Colombia: Onbereikbare vrede

01 May 1999
Article
"De jongste vredespoging in Colombia lijkt kort na het hoopvolle begin alweer in het slop te geraken. Voorzover er nog gepraat wordt, lijkt het te gaan over de condities van een verhevigde oorlog." Martin Jelsma beschouwt de lange donkere tunnel en de weinige lichtpuntjes.

"De jongste vredespoging in Colombia lijkt kort na het hoopvolle begin alweer in het slop te geraken. Voorzover er nog gepraat wordt, lijkt het te gaan over de condities van een verhevigde oorlog. Martin Jelsma van het Transnational Institute (TNI) beschouwt de lange donkere tunnel en de weinige lichtpuntjes."

In Colombia zijn sinds het aantreden van een conservatieve regering in augustus vorig jaar vredesbesprekingen op gang gekomen met de FARC. Deze 'Revolutionaire Strijdkrachten van Colombia' zijn verreweg de sterkste guerrillabeweging van het land, met naar schatting 15 duizend mensen onder de wapenen en een derde van het land min of meer onder controle. Het is niet de eerste keer dat regering en FARC in Colombia met elkaar praten. De schaduw van eerdere mislukkingen hangt zwaar over de onderhandelingstafel. Onder president Betancur werd in de periode 1982-'85 een amnestie afgekondigd, kwam het tot een staakt-het-vuren en werd de legale politieke partij Unión Patrótica (UP) opgericht. Een paramilitaire uitroeiingscampagne smoorde de poging in bloed; zo'n drieduizend UP-leden werden vermoord. Toen de guerrillabeweging M-19 en een drietal kleine guerrilla-fracties in 1991-'92 wel de wapens hadden ingeleverd, ondernam de FARC een tweede vruchteloze onderhandelingspoging. Sindsdien is de FARC in kracht verdubbeld. De beweging consolideerde de controle over het zuiden van het land en behaalde keer op keer militaire successen in confrontaties met het leger. Maar ondertussen verenigden de paramilitaire eenheden zich in de 'Autodefensas Unidas de Colombia' (AUC). Ook zij groeiden uit tot een afschrikwekkende legermacht en kregen controle over grote delen van het noorden. Het gewapende conflict verhevigde in rap tempo. De uitdijende drugseconomie en ontvoeringsindustrie zorgden voor een onuitputtelijke oorlogskas voor beide partijen. Bloedbaden aangericht door para's leidden tot massale binnenlandse vluchtelingenstromen. De burgerbevolking schreeuwde om een einde aan de steeds vuiler wordende oorlog.

Peuleschil

De nieuwe vredespoging wordt op de achtergrond georkestreerd door Alvaro Leyva, een liberale oudgediende - in ballingschap in Costa Rica - die nauw bij de twee eerdere pogingen betrokken was. Hij kent dus het klappen van de zweep en de vele obstakels. Zijn plan werd enthousiast geadopteerd door de conservatieve verkiezingswinnaar, Andrés Pastrana. Nog voor diens inauguratie bezegelde hij de basis van het plan in een 'gesprek van man tot man' met 'Tirofijo' (Altijd Raak) Marulanda, de mythische leider van de FARC die zich al bijna een halve eeuw gewapend in de jungle ophoudt. De jonge en onervaren president ziet zich aan de onderhandelingstafel geconfronteerd met guerrillero's die stuk voor stuk zijn vader hadden kunnen zijn.

De conservatieve partij onderhoudt nauwere banden met het leger en met de Verenigde Staten, wat door de FARC als voordeel werd gezien. Een vergelijking met El Salvador lijkt voor de hand te liggen. Ook daar raakte het onderhandelingsproces immers pas in een stroomversnelling nadat een rechtse ARENA-regering aan de macht was gekomen. Die bleek voldoende invloed op de militairen te hebben om compromissen af te dwingen. Daar houdt alle vergelijking echter al snel op. Voor Colombia lijkt het Midden-Amerikaanse scenario van 'vredesakkoord, amnestie, demobilisatie en herintegratie' vooralsnog ondenkbaar. Zoals Klaus Nyholm vertelde, die eerder als bemiddelaar van de Verenigde Naties betrokken was bij het vredesproces in El Salvador en nu aan het hoofd staat van het VN drugsbestrijdingsprogamma in Bogota: 'Achteraf bezien was El Salvador een peuleschil vergeleken met wat ons hier nog allemaal te wachten staat...'

