Als ze Colombiaanse was had ze de kogel gekregen
‘Ellen’ is guerrillera. Ze begon toen het veilig was. Nu zit ze klem
Rotterdam. De dagboeken van een Nederlandse guerrillera in Colombia zijn nu te lezen. Dát is ongewoon, niet dat iemand bij de FARC verblijft.
Was de Nederlandse guerrillera ‘Ellen’ Colombiaanse geweest dan had ze nu waarschijnlijk al de kogel gekregen wegens haar uitgelekte, kritische dagboeken over de rebellenbeweging FARC. „Maar omdat ze Nederlandse is, kan men haar nu nog gebruiken en blijft ze misschien leven. Met alle media-aandacht voor Ellen, groeit haar profiel. Dit maakt haar geschikt voor propagandadoeleinden. De FARC-leiding kan haar bijvoorbeeld een interview laten geven aan een linkse krant waarin ze zegt toch nog volop in de goede zaak te geloven.”
Deze inschatting maakt Marianne Moor van de Nederlandse vredesbeweging IKV/Pax Christi, na lezing van de dagboeken die het Colombiaanse leger enkele weken geleden vond in een in allerhaast achtergelaten FARC-kampement en waaruit de Colombiaanse krant El Tiempo zaterdag uitgebreid citeerde. Moor reist regelmatig naar het gewapende conflict in Colombia. Het beeld dat zij uit de dagboeken opmaakt is dat van „een naïef meisje”. Een Nederlandse die het blijkbaar soms moeilijk heeft met de omstandigheden in de jungle, de strakke hiërarchie binnen de Frente (eenheid). „Maar dat is ook wat je kunt verwachten als gewone zandhaas. Als een meisje dat géén liefje van de commandant is.”
Een westerse diplomaat in de Colombiaanse hoofdstad Bogotá zegt, anoniem: „Ongelooflijk naïef, die komt er nooit meer levend uit.” Hij vreest voor negatieve reacties op dit nieuws voor Nederland: „Dit wordt vast weer tegen de Europeanen gebruikt door de pro-Amerika groepen en anti-Europeanen in Colombia.”
Ellens eerste ontmoeting met de Colombiaanse guerrilla was in 2000, meldt El Tiempo. Ze bezocht samen met andere Europese jongeren de rebellen in San Vicente del Caguán, een gebied dat toen gedemilitariseerd was ten behoeve van vredesbesprekingen met de regering. „Ze kon daar relatief veilig heen”, zegt Martin Jelsma, die als medewerker aan het linkse Transnational Institute in Amsterdam onderzoek doet naar het conflict. Hij enkele jaren terug bemiddelaar tussen de FARC en de regering.
„De westerse sympathie voor de FARC is nooit heel groot geweest”, zegt Jelsma. Vooral niet vergeleken met de internationale solidariteit zoals die bestond met linkse guerrillabewegingen in Nicaragua en El Salvador, in de jaren zeventig en tachtig. „Maar in sommige radicale linkse splintergroepen in Europa is men later wel gecharmeerd geraakt van de FARC als laatste gewapende linkse guerrilla in Latijns-Amerika.”
Toen ‘Ellen’ in 2000 de FARC opzocht stonden de rebellen, evenals de andere gewapende groepen in Colombia’s lang slepende burgeroorlog , nog niet op de terreurlijsten van de Verenigde Staten, de Verenigde Naties of de Europese Unie. FARC-afgevaardigden konden gemakkelijk een westers visum krijgen om symposia en debatten te bezoeken.
Jelsma woonde enkele van zulke bijeenkomsten in Nederland bij. De opkomst was nooit groot, hooguit enkele tientallen. Er lagen misschien wat foldertjes, maar er werd niet actief geronseld, zegt hij. „De FARC-gezanten kenmerkten zich vooral door hun orthodoxe marxistische retoriek. Ze legden uit hoe moeilijk ze het vonden om met de regering om de tafel te gaan zitten.”
„Het was de tijd dat de FARC een publicitair tegenoffensief lanceerde”, zegt Moor. Het grotendeels door de VS betaalde cocaverdelgingsprogramma Plan Colombia zou in 2000 van start gaan. De FARC, die de gewapende strijd deels uit de handel in cocaïne financiert, probeerde in Europa de publieke opinie aan haar zijde te krijgen in het verzet tegen dit plan.
