"Ik wil Zimbabwe voorrang geven"

TNI
August 2005

 

"Ik wil Zimbabwe voorrang geven"
Interview met Basker Vashee
Marnix de Bruyne, Zuidelijk Afrika, Vol. 5, No. 4, Winter 2001/2002


Latest article: A Big Man in Africa: The Reckoning

Een serie interviews met Zuidelijk-Afrikanen die langere tijd in Nederland wonen. Portretten van mensen die leven op het grensvlak van twee werelden.


Politiek econoom Basker Vashee (55) kwam in 1978 naar Amsterdam, omdat zijn partij Zapu daar een "ambassadeur" nodig had. Nederlands heeft hij nooit goed geleerd: zijn hart lag en ligt in zijn geboorteland Zimbabwe.

Hij was er in oktober nog, in zijn geliefde Zimbabwe. Mede om onderzoek te doen voor zijn huidige project, een biografie over president Robert Mugabe. "Mijn vrienden waarschuwen me: als je dat boek uitbrengt, word je vermoord", lacht Vashee. Maar aan zijn research kwam hij nauwelijks toe, omdat hij zijn nationaliteit veilig moest stellen. Onlangs besloot de regering dat alle Zimbabwanen wier ouders niet in Zimbabwe zijn geboren een nieuw paspoort moesten aanvragen. De maatregel, die het stemrecht bedreigt van vele blanken van Britse afkomst en van duizenden landarbeiders met ouders uit Malawi en Mozambique, vergde veel tijd van Vashee, wiens vader in India is geboren. "Ik moest alle papieren regelen, inclusief een brief van de Indiase ambassade met de tekst dat ik de Indiase nationaliteit niet kon krijgen. En uren in de rij staan. Mensen die een nieuw paspoort wilden, stonden vaak om drie uur 's nachts op om geholpen te kunnen worden bij Binnenlandse Zaken. Ik denk overigens dat ik mijn paspoort krijg, ik heb alles gedaan wat nodig was."

Vashee vertelt erover in zijn driekamerwoning in Amsterdam-Zuid, waar hij nu bijna tien jaar woont. Een boekenkast domineert de woonkamer, ernaast hangt een reproductie van Karel Appel, die hij erg bewondert. Het is meteen het enige typisch Nederlandse in zijn kamer. Als je hem vraagt wat hem specifiek aantrekt in Nederland, blijft het stil: hij heeft zich overduidelijk niet als liefhebber van haring of schaatsen ontpopt. Iets negatiefs kan hij wél noemen: de volksaard van de Nederlander. "Nederlanders zijn niet spontaan, niet extrovert. Aan de oppervlakte maak je gemakkelijk contact, maar je kunt moeilijk dieper komen. Je weet niet wat ze denken. Nederlanders zijn ook erg op zichzelf. Als je naar een disco gaat, blijft iedereen de hele avond bij mensen die hij al kent. Ik ben dat niet gewend, ik kom uit een veel uitbundiger land."

Toch voelt Vashee zich op zijn gemak hier. Toen hij laatst terugkwam uit Zimbabwe, vroegen de buren hoe zijn reis was. "Ik had nooit gedacht dat ze wisten dat ik weg was. Dat geeft wel een veilig gevoel, die sociale controle." Hij heeft ook met enkele Nederlanders diepgaande vriendschappen opgebouwd en noemt Hans van Mierlo, Klaas de Vries en Eveline Herfkens zijn "goede vrienden". Maar hij heeft ze wel allemaal leren kennen via zijn werk voor Zimbabwe.

Zimbabwe heeft altijd de hoofdrol gespeeld in Vashee's leven. Als jonge student was hij al politiek actief in het toenmalige Rhodesië, als een van de zeer weinige Indiërs in zijn land. "De Indiase gemeenschap, destijds slechts vijftienduizend man groot, was bang voor politiek. Ze wilden in alle rust geld verdienen, en dat is eigenlijk nog steeds zo. Mijn vader, een hindoepriester, was een uitzondering. Hij vond dat ik naar India moest óf me moest inzetten voor Zimbabwe. Tijdens politieke bijeenkomsten waarheen hij me meenam, wees hij op het overwegend zwarte publiek. Dat is jouw gemeenschap, zei hij dan."

Vashee's vaders woorden schoten wortel en Basker Vashee werd aanhanger van de Zapu, de bevrijdingsbeweging van Joshua Nkomo. Ook werd hij actief in de zwarte studentenvakbond. Het waren de jaren nadat Ian Smith de eenzijdige onafhankelijkheid had uitgeroepen, tegen de wens van Londen in, en het politieke klimaat werd harder en harder. Als studentenactivist werd Vashee steeds door de politie in de gaten gehouden. Toch kwam zijn arrestatie onverwacht, evenals de drie jaar dat hij zonder proces in eenzame opsluiting vastzat. "Dat ik alleen in mijn cel zat, kwam omdat ook de gevangenissen raciaal gescheiden waren. De meeste zwarte politieke gevangenen gingen naar een soort werkkamp op het platteland en ook de blanken zaten bij elkaar. Ik was echter de enige "Aziatische" gevangene. Ik heb die tijd slechts kunnen doorstaan door mijn geest continu te trainen, door me bijvoorbeeld 's ochtends van 7 tot 10 op één onderwerp te concentreren, op iets wat tijdens college was behandeld of zo. Het is heel belangrijk je besef van tijd niet te verliezen."

