Mailtje uit Afghanistan

1 May 2006
Tom Kramer en Christian Rivier
Tom Kramer en Cristian Rivier doen op dit weblog verslag van hun reis door Afghanistan, waar ze voor het Transnational Institute onderzoek doen naar de invloed van drugsbestrijding op het bestaan van kleine boeren.

Mailtje uit Afghanistan 1
Tom Kramer en Cristian Rivier, NRC weblog, donderdag 11 mei 2006

Drie jaar geleden stonden de velden hier nog vol met opium, nu groeit er alleen nog graan. Afghanistan is nog steeds een grote drugsproducent (zie foto), maar in de provincie Nangarhar is de teelt van opium de laatste tijd sterk afgenomen. Op dit weblog doen Tom Kramer en Cristian Rivier vanuit Afghanistan verslag van hun onderzoek naar de invloed die de drugsbestrijding heeft op het bestaan van Afghaanse boeren. Een oude man klaagt dat hij met de alternatieve gewassen niet genoeg verdient om het hele jaar te kunnen eten. ,,Ons voornaamste probleem is het stomach problem.'’

Jalalabad, donderdag 11 mei. Het is heet en vochtig in Jalalabad, hoofdstad van de provincie Nangarhar, en de tweede stad van Afghanistan. De stad ligt in een dal aan de rivier de Kabul, en het is hier daarom veel groener dan in andere delen van het land, waar het dor, kaal en erg stoffig is. Jalalabad ligt tevens op een belangrijke handelsroute naar Pakistan, en de lokale markt is bijzonder druk en levendig.De tocht van de hoofdstad Kabul, waar we dinsdag aankwamen, is prachtig, via een smalle pas dwars door een berglandschap. Kapotgeschoten Russische tanks langs de weg herinner ons eraan hoe lang de oorlog hier al aan de gang is.We gaan voor het Transnational Institute (TNI) de impact van drugsbestrijding op het bestaan van arme boeren onderzoeken. De provincie Nangarhar was tot drie jaar geleden een van de belangrijkste opiumproducerende gebieden van het land – in 2003 was het gebied goed voor eenvijfde van de totale oogst van het land. Maar sinds de Afghaanse regering een jihad tegen opium afkondigde, is de teelt hier drastisch afgenomen. Via een internationale NGO bezoeken we een project dat boeren hier probeert een alternative bron van inkomsten te geven.

In een klein dorp in de bergen praten we met zes voormalige opium boeren, bijna allemaal oude mannen met baarden; vrouwen krijgen we nauwelijks te zien. Het voornaamste probleem voor de boeren is armoede. Op de velden in de dalen rondom het dorp, die drie jaar geleden nog vol stonden met opium, groeit nu alleen nog maar graan.

We vragen wat ze vinden van het verbod om opium te verbouwen. „Het is goed voor de internationale gemeenschap, omdat opium slecht is", zegt een oude boer, die vroeger 80 procent van zijn land met opium poppy verbouwde. „Maar voor mensen zoals ik is verbod slecht. Wij zijn erg arm, en hebben geen andere mogelijkheden om geld te verdienen."

Het graan dat de boeren in het dorp verbouwen, is niet genoeg om alle monden te vullen. „Sommige van ons hebben maar genoeg om vier tot vijf maanden van het jaar van te eten", zegt een andere boer. „Ons voornaamste probleem is het stomach problem." Andere boeren knikken instemmend.

Hoewel sommige NGO’s een begin hebben gemaakt om de boeren alternatieven te geven, is het niet genoeg. Daarnaast er is grote behoefte aan onderwijs, gezondheidszorg en veiligheid. Velen hebben familieleden die in het buurland Pakistan werken. Sommige families hebben het dorp verlaten, omdat ze geen kans meer zagen te overleven. Een aantal van hen is vertrokken naar meer afgelegen gebieden waarover de regering minder controle heeft, om daar opium te verbouwen.

Op het programma van morgen staat een trip naar dorpen waar boeren nog steeds verbouwen.