Over Ellens reis in 2000 bericht El Tiempo ook dat ze met Ieren en Denen reist. Het verbaast de Colombia-deskundigen niet. Jelsma: „Een paar jaar terug werden in Colombia leden van de IRA opgepakt, van wie nog steeds niet goed duidelijk is wat ze er kwamen doen.”
Moor: „Er is een sterke Scandinavië-connectie tussen de FARC en Europa.” Zo draaide de website van een aan de FARC gelieerde club eerst op een Zweedse en later op een Deense server. De westerse diplomaat in Bogotá vult aan: „Er zijn Denen die T-shirts verkopen in Kopenhagen met termen ter ondersteuning van de guerrilla tegen het ‘kapitalistisch bewind’ in Colombia. Er zijn Zweden die de FARC openlijk financieel ondersteunen. Hun ambassade in Bogotá heeft als gevolg daarvan nog wat brandjes te blussen gehad, letterlijk voor de deur. Ook zijn er Fransen die FARC-leden steunen en uitnodigen op conferenties. En in Zwitserland is er nog steeds een officiële FARC-vertegenwoordiging.”
Wanneer Jelsma in FARC-gebied kwam, trof hij er ook weleens buitenlanders aan. Meestal ex-guerrilla’s uit andere Latijns-Amerikaanse landen die de marxistische strijd nog niet wilden opgeven. „En incidenteel ook Europeanen. Maar het was altijd op kleine schaal. Enkelingen.” Dat er nu een keer een Nederlander tussenzit, noemt hij daarom ook weer niet zo verwonderlijk.
Volgens Moor dienen de vrouwen daarbij een apart, „publicitair doel”. Ze moeten de strijdgroep een menselijker gezicht geven. Op de website van de FARC is ook een apart hoofdstuk met foto-album aan de guerrillera’s gewijd (www.farcep.org/?node=6,16,1). Ongeveer 40 procent van de FARC-strijders is vrouw, schat de Deense filmmaker Frank Piasechi Poulsen. In 2005 bracht hij de documentaire Guerrilla Girl uit over een Colombiaanse studente filosofie die bij de FARC gaat. „Zij zoeken hetzelfde bij de guerrilla als de mannen. Sommigen, zoals mijn hoofdpersoon de studente, sluiten zich aan uit ideologische overtuiging. De armeren, omdat ze er eten, onderdak en kleren krijgen.” De vrouwen vechten volop mee. „In de FARC heb je wel machismo, maar minder dan in de gewone Latijns-Amerikaanse maatschappij.”
Maar ook voor de vrouwen is het niet makkelijk om uit de strijd te ontsnappen, vertelt hij. „Ontvlucht je je Frente met een wapen, dan wordt dat als een vijandelijke daad gezien, waar je de kogel voor krijgt. Vlucht je ongewapend dan krijg je een straf en word je overgeplaatst.”
Wat Moor het meest verwondert, is dat Ellen schrijft dat ze haar moeder mocht ontvangen. „De meeste deserteurs geven heimwee en het gemis van hun familie op als belangrijkste motief. Dat dit meisje haar moeder mocht ontvangen en met haar ouders kon bellen, is verbazend.”
Met medewerking van Marcel Haenen in Quito, Ecuador
Also by TNI
- State of Corporate Power 2012 January 2012
- Critical Perspectives and Alternative Solutions to the Eurozone Crisis December 2011
- Conference of Polluters December 2011
- The implications of international investment treaties November 2011
- Which way for the European economy? November 2011
Upcoming events
-
EU in Crisis
May 2012
Brussels, Belgium




![image[node-id]](http://www.tni.org/sites/www.tni.org/files/imagecache/4teaser-small/reports-images/graphic1.gif)

![image[node-id]](http://www.tni.org/sites/www.tni.org/files/imagecache/4teaser-small/reports-images/landgrab.jpg)
![image[node-id]](http://www.tni.org/sites/www.tni.org/files/imagecache/4teaser-small/reports-images/green-economy_page_01.jpg)
![image[node-id]](http://www.tni.org/sites/www.tni.org/files/imagecache/4teaser-small/reports-images/brazilsugarcanepath.jpg)