullen permanent 300 man op rotatiebasis aanwezig zijn. Vijf straalvliegtuigen (F-16's of F-15's) en drie kleinere verkennings-vliegtuigen zijn permanent aanwezig. Op rotatiebasis zijn per locatie maximaal acht vliegtuigen -maritieme patrouille-vliegtuigen, een Awacs en een tankvliegtuig- gestationeerd.

Om de vliegvelden geschikt te maken voor het militaire materieel moeten aanzienlijke investeringen worden gedaan, die voor rekening komen van de VS. Voor de FOLs in Ecuador en op de Antillen is US$ 122,5 miljoen nodig: in 2000 zal dat US$ 42,8 miljoen zijn en in 2001 US$ 79,7 miljoen. (4) Dagelijks worden vanaf de bases tientallen vluchten uitgevoerd boven Colombia en het Caraïbisch gebied. (5)

Reacties op Aruba en Curaçao

De vestiging van de FOLs op Curaçao werd ter plekke verwelkomd als een belangrijke stimulans voor de economie. Premier Suzy Camelia-Römer schatte dat de Antillen en in het bijzonder Curaçao per jaar kunnen rekenen op 25 tot 30 miljoen dollar aan extra inkomsten. (6) Voor premier Henny Eman van Aruba spelen de economische voordelen geen grote rol. "Voor ons is de vestiging van het steunpunt wel een uitgelezen kans om van het slechte imago af te komen als belangrijk drugsdoorvoerland. Bovendien geven we een duidelijk signaal af aan internationale drugshandelaren dat wij op Aruba nog intensiever gaan werken aan drugsbestrijding," aldus Eman.

Ook de Antilliaanse premier benadrukte het afschrikwekkende effect dat uitgaat van de vestiging van een Amerikaans steunpunt. "Dit is een duidelijk signaal naar de bevolking en het buitenland dat Curaçao het transport van drugs via haar grondgebied niet tolereert," zei Camelia-Römer, die tevens de hoop uitsprak dat de vestiging van de VS-basis zal bijdragen tot het schrappen van Curaçao van de watch-list van landen die in aanmerking komen voor decertificatie. Aruba staat een graad hoger op de major list.

Ook bij Nederlandse bewindslieden leeft deze hoop. De Amerikaanse belangstelling voor een vliegbasis op Aruba is een blijk van vertrouwen in de anti-drugsinspanningen van de Arubaanse regering, zei de Nederlandse minister van Defensie Frank de Grave.Volgens de minister denkt Washington 'genuanceerder' over Aruba dan op grond van de plaatsing op de zwarte lijst van doorvoerlanden kan worden vermoed. "Het zou een beetje tegenstrijdig zijn als men wèl interesse heeft voor een Forward Operation Location, maar geen vertrouwen in het Arubaanse beleid". (7) Aruba staat al jaren achtereen op de zwarte lijst van de Amerikanen. (8)

Overigens is het eerste slachtoffer in drugsoorlog vanuit Curaçao al gevallen: een 33-jarige Amerikaanse militair, die gelegerd was op de FOL-basis en naar alle waarschijnlijkheid bij de DEA werkte, werd dood aangetroffen in het bordeel Le Mirage (Campo Alegre) met een onbekende hoeveelheid drugs. (9)

Reacties in Venezuela

Voor het goed functioneren van de FOLs voor operaties in Colombia moeten de spionage-vliegtuigen over Venezolaans grondgebied vliegen. Venezuela weigert echter toestemming te verlenen. President Chávez ziet het als een aantasting van de soevereiniteit van Venezuela. Ondanks zware druk van de VS heeft Chávez zijn standpunt nog niet veranderd, waardoor de vliegtuigen aanzienlijk om moeten vliegen.