Mailtje uit Afghanistan 2
Tom Kramer en Cristian Rivier, NRC weblog, vrijdag 12 mei 2006

Uit een van de huizen komt een vrouw gelopen, die wild naar ons gebaart. We zijn heel verbaasd, ze draagt geen bhurka en ze spreekt ons zelfs aan. ,,Vernietig alstublieft mijn opiumveld niet'’, smeekt ze ons. Tom Kramer en Cristian Rivier doen op dit weblog verslag van hun reis door Afghanistan, waar ze voor het Transnational Institute onderzoek doen naar de invloed van drugsbestrijding op het bestaan van kleine boeren. Gisteren deel 1, vandaag deel 2. ,,Tussen het koren en achter de huizen zien we kleine opiumveldjes.'’

Mailtje uit Afghanistan (2)

We rijden vandaag vanuit Jalalabad naar het westen van de provincie Nangarhar, richting Pakistaanse grens. Onderweg passeren we ‘Kamp Kabul’, waar tijdens de gevechten in Kabul tussen de krijgsheren eens duizenden mensen uit de hoodstad hun heil zochten. Het ziet er nu verlaten uit. ,,Vroeger lagen hier veel russische tanks’’, zegt Nur, onze chauffeur, ,,maar die zijn nu allemaal als schroot verkocht aan Pakistan.’’ Er is hier in het verleden flink gevochten; de Mujehadeen verschansten zich in de bergen links van ons.

In plaats van de weg naar de beroemde Khyber Pas te volgen, slaan we af naar het zuiden. Voor ons ligt een woestijnlandschap, met op de achtergrond een schitterend bergmassief, waar onder andere Tora Bora (`zwart gat`) ligt.

We stappen onderweg even uit fotos te maken. Het is bloedheet (over 45 graden Celsius), en de overgang naar de aircon in de auto is enorm.

Vandaag zijn we op zoek naar boeren die nog opium verbouwen. Na een tijdje zien we hier en daar tussen het koren en achter de huizen kleine opium veldjes. De meeste zijn al geoogst en de planten verdord. Nur maakt ons opmerkzaam op een veldje wat verder van de weg, gelegen tussen de lemen huizen. Als we er bijna zijn komt er uit van de huizen een vrouw uitgelopen, die wild naar ons gebaart. We zijn heel verbaasd, dit is de eerste vrouw die we het laatse uur hebben gezien die geen bhurka draagt. Ze spreekt ons zelfs aan. Het wordt al snel duidelijk waarom.

,,Vernietig alstublieft mijn opium veld niet’’, smeekt ze ons. ,,Ik ben erg arm, en heb geen andere bron van inkomsten.’’ Ze vertelt dat lokale vertegenwoordigers van de regering afgelopen week het dorp in kwamen om de opium te vernietigen, en denkt dat wij nu hetzelfde komen doen. Een aantal velden werden gespaard, waaronder het hare, maar 70 procent werd vernietigd. Om de klap op te vangen hebben de dorpelingen besloten de opbrengst van de resterende 30 procent onder elkaar te verdelen.

Ondertussen is bijna het hele dorp uitgelopen, en richten nu de mannen zich tot ons, terwijl de vrouwen op de achtergrond verdwijnen. ,,De regering beloofde ons compensatie voor de vernietigde oogst’’, zegt een jonge boer, ,,maar we hebben nog niets gekregen. Het zijn allemaal leugenaars, ze steken het geld in hun eigen zak.’’

Het wantrouwen tegen ons neemt langzaam af, en iedereen begint druk door elkaar heen te praten. Een oude man neemt het woord. ,,Jullie moeten ons helpen, wij zijn allemaal erg arm, we hebben schulden, en bezitten maar weinig land.’’ Hij heeft geld geleend om onder andere medicijnen en kleren te kopen. Normaal gesproken kon hij die terugbetalen met de verdienste van de opiumoogst. Zijn schulden liepen enorm op tijdens het opiumverbod van de Talibaan in het jaar 2001. Nu de huidige regering boeren opnieuw dwingt te stoppen met opiumteelt, weet hij niet hoe zijn schulden moet inlossen. ,,Ik heb al stukken van mijn land moeten geven aan mijn schuldeiser.’’