Na een intensieve brievencampagne van Amnesty International werd Vashee op zekere dag uit zijn cel gehaald en op het vliegtuig naar Engeland gezet. "Stephanie Grant, een Amnesty-lid dat brieven was blijven schrijven voor mij, wachtte me op in Londen. Ze weet nog goed, vertelde ze laatst, hoe verbaasd ik was toen ik op het vliegveld voor het eerst een blanke zag die schoonmaakwerk deed."

Londen was "vreselijk" - "zo groot, een gekkenhuis" - maar Vashee kon zich handhaven dankzij de groeiende Zimbabwaanse gemeenschap en zijn studie aan de Londen School of Economics. "Ik kwam veel jonge, hoogopgeleide Zimbabwanen tegen die het land hadden verlaten, omdat ze onder Ian Smith geen toekomst hadden. We steunden elkaar."

Vashee ging kort daarop naar het Zapu-hoofdkwartier in Zambia, maar al snel werd duidelijk dat de gewapende strijd niets voor hem was. In Engeland was hij van meer nut. Naast het solidariteitswerk voor Zapu en de fondsenwerving, schreef hij een proefschrift over de economische prestaties van twee volkeren in Zambia en ging hij werken bij het Transnational Institute (TNI), een "linkse" denktank die internationaal opereert. Uiteindelijk vestigde hij zich in 1978 in Amsterdam, waar hij - met lange tussenpozen - altijd terug zou komen. De aanleiding was een aangename samenloop van omstandigheden: de Zapu wilde in dat jaar in Amsterdam een partijkantoor openen en vroeg Vashee dat te doen. Tegelijktijd vroeg het TNI, dat in Amsterdam ook een kantoor had, of Vashee daarvan directeur wilde worden. "Ik heb wel gezegd dat ik Zimbabwe voorrang wilde blijven geven. Dat vonden ze prima", aldus Vashee.

Vele Nederlandse activisten en journalisten leerden daarna Vashee en zijn TNI kennen. Via debatten en brochures verspreidde het Instituut het gedachtegoed van de meer progressieve wetenschappers uit de hele wereld, of het nu om de anti-apartheidsstrijd ging, de situatie in Chili of de kruisraketten. Vashee zelf onderbrak het TNI-werk echter al snel: eind 1979 begonnen de onderhandelingen over de onafhankelijkheid en zijn partij had hem nodig in Londen. "Ik had de verantwoordelijke taak om de Lancaster-akkoorden na te lezen om te checken of de mondelinge toezeggingen juist waren verwoord", legt hij uit. "Ik heb onze delegatie nog geadviseerd de eindtekst niet te accepteren vanwege de landkwestie. Wij hadden verwacht dat de herverdeling van landbouwgrond gedetailleerd in het akkoord zou komen. Maar de tekst bevatte slechts een intentieverklaring over het belang van landhervorming, niets was concreet. De druk om toch akkoord te gaan was echter te groot."

Tijdens de voorbereidingen voor de eerste multiraciale verkiezingen van 1980 bleef Vashee in Zimbabwe. Robert Mugabes bevrijdingsbeweging Zanu maakte zich toen ook al schuldig aan politieke intimidatie, ondervond hij. "Op sommige plekken konden we geen campagne voeren. Gewapende Zanu-aanhangers hielden ons tegen en stuurden ons terug. We hebben daarover nog geklaagd bij de Britse gouverneur Lord Soames, die op de verkiezingen moest toezien. Hij wist toen al wat Nkomo maar niet wilde geloven: dat Robert Mugabe en de Zanu een monsterzege zouden behalen. Kijk, Nkomo was heel populair. Toen hij na zijn ballingschap in Zimbabwe landde, kwamen zeshonderdduizend mensen hem verwelkomen. Daardoor dacht hij gemakkelijk te winnen. Wat hij vergat, was dat Mugabe een miljoen man op de been kreeg toen hij voor het eerst landde in Zimbabwe."

Na de onafhankelijkheid koos Vashee toch voor Amsterdam: wilde hij TNI-directeur blijven, dan was het wel handig als hij in de buurt was, vond de organisatie. Bovendien had hij een relatie met een Nederlandse vrouw. Maar hij bleef elk jaar naar Zimbabwe gaan, voor allerlei projecten. Misschien was hij lang zo blijven doorgaan, misschien had hij zich toch weer in Zimbabwe gevestigd, als hij zijn drukke bestaan in 1988 niet radicaal moest omgooien na een zware hartaanval. Hij herstelde langzaam en verruilde het directeurschap van het TNI voor vier jaar comfortabel lesgeven op de universiteit van Massachusetts. Die bevoorrechte plek was hem echter te ver verwijderd van Afrika en nu zit hij al weer vele jaren in Amsterdam, waar hij halve dagen aan het TNI werkt, omdat meer uren nog te zwaar is. Hij volgt de gebeurtenissen in Zimbabwe weer op de voet, voor zijn boek en voor het TNI.

De crisis in Zimbabwe stemt hem niet vrolijk. "De armoede op straat is veel zichtbaarder dan twee jaar geleden. Ook heerst er angst: de oorlogsveteranen komen soms naar de stad om geld af te persen bij winkels." Maar als hij voor zijn medische behandeling niet in Nederland moest blijven, dan zat hij nu weer in Zimbabwe. "Ik ben gevraagd les te geven aan het Ranchhouse College in Bulawayo. Ik voel me erg fit, dus wie weer komt het ervan."

Copyright 2002 Marnix de Bruyne