Rozengeur en opium in Afghanistan

Bette Dam
November 2009

Ooit stonden de velden rondom het Afghaanse dorpje Vijfhuizen vol met opiumplanten. Tot zo ver het oog reikte, zag je het gewas staan. Maar die tijden zijn voorbij in Vijfhuizen, oftewel Pucha Kala. De gouverneur van de provincie Nangahar waar dit dorpje ligt, heeft korte metten gemaakt met de productie van de drugs.

Ooit stonden de velden rondom het Afghaanse dorpje Vijfhuizen vol met opiumplanten. Tot zo ver het oog reikte, zag je het gewas staan. Maar die tijden zijn voorbij in Vijfhuizen, oftewel Pucha Kala. De gouverneur van de provincie Nangahar waar dit dorpje ligt, heeft korte metten gemaakt met de productie van de drugs.

Revolutionair wordt het genoemd. In geen enkel gebied is het gelukt de lucratieve opiumhandel op deze manier te stoppen. Twee Nederlandse onderzoekers, Tom Kramer en Martin Jelsma uit Amsterdam, volgen het drugsbeleid van Afghanistan op de voet voor de lobbyclub Transnational Institute. Zij kennen het gebied goed, maar zijn niet overtuigd dat het hier lukt.

Tom Kramer:"Ik was hier twee jaar geleden, toen stonden deze valleien nog vol met opium. Dat is nu allemaal weg. De afgelopen jaren heeft de gouverneur gevraagd geen opium mere te verbouwen. In overleg met de stammenleiders heeft hij in ruil daarvoor veel hulp beloofd, in de vorm van hulpprogramma's en in de vorm van cash. Of dit een succesverhaal is, is nog de vraag. Het gaat om de lange termijn. We gaan vandaag met de boeren in deze vallei praten over hun problemen en over hoe zij hun toekomst zien."

Parfumindustrie
Halverwege de berghelling van Vijfhuizen treffen we de boer Dauwa Jan. De kwieke man van in de dertig begon al jong met het verbouwen van opium. Nu heeft hij rozenvelden. Van de rozenblaadjes wordt olie gemaakt voor de westerse parfumindustrie. Hoewel een paar drupjes veel geld opbrengt, blijven de poppievelden voor hem gouden herinneringen.

"Ja, de poppie bracht gewoon meer op.Bovendien is de beloofde compensatie nooit aangekomen bij de boeren. De gouverneur strooide met miljoenen Amerikaanse dollars, maar de corrupte ambtenaren in Vijfhuizen hebben het geld in eigen zak gestoken"

De Nederlandse onderzoekers zijn bang dat Dauwa Jan terugschakelt naar de opiumteelt. Desnoods in het geheim. Maar de Afghaan schudt angstig zijn hoofd: "Dat gaan we niet doen. De regels zijn te streng. De overheid heeft er voor gewaarschuwd dat mijn huis dan afgebrand word en dat ik kan rekenen opeen boete van 20.000 dollar."

Niet armoedig
Deze man lijkt persoonlijk gedupeerd door het antipoppiebeleid, maar het dorp waar hij woont ziet er niet armoedig uit. Er zijn veel dieren op de straat en kinderen rennen rond. Onderzoeker Martin Jelsma: "Dit is een voorbeeld van een dorp waar boeren op individueel niveau geen compensatie gekregen hebben, terwijl er driehonderd dollar aan ze is beloofd toen ze stopten met opiumteelt. Het inkomen is behoorlijk naar beneden gegaan. Maar dit dorp heeft wel duidelijk geprofiteerd van projecten voor de gemeenschap als geheel, zoals electriciteit en waterpompen. De levenssituatie is wel degelijk wat omhoog gegaan, maar dat levert niet meteen een hoger inkomen voor de boerenfamilies. Dit is een dorp dat er goed vanaf komt. Want het ligt in een vruchtbaar deel van de vallei en er is genoeg water. Er zijn ook veel dorpen die er erger aan toe zijn."

In Uruzgan, waar Nederlandse troepen gestationeerd zijn, groeit de poppie nog volop, vertelt Tom Kramer. De velden worden niet platgebrand en dat vindt Kramer positief. Maar de verbouw van alternatieve gewassen komt niet snel genoeg op gang. De experts van het Transnational Institute concluderen dat Nederland in Uruzgan volle poppievelden zal achterlaten.

Copyright  © Radio Nederland Wereldomreop

Text Size:

  • Decrease
  • Normal
  • Increase

Current Size: 100%