Er is ook onvrede over de strategie van gewasbestrijding. ,,De regering heeft alleen in dit gebied de oogst vernietigd, en niet in andere delen van het land, dat is niet eerlijk’’, zegt een andere boer. ,,In plaats daarvan zouden ze ons moeten helpen met het bouwen van een dam, zodat we onze akkers kunnen bevloeien, of met het creeren van werk.’’

De wanhoop staat op alle gezichten geschreven. ,,Als de situatie niet verandert zullen we naar Jalalabad of naar Pakistan moeten gaan om werk te vinden.’’


Mailtje uit Afghanistan 3
Tom Kramer en Cristian Rivier, NRC weblog, zaterdag 13 mei 2006

,,Een konvooi van het Amerikaanse leger, met voorop Afghaanse soldaten, rijdt ons met grote snelheid tegemoet. Met wilde gebaren wordt ons te kennen gegeven dat we opzij moeten gaan. De soldaten houden hun machinegeweren op ons gericht. Het maakt een gevoel van onveiligheid en irritatie in ons los.'’ Tom Kramer en Cristian Rivier zijn op reis in Afghanistan en berichten op dit weblog over hun belevenissen en hun onderzoek naar de effecten van de drugsbestrijding in dat land.

Mailtje uit Afghanistan (3)

Jalalabad is een drukke, stoffige stad. Het verkeer kroeilt schijnbaar zonder enige regels door elkaar heen. Plotseling wijken alle autos, vrachtwagens en de lawaaierige driewieltaxis met abrupte beweging uit naar de kant van de weg. Een konvooi van het Amerikaanse leger, met voorop Afghaanse soldaten, rijdt ons met hoge snelheid tegemoet. Met wilde gebaren wordt ons te kennen geven opzij te gaan. De soldaten in de Hummers bemannen machinegeweren die op ons zijn gericht, en ze hebben hun gezichten bedekt met doeken tegen het stof. Ze zien er zo meer uit al seen groep bandieten. Het is duidelijk dat we met hen geen grapjes moeten uithalen, en het maakt bij ons een gevoel van zowel onveiligheid en irritatie los. We vragen ons af hoe op deze manier de ‘hearts and minds’ van de lokale bevolking worden gewonnen.

De dag voor onze aankomst in Jalalabad ontploften er twee bommen op een druk kruispunt. Er schijnen geen gewonden bij gevallen te zijn. Toch voelt Jalalabad niet onveilig. "Niet alle bomaanslagen worden gepleegd door de Taliban," zegt Habibulah, die al jaren voor een internationale hulporganisatie werkt. "Veel incidenten hier zijn het gevolg van locale conflicten". Habibulah woont een half uur rijden ten zuid-westen van de stad. We zijn bij hem uitgenodigd voor lunch. We zitten op grote kussens op de veranda van zijn nieuwe huis, samen met Fariq en Arif, twee van zijn vrienden. In de zinderende hitte slurpen we vele koppen thee naar binnen, en eten amandel en pistachenoten, terwijl we onze vragen op hem afvuren. Habibulalh antwoordt langzaam en geduldig. Habibulah vocht vroeger met zijn twee boers als mujehadeen tegen de Russen. "We lagen in de hinderlaag in de bergpas van de weg naar Kabul om de Russen tegen te houden", zegt hij. "Het verschil met de Amerikanen is dat de Russen echt moedig waren, terwijl zij hadden geen geavanceerde technologie hadden zoals de Amerikanen.'’

We gaan naar binnen voor een uitgebreide lunch. We zitten op de grond rondom een groot kleed, en breken stukken brood af, die we met verschillende vlees- en groentegerechten opeten. Er is net weer electriciteit, en de ventilator in het plafond geeft wat verkoeling. Habibulah’s zoon komt binnen en zet de tv aan.