"Despeje"

Een moedige stap waarmee het allemaal begon, was de "despeje", de demilitarisering van een gebied zo groot als Nederland in de zuidelijke departementen Meta en Caqueta. Het gebied werd overgedragen aan de FARC en benoemd tot 'laboratorium van de vrede'. Op 7 januari vond in San Vicente del Caguan, de hoofdstad van de vrijzone, de officiële inauguratie plaats van het vredesproces. Naast locatie voor de officiële gesprekken, kreeg het laboratorium steeds meer een functie als informele ontmoetingsplek voor 'alles dat je altijd al over de FARC te weten wilde komen, maar niet durfde te vragen'. Journalisten, parlementariërs, ondernemers, ngo-vertegenwoordigers, internationale delegaties, iedereen kan komen kijken hoe de FARC probeert dat gebied te beheren en kan praten met guerrillero's die voordien clandestien en onbereikbaar in de bergen zaten. Het isolement en het autisme van de FARC werden doorbroken. Van een onzichtbare dreiging waarvan het noemen van de naam alleen al risico's meebracht - om maar te zwijgen over directe contacten - is de FARC een zichtbare realiteit geworden die dagelijks elke huiskamer via televisiebeelden binnenkomt.

Rondom het gebied is een legerbataljon gestationeerd. Daarbinnen heeft de FARC een eigen veiligheidsring aangelegd. Zo'n vijfduizend guerrillero's zijn in het gebied samengetrokken. Formeel gezien blijven de civiele autoriteiten functioneren en is er een speciale neutrale burgerpolitie geformeerd voor het handhaven van de orde. Maar de facto zwaait de FARC de scepter. Het gebied zal tevens dienen als proeftuin voor een alternatief ontwikkelingsplan, gericht op vervanging van de coca en opiumteelt door legale gewassen, een van de heikele thema's van de onderhandelingsagenda. Een proefproject van de VN en het Colombiaanse ministerie zal mogelijkheden van samenwerking met de FARC op dit gebied uittesten. Het loopt daarmee op het grootscheepse 'Plan Colombia' van drie miljard gulden waarmee de vrede economisch bezegeld zou moeten worden.

Paramilitairen

De overeengekomen termijn van de "despeje" loopt af op 7 mei. Of de termijn verlengd wordt, hangt af van het succes van de voor 20 april geplande hervatting van de dialoog. Die werd namelijk van de FARC-kant al na twee weken 'bevroren', nog voordat men zelfs een begin had kunnen maken met het vaststellen van een agenda. Aanleiding voor de FARC was de kwestie van de paramilitairen, die het grootste struikelblok vormen. Om zichzelf een positie te verwerven aan een eventuele onderhandelingstafel, ontketenden de AUC van Carlos Castaño in januari een golf van moordpartijen onder de burgerbevolking. In de eerste dagen van het 'vredesproces' werden daarbij zo'n tweehonderd boeren vermoord die verdacht werden van steun aan of sympathie voor de guerrilla. Pastrana stelde dat er misschien gedacht moest worden over het openen van een aparte onderhandelingstafel met de AUS. Dit gebaar in de richting van Castaño werd onmiddellijk afgestraft door de FARC met een bevriezing van de dialoog. Zonder een eenduidig regeringsbeleid gericht op bestrijding en ontmanteling van de para's zou er geen sprake zijn van een dialoog met de FARC. Prompt overhandigde de FARC een lijst van honderd militairen die beschuldigd werden van samenwerking met de paramilitairen. Op de lijst, die gebaseerd bleek op informatie van het openbaar ministerie, figureren meerdere generaals. De FARC gaf de regering drie maanden de tijd bereidheid te tonen om aan die banden een einde te maken. Van de kant van Colombiaanse en internationale mensenrechtenorganisaties wordt al lange tijd aangedrongen op serieuze stappen in die richting. Het speciale militaire 'Bloque de Busqueda', de opsporingseenheid die tegen de paramilitairen werd ingezet, wordt wel schertsend het 'Bloque de Auto-Busqueda' genoemd: de eenheid die zichzelf moet opsporen. Meer dan enkele para's van lagere rang zijn tot nog toe niet opgepakt en directe militaire confrontaties met de AUC hebben zich nog nooit voorgedaan. Toen eind december de FARC zelf het AUC-hoofdkwartier bestormde en met de grond gelijk maakte, werd Castaño op het laatste nippertje met een militaire helikopter in veiligheid gebracht. In een duidelijk gebaar aan de FARC, heeft Pastrana begin april de twee beruchtste koppen van de lijst laten rollen. Twee generaals werden wegens banden met paramilitairen van hun hoge functies ontheven.