Reacties in Nederland

De vestiging van de bases is in Nederland zelf bijna geruisloos gepasseerd. Bij de behandeling van het verdrag in de Commissie van Buitenlandse Zaken en van Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse Zaken op 9 juni was het belangrijkste punt de strafrechtelijke immuniteit van de Amerikaanse militairen. Wederom werd de Kamer verzekerd dat de bases niet zullen worden gebruikt om Amerikaanse militaire acties in de Caraïbische regio te ontplooien, zoals sommige Kamerleden vreesden. (10)

Kamerleden klaagden over het feit dat zij nauwelijks invloed hebben gehad op de beslissing. Het verdrag over de FOL-bases is voorlopig voor een jaar ingesteld. Dankzij die constructie was goedkeuring door de Kamer formeel niet nodig. De parlementariërs noemden dat een democratisch tekort. Kamerlid Van Oven plaatste vraagtekens bij de procedure. Hij merkte op het "niet erg elegant" te vinden dat de gewone procedure wordt "omzeild" door eerst een verdrag voor een jaar te sluiten en vervolgens over te gaan tot verlenging. (11)

Van Aartsen heeft de Kamer niet gemeld dat de herstructuring van de Amerikaanse militaire aanwezigheid in de regio betekent dat de FOLs onder een nieuw geïntegreerd commando komen te staan. De "Joint Interagency Task Force East" (JIATF East), waarin Nederland met de VS samenwerkte voor operaties in de doorvoer zone in de Caraïben, wordt samengevoegd met de voorheen in Panama gevestigde JIATF South, verantwoordelijk voor operaties in de bronlanden. (12) Zodoende worden de FOLs een uitvalsbasis voor operaties in Colombia.

Staatssecretaris De Vries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties plaatste het functioneren van de FOLs tijdens het overleg met de Kamer nog steeds in het kader van de bestaande samenwerking in JIATF-East. Hij vermeldde er niet bij dat McCaffrey al in april 1999 aankondigde dat JIATF-East en JIATF-South per 1 mei zouden worden samengevoegd en sindsdien onder één geïntegreerd commando staan. Ook minister Van Aartsen heeft de Kamer over deze belangrijke verandering niets gemeld in de beantwoording van kamervragen. (13)

Vragen

Kamerlid Marijnissen heeft minister Van Aartsen diverse keren om opheldering gevraagd over de FOLs. De vragen betreffen vooral de volgende drie punten:

  1. Beseft de Nederlandse regering dat de VS drugs en guerrilla geïntegreerd aanpakken en wat dit betekent voor het binnenlandse conflict in Colombia;
  2. Wil de Nederlandse regering betrokken raken bij deze Amerikaanse aanpak, en zo nee, hoe denkt ze dat dan te voorkomen;
  3. Hoe is de besluitvorming rond de FOLs verlopen; was er sprake van Amerikaanse druk en wat is de rol van het parlement.

Van Aartsen benadrukt dat de FOL's bij verdrag 'nadrukkelijk beperkt [is] tot drugsbestrijding', zonder aan te geven hoe hij denkt dat dit gecontroleerd kan worden. In zijn antwoorden op een tweede serie vragen van Marijnissen was Van Aartsen aanzienlijk minder stellig. Op de vraag of Van Aartsen kan garanderen dat informatie die wordt verkregen op vluchten vanaf de FOLs niet gebruikt zal worden voor militaire operaties van de VS of Colombia tegen de guerrilla, en of Nederland gecompromitteerd wordt als blijkt dat de FOLs wel gebruikt worden voor anti-guerrilla activiteiten in Colombia en zodoende betrokken raakt bij het interne conflict, luidde het antwoord:

"Het Koninkrijk stelt de VS faciliteiten ter beschikking in het kader van anti-drugsoperaties [...] De via FOL-operaties verkregen informatie is bestemd voor deze activiteiten en niet bedoeld voor militair optreden tegen de guerrilla. De FOL's worden dus niet ter beschikking gesteld voor anti-guerrilla-activiteiten". (14)

Hoe Van Aartsen dit denkt te rijmen met de door het Colombiaanse leger opgezette antidrugs-bataljons is onduidelijk. De bataljons hebben de taak de politie voor te gaan bij antidrugs-operaties in de gebieden die onder controle staan van de guerrilla, en zullen opereren met informatie die wordt ingewonnen door verkenningsvluchten die opstijgen vanaf de FOLs op Aruba en Curaçao. Sowieso is de scheiding tussen drugsbestrijding en opstandbestrijding in Colombia praktisch weggevallen. (Zie Bijlage 2.)

