Review: Assassination on Embassy Row

16 May 1981
Article

A review of the book Assassination on Embassy Road, published by NRC Handelsblad on 16 May 1981.

TNI and the Pinochet precedent

Op 21 september 1976 werd de auto van de Chileense diplomaat Orlando Letelier toen hij 's morgens op weg was naar z'n werk midden in het hartje van Washington door een bomaanslag getroffen. Letelier en Ronni Moffitt overleden beiden aan hun verwondingen. Michael Moffitt, die op de achterbank zat, overleefde de aanslag.
Letelier, afkomstig uit een redelijk welgestelde Chileense familie en afgestudeerd in rechten en economie, werkte van 1960 tot 1970 bij de Interamerikaanse Ontwikkelingsbank in Washington. Tijdens de regering-Allende was hij eerst ambassadeur in de Verenigde Staten, later van minister van Buitenlandse Zaken en op het moment van de staatsgreep van 11 september 1973 minister van Defensie. Kort voor zijn dood ontnam de Chileense regering hem zijn nationaliteit op grond van zijn betrokkenheid bij boycotacties in Nederland. Letelier werd beschouwd als een van de belangrijkste Chileense leiders in ballingschap.

Begin 1979 vond in Washington het proces plaats tegen de moordenaars van Letelier. Generaal Contreras, hoofd van de Chileense geheime dienst DINA en vertrouweling van Pinochet, was, ondanks het Amerikaanse verzoek om uitlevering, de grote afwezige. Kroongetuige was de DINA-agent Michael Townley. Keurig in driedelig pak, onberispelijk uiterlijk, steeds met twee woorden sprekend, beschreef Townley hoe hij in opdracht van Contreras de moordoperatie op Letelier had uitgevoerd.

Watergate

John Dinges and Saul Landau hebben over de moord op Letelier een boek geschreven, Assassination on Embassy Row. Waarom? Letelier was een vriend en collega van Landau, maar minstens zo belangrijk is natuurlijk de politieke betekenis van deze moord.

Toen in 1978 vrijwel vast kwam te staan dat Pinochet de uiteindelijke verantwoordelijke was, leek de zaak-Letelier een soort Watergate voor de Chileense president te gaan worden. (Een van de redenen waarom dit niet gebeurde is dat Chili geen democratie is.) Het op klaarlichte dag in het centrum van de hoofdstad van de Verenigde Staten om het leven brengen van een voormalige Chileense diplomaat en een Amerikaans staatsburger werd door een Amerikaans gerechtshof een van de meest monsterlijke internationale misdaden uit de recente geschiedenis genoemd. De weigering van de autoriteiten in Santiago om generaal Contreras en twee andere bij de moord betrokken Chileense officieren uit te leveren was, tot Reagan het Witte Huis betrok, voor de Amerikaanse regering aanleiding de betrekkingen met Chili verder te verkoelen.
 

Assassination on Embassy Row is eigenlijk meerdere boeken in een. Het is een ongelofelijk gedetailleerde beschrijving van de voorbereidingen die aan de moord vooraf gingen, waarbij de lezer meegevoerd wordt naar het huiveringwekkende milieu van met elkaar samenwerkende Zuidamerikaanse geheime dienst en Cubaanse ballingen voor wie moord niets anders is dan het elimineren van de vijand. Ook het moeizame verloop van het FBI-onderzoek, dat uiteindelijk uitmondt in het proces dat begin 1979 in Washington plaatsvond, wordt met veel 'inside' kennis op de voet gevolgd. Daarnaast is het boek een portret van Orlando Letelier en ook van Michael Townley.

Bovendien geeft het een analyse van Chili's geschiedenis, zowel voor als na de coup. De werkwijze en de betekenis van de geheime dienst DINA is waarschijnlijk nog niet eerder zo uitgebreid gedocumenteerd. Maar behalve de duidelijk zichtbare smerige praktijken van deze dienst wordt ook het zelfverzekerde optreden van de zogenaamde Chicago-boys - de volgelingen van de econoom Milton Friedman - doorgelicht. Flitsende jongemannen die ervan overtuigd zijn dat de technocratische verlichting die zij belichamen eindelijk vrij baan kreeg om een achtergebleven land vooruit te stuwen in de moderne wereld.