Steeds vaker wordt het beeld gepropageerd dat de enige uitweg - in plaats van een serieus onderhandelingsproces met de guerrilla - te vinden is in een strategie gericht op het versterken van de capaciteit van het leger. Dit om effectiever op te kunnen treden tegen extremisten aan beide kanten. Onder de huidige verhoudingen is zo'n strategie een gevaarlijke illusie. De door de FARC afgedwongen impasse in het vredesproces is niets meer of minder dan een lakmoesproef naar de krachtsverhoudingen tussen regering en gematigde versus reactionaire fracties binnen het leger. Een test zogezegd naar de mate waarin de regering Pastrana in staat zou zijn het paramilitaire project onder controle te krijgen in de loop van het onderhandelingsproces. Zonder die zekerheid is elke stap in de richting van een ontwapeningsscenario voor de FARC een suïcidale strategie. En niet alleen voor een eventuele nieuwe UP-variant, waaraan ondergronds onder de naam 'Movimiento Bolivariano por la Nueva Colombia' al gewerkt wordt, maar ook voor iedereen die in de ogen van de AUC tot het 'guerrilla-sympathisanten-spectrum' gerekend worden, dat wil zeggen mensenrechtenactivisten, vakbonds- en boerenleiders, et cetera.

Het sociale masker dat Castaño zichzelf en zijn troepen probeert aan te meten, is gebaseerd op kleinschalige landhervormingsprojecten die worden opgezet in regio's waar hun 'schoonmaakoperaties' al ver genoeg gevorderd zijn. Achter de AUC gaat nog steeds een politiek en economisch project schuil van grootgrondbezitters en drugshandelaren, gekenmerkt door een nieuwe concentratie van landbezit, gedwongen evacuaties en politieke zuiveringen. Keer op keer wordt de AUC aangewezen als de eerst verantwoordelijke voor bloedbaden onder de burgerbevolking, mensenrechtenschendingen en vluchtelingenstromen, op een schaal waarbij Kosovo verbleekt.

"Canje"

Naast "despeje" is een tweede sleutelwoord in de huidige fase de "canje": de ruil van de 336 militairen en politie-agenten die in handen zijn van de FARC, tegen zo'n 450 gevangen guerrillero's. De manier waarop daarover onderhandeld wordt is tekenend voor het karakter van het vredesproces. In de eerdere processen in Colombia en Midden-Amerika waren de sleutelwoorden 'staakt het vuren' en 'amnestie'. Geen van beide zijn meer in zicht op dit moment in Colombia en de "despeje" en "canje" zijn de varianten die gevonden zijn voor dit stadium van onderhandelen temidden van een zich verhevigende oorlog. De gevangenenruil wordt besproken in termen van een 'humanisering' van de oorlog. Ze is losgekoppeld van de langere termijn onderhandelingen die ooit een einde aan het conflict beogen. De FARC wil dat een wet wordt aangenomen die een permanent mechanisme van uitruil mogelijk maakt, ook voor nog gevangen te nemen soldaten en guerrillero's. Voor de regering is dat niet onbespreekbaar. Voorwaarde is alleen dat er tegelijk afspraken gemaakt kunnen worden over het respecteren van humanitaire rechtsregels. Dat slaat met name op de kidnappraktijken van de FARC, die vorig jaar in totaal 667 mensen ontvoerden (30 procent van het totale aantal ontvoerden van 2.216) om hun oorlogskas te spekken. Deze financieringsmethode, die ook door andere guerrillaorganisaties en door paramilitairen gebezigd wordt, veroorzaakt een permanente angst onder brede lagen van de bevolking. Het zijn niet alleen rijke industriëlen of grootgrondbezitters die ontvoerd worden, maar ook kinderen van middelgrote boeren of van de plaatselijke middenstand. Van regeringswege wordt geprobeerd via de "canje"-onderhandelingen tevens een einde te maken aan deze dramatische situatie. De FARC heeft in elk geval geaccepteerd dat daarover gepraat kan worden. Een doorbraak over de gevangenen en ontvoerden zou het vertrouwen in het vredesproces een enorme impuls kunnen geven.