We zien Afghaanse soldaten bezig met het vernietigen van een opium veld. "De Afghanen houden niet van opium, het is verboden door de Islam, en de mensen willen er mee stoppen", vertelt Arif. "Maar als het te snel gaat , en men het in een keer stopt, dan is het voor de mensen heel erg moeilijk om te overleven.". We vragen of hij denkt dat sommige boeren uit onvrede hun heil bij de Talibaan zoeken. Hij knikt bevestigend. "De eradicatie-campagne van de regering helpt ook de andere kant (de Talibaan). De steun voor de Talibaan in het zuiden neem toe. Hier in Nangarhar begint het nog maar net."

Maar tegelijkertijd zijn er ook boeren in verzet gekomen tegen de campagne. "In gebieden waar het verzet groot is, heb je kans dat de regering haar ogen sluit, of een overeenkomst sluit met de boeren, om slechts een bepaald deel van de oogst te vernietigen", zegt Habibulah. We vragen hem wat hij vindt van de buitenlandse troepen in zijn land. "Wij zijn net een laboratorium, waar de VS, Pakistan, Iran en andere landen hebben allemaal geprobeerd om zichmet onze politiek te bemoeien. Dat is de tragedie van ons land".

Aand het eind van de middag, als het wast is afgekoeld, bengt Arif ons in zijn auto naar ons hotel. " Willen jullie het huis van Osama bin Laden zien" Vraagt hij? Natuurlijk, zeggen we. We slaan een zandpad in en na en tijdje staan we voor de lemen muur van een kleine compound. Wergtuigelijk maken we een foto, maar er is eerlijk gezegd weinig specials aan te zien; het is een huis zoals we er al velen hebben gezien vandaag. We vragen Arif hoe de mensen hier denken over Osama bin Laden.

"Sommigen hebben een grote hekel aan hem, vooral de communisten. Een aantal Mujahedeen commandenten hebben nog steeds groot respect voor hem. Maar de jongere generatie hier vraagt zich af waarom hij niet in zijn eigen land gaat vechten."


Mailtje uit Afghanistan - slot
Tom Kramer en Cristian Rivier, NRC weblog, dinsdag 16 mei 2006

Corruptie is een groot probleem in Afghanistan, ook bij de mensen in regering en parlement. ,,We moeten ons gedrag veranderen.'’ Tom Kramer en Cristian Rivier doen op dit weblog verslag van hun reis door Afghanistan, waar ze voor het Transnational Institute onderzoek doen naar de drugsbestrijding. ,,Op een druk kruispunt staat een groot reclamebord met een opiumplant die een boer wurgt.'’ Vandaag het vierde en laatste mailtje uit Afghanistan.

Kabul.

De files in Kabul zijn veel erger dan in Jalalabad. Op drukke kruispunten proberen Afghaanse agenten met grote petten op het verkeer te regelen, maar veel chauffeurs lijken zich er weinig van aan te trekken. Er rijdt een groot aantal four-wheel drive landcruisers rond van verschillende NGO’s en VN organisaties.

Overal in de stad zijn er gewapende bewakers, vooral voor de ingangen van huizen en kantoren van buitenlanders. Daar staan overal betonnen blokken tegen autobommen en zelfmoordaanslagen, en de compounds zijn ommuurd.

Op het eerste gezicht lijkt de stad een stuk meer ontwikkeld dan Jalalabad. Maar schijn bedriegt. "De meeste mensen in Kabul zijn arm" zegt Dr. Mohammed Zafar, die op het Ministry of Counternarcotics projecten leidt voor drugsverslaafden. Veel van de grote huizen in de stad zijn van corrupte ambtenaren en drugshandelaren. "Corruptie is een groot probleem in Afghanistan. Wij moeten ons gedrag veranderen, ook de mensen in het parlement en de regering." zegt Zafar. Vlakbij het ministerie, dat aan de rand van de stad ligt, staat op een druk kruispunt een groot reclamebord met een opiumplant die een boer wurgt.

We vragen Zafar naar drugsgebruik in het land. "Uit ons onderzoek van 2005 blijkt dat er ongeveer 1 miljoen drugs gebruikers zijn in Afghanistan" zegt hij. "Daarvan gebruiken er zo’n 180.000 mensen opium en 50.000 heroine."