Van Aartsen lijkt dat wel degelijk te beseffen gezien de rest van zijn antwoord:

"Anderzijds is het evident dat de drugsproductie in Colombia in zeer belangrijke mate plaatsvindt in door guerrilla beheerst gebied en door guerrilla-organisaties gebruikt wordt voor fondsenwerving. Vanuit het perspectief van de Colombiaanse autoriteiten heeft militair optreden tegen de guerrilla derhalve tenminste neveneffecten op drugsproductie. De VS verleent daarbij steun."

Niettemin blijft hij verkrampt vasthouden aan een zogenaamde scheiding tussen antidrugs- en antiguerrilla-operaties, alle uitspraken van hoge Amerikaanse regeringsfunctionarissen negerend dat er wel degelijk sprake is van een overlap.

Marijnissen vroeg of de mogelijke implicaties van het FOL-verdrag niet ernstig genoeg waren om alsnog om parlementaire goedkeuring te vragen. Van Aartsen antwoordde dat het FOL-verdrag met een langere looptijd aan parlementaire goedkeuring zal worden onderworpen. (15) In de tweede ronde gooit Marijnissen het over een andere boeg. Hij vraagt wat er bekend is over de VS investeringen van enkele miljoenen dollars in de FOL's op de Antillen. Betekent dit niet dat er al een voorschot genomen wordt op de verlening van het verdrag en is het nú dan geen tijd om het tijdelijke verdrag parlementair te behandelen?

Van Aartsen stelt dat de Amerikanen pas kunnen investeren als het verlengingsverdrag er is. Nu hiervan nog geen sprake is, kan de VS nog niet investeren en kan nog geen uitspraak gedaan worden over de eventuele omvang van de investeringen. Ten laatste stelt van Aartsen '[h]et nog af te sluiten FOL-verdrag [zal] na ondertekening aan parlementaire goedkeuring onderworpen worden' (16)

Amerikaanse druk

Volgens Van Aartsen is er op geen enkele wijze druk uitgeoefend door de Amerikanen om tot het verdrag te komen. Hij stelt dat de reden om aan het Amerikaanse verzoek tot vestiging van de FOL's te voldoen in het verlengde ligt van de wens de internationale drugshandel te bestrijden. Daarnaast sluit het verdrag aan bij de bestaande inspanningen van het Koninkrijk in het gebied, met name bij de activiteiten van de kustwacht. (17)

Wanneer Marijnisen in de tweede reeks vragen opmerkt dat in het Regiobeleidsdocument Caribisch Gebied gesteld wordt dat de VS wel degelijk met unilaterale handelssancties dreigen (onder andere in de vorm van 'decertificatie') en politieke druk uitoefenen op Aruba en de Nederlandse Antillen om aan de Amerikaanse wensen inzake drugsbestrijding te voldoen (18), blijft van Aartsen ontwijkend. Hij benadrukt opnieuw de samenwerking tussen het Koninkrijk en de VS bij bestrijding van drugshandel in het Caraibisch gebied en stelt dat deze samenwerking los moet worden gezien van de wensen van de VS ten aanzien van 's Koninkrijks interne drugsbeleid. (19)