Tenslotte is Assassination on Embassy Row een boek over de Amerikaanse politiek tegenover Chili. Een politiek, zo laten Dinges en Landau zien, die in de zaak-Letelier niet eenduidig is. Zo heb je bijvoorbeeld aan de ene kant de doorwroetende FBI-agenten die niet rusten voor zij het spoor van de moordenaars hebben achterhaald, maar is er aan de andere kant een CIA die op de hoogte was van activiteiten van de DINA. De schrijvers vervallen niet in de simpele samenzweringstheorie dat de CIA er dus wel achter gezeten zal hebben, maar stellen aan het eind van hun boek wel een aantal zeer klemmende, op feiten gebaseerde vragen. Verder willen zij niet gaan want, zo zeggen zij, terwijl de auteur van een verzonnen verhaal de feiten en zijn personages volledig beheerst, tart in het werkelijke leven de intrige de literaire beheersing.

Spionageroman

Die terughoudendheid kennen Arnaud de Borchgrave en Robert Moss niet. Zij beheersen in hun boek The Spike de intrige volledig, omdat zij een pure spionageroman schreven. Maar met The Spike, een boek waarvoor Reagan tijdens zijn verkiezingscampagne reclame maakte en dat in de Verenigde Staten een bestseller werd, is iets vreemds aan de hand. Het werd toen het vorig jaar op de Amerikaanse markt verscheen op de voorkant aangeprezen als een verhaal dat zo explosief is dat het alleen als fictie verteld kan worden. Op de omslag van de pocketeditie die sinds kort in Nederland te krijgen is heet het dat The Spike gaat over de geheime geschiedenis van onze tijd. De Borchgrave is een rechtse Amerikaanse journalist die zich beroemt op zijn uitstekende contacten met westerse inlichtingendiensten. De Engelse publicist Moss is een goede vriend van het Chileense bewind en schreef eerder Chile's Marxist Experiment, een boek dat door de regering Pinochet als propagandawerk werd verspreid.

Hoofdpersoon in The Spike is Robert Hockney, een jonge Amerikaanse journalist die snel carriere maakt door een reeks onthullende artikelen te publiceren over de praktijken van de CIA en het Amerikaanse leger in Vietnam. Geleidelijk aan komt hij echter tot de conclusie dat hij zich heeft laten gebruiken door de speciale afdeling van de KGB, 'Directoraat A', die belast is met de verspreiding van 'desinformatie'. Dat gebeurt via het in Washington gevestigde 'Institute for Progressive Reform', via met de Sovjet-inlichtingendienst samenwerkende Amerikanen die tot in de hoogste regionen van het regeringsapparaat zijn doorgedrongen, de zogenaamde 'mollen', en via respectabele kranten die zonder dat ze het weten worden gemanipuleerd. Van een pas ontslagen onderdirecteur van de CIA, Nick Flower, komt Hockney aan de weet dat de Russen het 'Plan' hebben om de Perzische Golf, de Derde Wereld, ja zelfs de Verenigde Staten in hun greep te krijgen. Een theorie die later bevestigd wordt door een afvallige KGB-agent, Viktor Barisov. Hockney schrijft de 'Big Story', maar zijn krant gelooft het verhaal niet en verwijst het naar 'the spike' - een pen waarop krantenredacties afgekeurde berichten prikken. Uiteindelijk krijgt Hockney toch zijn gelijk, als een conservatieve senator, O'Reilly, op grond van zijn informatie hoorzittingen organiseert met Barisov als kroongetuige.