Maar er vallen ook 200.000 alcohol gebruikers en 500.000 hasjgebruikers onder. "Ons voornaamste probleem is dat we niet genoeg capaciteit hebben om ons hulp programma voor drugs verslaafden uit te breiden", zegt Zafar. En als we een niew opvangcentum vestigen is het erg moelijk om getrainde staf te vinden."

Later op de dag spreken we een aantal mensen over de rol van de internationale gemeenschap in drugsbestrijding. "Vanuit een militair perspectief, is het beter om eerst iets aan de veiligheids situatie te doen", zegt een westerse bron, die anoniem wil blijven. "Als je eerst opium planten gaat vernietigen, loop je het gevaar dat je een situatie creëert die in het voordeel is van de opstandelingen" We vragen waarom de veligheidsituatie in het zuiden is verslechterd. Volgens hem is het een gebied dat de afgelopen jaren niet bestuurd is, de regering was er nauwelijks aanwezig. "Er is een gevoel dat de veligheidssituatie verslechterd is, maar eigenlijk was die al zo slecht. Het feit dat er nu wel regeringstroepen aanwezig zijn heeft ook tot nieuwe spanning geleid."

De onveiligheid in het land wordt niet alleen gecreërd door de Talibaan, maar ook door drugs handelaren. Verder zijn er allerlei lokale conflicten. "We willen weten hoeveel van het geweld in het land nu eigenlijk wordt veroorzaakt door politieke conflicten" zegt een vertegenwoordiger van een internationale NGO. "Volgens een VN studie is 80% ervan gerelateerd aan misdaad, drugs, tribale conflicten, en conflicten over water en land."

Later op de dag ontmoeten we Gul Khan, een dokter uit de provincie Helmand, in het zuiden van het land. Hij is in de stad met een delegatie boeren uit zijn provincie om te pleiten voor een einde aan de vernieting van hun opium planten. "Sommige boeren stonden met de heilige Koran in hun handen terwijl de regering hun opium veld vernietigde", zegt Khan. "Ze riepen dat ze geen andere bron van inkomsten hebben". Hij laat verschillende foto’s zien van boeren temidden van hun vernielde opium planten.

Volgens Khan vragen de boeren zich ook af waarom de regering de opium planten nu pas vernietig, vlak voor de oogst, en niet eerder. "Dan hadden ze nog de kans gehad in deze tijd iets anders te verbouwen".

About the authors

Tom Kramer

Tom Kramer (1968) is a political scientist and with over 15-years of working experience on Burma and its border regions, which he has visited regularly since 1993.  

His work focuses on developing a better understanding of the drugs market in the region as a whole, the relationship between production and consumption, and alternative development (AD). Together with the Drugs and Democracy Programme, Kramer has created a regional network of local researchers, and is also carrying out advocacy towards policy makers in the region for more sustainable and human drug policies.

Since 2005 Kramer also works on Afghanistan, with a focus onthe relationship between drugs & conflict, and the involvement of western security forces in counter narcotic activities. Apart from his work for TNI, he is also a writer and freelance consultant, specializing on ethnic conflict and civil society in Burma. He has carried out field research and written reports for a wide range of international NGOs, institutes and UN organisations.

Recent publications from Drugs and Democracy

Drugs, armed conflict and peace

This policy briefing analyses the results of the partial agreement on drugs reached at the talks being held in Havana between the Revolutionary Armed Forces of Colombia, FARC, and the Colombian government.

Scheduling in the international drug control system

Scheduling is mostly priotised in it's repressive pole, though present debates are increasingly highlighting the need to modify the balance of the system in order to affirm the importance of the principle of health.

Bouncing Back

TNI's indepth examination of the illegal drug market in the Golden Triangle, which has a witnessed a doubling of opium production, growing prison populations and repression of small-scale farmers. This report details the failure of ASEAN's 'drug free' strategy and the need for a new approach.

Cocaine: towards a self-regulation model

By taking cues from users’ self-regulation strategies, it is possible to design innovative operational models for drug services as well as drug policies, strengthening Harm Reduction as an alternative approach to the disease model.