Hoewel er in directe zin misschien geen druk op Nederland wordt uitgeoefend door de VS, hebben beide landen wel een probleem. Onlangs bestempelde drugstsaar McCaffrey Nederland nog als een 'emerging threat' voor de VS op het gebied van drugs - samen met Cuba en Noord-Korea. Zich baserend op een zeer eenzijdig artikel in het invloedrijke tijdschrift "Foreign Affairs", omschreef hij in de Senaat de drugspolitiek van Nederland als "ambivalent", en als een bedreiging voor de VS vanwege de produktie en export van marihuana en ecstacy. (20)

Vorig jaar wist McCaffrey te melden dat het Nederlandse drugsbeleid een "volslagen ramp" was. Zo zou het moordcijfer in Nederland twee keer zo hoog als in de VS vanwege het liberale drugsbeleid, terwijl in werkelijkheid het aantal moorden in de VS vier keer zo hoog is. De liberale aanpak van getolereerde verkoop van marihuana in Nederlandse coffeeshops was volgens hem "hypocriet". Ondanks dat McCaffrey moest erkennen verkeerde cijfers te citeren en veel van zijn kritiek moest inslikken na druk van de Nederlandse regering, noemde hij het Nederlandse beleid een maand later wederom een "legale hypocrisie". (21)

Voetnoten

1. Aldus Assistant Secretary for Western Hemisphere Affairs, Peter Romero. Zie: Statement before the Subcommittee on Criminal Justice, Drug Policy and Human Resources Committee on Government Reform and Oversight, Washington DC, May 4, 1999. Zie ook: "Counter-Drug Center Negotiations Collapse", Panamá Update 24, september/oktober 1998; en: "US Seeks New Outposts for Anti-drug Battle", The Miami Herald, 21 februari 1999.
2. "Henriquez wil 'verwarring' over VS-bases wegnemen", Amigoe (Curaçao), 10 april 1999.
3. Brief Minister Van Aartsen aan Staten-Generaal, DWH/AK-76/99, 13 april 1999.
4. Statement of General Charles Wilhelm, United States Marine Corps Commander in Chief, United States Southern Command, before the Senate Caucus on International Narcotics Control, 21 september 1999. McCaffrey schatte eerder de bedragen op US$ 42 miljoen voor dit jaar en volgend jaar nog eens US$ 92 miljoen. Testimony of Barry McCaffrey, Director Office of National Drug Control Policy, before the Senate Committee on Armed Services, Subcommittee on Emerging Threaths and Capabilities on the Department of Defense's Role in US Drug Control Policy, Washington DC, 27 april 1999.
5. "'War on Drugs' in een nieuw jasje gestoken", NRC Handelsblad, 31 juli 1999.
6. " Steunpunten VS op Aruba en Curaçao", Amigoe, 8 April 1999; en: "Komst VS-bases nu formeel rond", Amigoe, 13 April 1999.
7. "De Grave treft op Aruba geen grote problemen aan", Amigoe, 13 januari 1999.
8. "International Narcotics Control Strategy Report", Bureau for International Narcotics and Law Enforcement Affairs, US Department of State, Washington DC, March 1998.
9. "Drugsgebruik mogelijk doodsoorzaak VS-militair", Amigoe, 17 juni 1999.
10. "Kamer met moeite akkoord met immuniteit VS-militairen", Amigoe, 9 Juni 1999.
11. TK, Vaststelling van de begroting van de uitgaven en ontvangsten van Koninkrijksrelaties (IV) voor het jaar 1999, kamerstuk 26 200 IV, Nr. 19, Verslag van een algemeen overleg.
12. "Green Light for USA To Operate From Curaçao and Aruba", Jane's Defence Weekly, 14 April 1999. Voor een goed overzicht van de militaire aanwezigheid van de VS in Latijns Amerika, zie: "Just the Facts: A civilian's guide to US defense and security assistance to Latin America and the Caribbean", Latin American Working Group.
13. Zie: Tweede Kamer, Vaststelling van de begroting van de uitgaven en ontvangsten van Koninkrijksrelaties (IV) voor het jaar 1999, kamerstuk 26 200 IV, Nr. 19, Verslag van een algemeen overleg; en Testimony of Barry McCaffrey, Director Office of National Drug Control Policy, before the Senate Committee on Armed Services, Subcommittee on Emerging Threaths and Capabilities on the Department of Defense's Role in US Drug Control Policy, Washington DC, 27 april 1999, p 32.
14. Tweede Kamer, Aanhangsel van de Handelingen 1999-2000: vragen gesteld door de leden der Kamer met de daarop door de regering gegeven antwoorden, 36: Antwoord van Minister van Aartsen (Ontvangen 29 september 1999).
15. Tweede Kamer, Aanhangsel van de Handelingen 1998-1999: vragen gesteld door de leden der Kamer met de daarop door de regering gegeven antwoorden, 1889.