Ferme Taal

Barisov noemt namen en achtereenvolgens vallen de koppen van de progressieve vice-president van de Verenigde Staten, van een senator die voorzitter was van een onderzoekscommissie naar wanpraktijken van de CIA, van een lid van de Nationale Veiligheidsraad en van de directeur van de CIA. Na een grondige zuivering van het Amerikaanse regeringsapparaat en de benoeming van O'Reilly tot vice-president kan er weer een krachtige politiek tegen de Russen ontwikkeld worden. Guerrilla-verzet tegen pas geïnstalleerde marxistische regimes in het Midden-Oosten krijgt omvanrijke Amerikaanse steun waardoor in enkele dagen de controle over de belangrijkste olievelden aan de Golf weer hersteld wordt. De NAVO-partners wordt meteen daarna voorgesteld honderd middellange-afstandsraketten in West-Europa te stationeren als tegenwicht tegen de duizend SS-20 raketten van de Russen en de Atlantische alliantie uit te breiden tot een wereldomvattende defensiestructuur voor alle landen die door Sovjet-expansie bedreigd worden.

De president van de Sovjet-Unie is furieus en dreigt de Amerikaanse vice-president via de 'hot line' dat als de VS hun steun aan de rebellen in de Golf-staat niet onmiddellijk intrekken, Sovjet-troepen de olievelden gewapenderhand terug zullen veroveren. O'Reilly leest de Rus echter de les: We hebben uw soort bevrijdingsbewegingen over de hele wereld heel wat jaren getolereerd, meneer de president. Het wordt tijd dat u leert pro-westerse guerrilla's te tolereren. Wat ik wil zeggen is dat als u probeert uw troepen te laten landen in de Saoedische olievelden, onze jongens er zullen zijn om ze partij te geven.

Ferme taal, die zo uit de mond van Ronald Reagan lijkt te komen. Een politieke booschap ook, die als twee druppels water lijkt op die van het rechtse Amerikaanse 'Committee on the Present Danger', schreef Andrew Kopkind, voorheen redacteur van het Amerikaanse blad 'Ramparts', eind vorig jaar in een recensie van The Spike. Dit comité werd in 1975 opgericht en Richard Allen, de huidige veiligheidsadviseur van Reagan, was er lid van. Kopkind ziet The Spike als een produkt van het nieuwe Koude-Oorlogsklimaat in de Verenigde Staten. In de oude koude oorlog waren de Communistische Partij en zijn fellow travellers de 'binnenlandse vijand'. Met het overlijden van de CP als een geloofwaardig spook is er een nieuwe vijand geschapen: KGB-mollen en hun 'liberals' die zich laten misleiden. Dat was de samenzweringstheorie die werd ontwikkeld door Angleton van de CIA (de ontslagen CIA-onderdirecteur Flower in The Spike) en die werd verworpen door Colby (de directeur van de CIA).

Door The Spike als fictie te schrijven maar als werkelijkheid te presenteren, hebben de Borchgrave en Moss een slimme truc uitgehaald. In het boek zitten zoveel verwijzingen naar echt bestaande personen en instellingen en worden bovendien verzonnen namen zo afgewisseld met die van Jimmy Carter, Jane Fonda, Leonid Brezjnew, dat het toch als non-fiction gelezen en besproken wordt.

Centraal in hun samenzweringstheorie staat het 'Institute for Progressive Reform'. Een instituut, aldus The Spike, dat is opgericht om de sleutelposities in Washington: het Congres, de media en de regering te penetreren en, wanneer mogelijk, te manipuleren. Het heeft, nog steeds volgens het boek, ook een vestiging in Amsterdam, het 'Multinational Institute', gevestigd in de Paulus Potterstraat. Vooral met die laatste aanduiding hebben de auteurs er geen twijfel over willen laten bestaan op welk instituut zij het gemunt hebben: het in Washington gevestigde Institute for Policy Studies en haar dochterorganisatie Transnational Institute in Amsterdam.

Letelier was directeur van het Transnational Institute tot hij in 1976 werd vermoord. Zijn collega Saul Landau heeft samen met John Dinges over de zaak-Letelier een betrokken maar uiterst zorgvuldig gedocumenteerd boek geschreven. Zij gebruikten de fictievorm om ware gebeurtenissen indringender te kunnen vertellen, Moss en De Borchgrave hebben een door hen verzonnen werkelijkheid verheven tot een waar verhaal.

Copyright 1981 NRC Handelsblad