16. Tweede Kamer, Aanhangsel van de Handelingen 1999-2000: vragen gesteld door de leden der Kamer met de daarop door de regering gegeven antwoorden, 36.
17. Twede Kamer, Aanhangsel van de Handelingen 1998-1999: vragen gesteld door de leden der Kamer met de daarop door de regering gegeven antwoorden, 1889: Antwoord van Minister van Aartsen (Ontvangen 23 augustus 1999).
18. Regiobeleidsdocument Caribisch Gebied, 25 535, nr. 5 oa p. 6, 25-26, 33.
19. Tweede Kamer, Aanhangsel van de Handelingen 1999-2000: 36: Antwoord van Minister van Aartsen (Ontvangen 29 september 1999) en Aanhangsel van de Handelingen 1998-1999: 1889: Antwoord van Minister van Aartsen (Ontvangen 23 augustus 1999).
20. Testimony of Barry McCaffrey, Director Office of National Drug Control Policy, before the Senate Committee on Armed Services, Subcommittee on Emerging Threaths and Capabilities on the Department of Defense's Role in US Drug Control Policy, Washington DC, 27 april 1999. Het artikel, "Holland's Half-Baked Drug Experiment" (Foreign Affairs, mei-juni 1999) is gebaseerd op verkeerde cijfers en manipulatie van statistieken en is eerder gepubliceerd in "Paris Match" en het Colombiaanse weekblad "Cambio".
21. Zie o.a.: "'Nederlands drugsbeleid totale ramp'", NRC Handelsblad, 11 juli 1999; en "Drugsexpert VS laakt Nederland opnieuw", NRC Handelsblad, 6 augustus 1999.

 

About the authors

Tom Blickman

Tom Blickman (1957) is an independant researcher and journalist, based in Amsterdam. Before coming to TNI he was active in the squatters and solidarity movements in Amsterdam. He worked for Bureau Jansen & Janssen, a research institute on intelligence and police matters. Now he specialises in International Drug Control Policy and Organised Crime as a researcher at TNI's Drugs & Democracy Programme.

Recent publications from Drugs and Democracy

image[node-id]

Making a Mountain out of a Molehill: Myths on Youth and Crime in Saint Lucia

Caribbean states face challenges of youth involvement in crime, violence, gangs and other anti-social activities. It is not uncommonly heard the “drug problem” is to be blamed for this. This briefing wants to show this relation is far more complex and often misunderstood.

Global Experiences with Harm Reduction for Stimulants and New Psychoactive Substances

The Expert Seminar on the Global Experiences with Harm Reduction for Stimulants and New Psychoactive Substances (NPS), an initiative of the Transnational Institute (TNI) and Forum Droghe, took place in Rome on May 20, 2014 at Università Pontificia Lateranense. A total of 23 people attended the meeting, representing research and academic institutions as well as non-governmental organizations working in the field.

Drugs, armed conflict and peace

This policy briefing analyses the results of the partial agreement on drugs reached at the talks being held in Havana between the Revolutionary Armed Forces of Colombia, FARC, and the Colombian government.

Scheduling in the international drug control system

Scheduling is mostly priotised in it's repressive pole, though present debates are increasingly highlighting the need to modify the balance of the system in order to affirm the importance of the principle of health.