Donkere tunnel

Vertrouwen is waar het tot op heden ernstig aan ontbreekt. Er is breed cynisme over de politieke wil van betrokken partijen om tot vrede te komen. In feite is de situatie nog ernstiger, want meer dan 'wil tot vrede' zijn het uiteindelijk politieke en militaire berekeningen die de dynamiek van onderhandelingsprocessen bepalen. En op dit moment lijkt geen van de gewapende partijen erg overtuigd te zijn dat er voor hen iets te winnen is met een dialoog. De paramilitairen hebben alleen maar veel te verliezen, zeker zolang ze van elke dialoog zijn uitgesloten. Zij doen er dus alles aan om het vredesproces te verstoren. Voor de eerste week van mei heeft Castaño een grootscheepse invasie van het "despeje" gebied aangekondigd. Logistiek een vrijwel ondenkbare operatie, maar het draagt niet bepaald bij tot een ontspannen sfeer voor de lopende gesprekken tussen regering en guerrilla. De FARC - zoveel is duidelijk - heeft geen haast. De FARC-posities in het zuiden zijn dermate sterk dat de beweging met de huidige status quo voorlopig redelijk kan leven. De betastingheffing over de coca-economie kan financieel een aardig handje helpen, ook al zal dat niet meevallen als de inkomsten uit de ontvoeringsindustrie weg zouden vallen. Een deel van de FARC verkeert meer dan ooit in een revolutionaire waan en ziet Bogota binnen enkele jaren vallen. Een volstrekte illusie, gezien de exponentieel groeiende steun van de Verenigde Staten aan de totaal verstrengelde opstands- en drugsbestrijding. Voor dit jaar beloofde Washington meer dan honderd militaire adviseurs, nieuwe moderne gevechtshelikopters en een door de CIA te installeren infrarood radarsysteem waarmee in het hele zuiden troepenbewegingen gedetailleerd in kaart gebracht kunnen worden. De afschuwwekkende moord op drie Amerikanen - vertegenwoordigers van progressieve ngo's - door een FARC-eenheid aan de Venezolaanse grens heeft het tromgeroffel van het Republikeinse Congres nog eens doen versterken. Na enkele jaren van nederlagen begint daarmee nu ook aan militaire zijde de concessiebereidheid om te slaan naar overwinningsroes.

Hoe een denkbeeldig 'vredesakkoord' voor Colombia er ooit uit zou kunnen zien weet niemand. Het tien punten programma van de FARC geeft daarover weinig helderheid. De regering heeft erop gereageerd door te zeggen dat 'op enkele detailkwesties na, de eisen van de FARC de plicht zijn van elke democratische overheid'. Het belangrijkste op dit moment is dat het proces in beweging blijft, dat er meer ruimte komt voor de inbreng van maatschappelijke sectoren en dat de internationale gemeenschap een actievere rol gaat spelen. En de magere hoop is dat de combinatie van een verlengde "despeje", een succesvolle "canje" en nieuwe gespreksdeelnemers een onderhandelingsdynamiek in gang zetten die Colombia door de lange donkere tunnel leidt naar een uitkomst die niemand nu nog voor mogelijk houdt.

Het ELN - een proces apart

De tweede guerrillabeweging, het Nationale Bevrijdings Leger (ELN), is sinds een jaar ook betrokken in een vredesproces met een geheel ander karakter. Zowel de regering als de FARC staan aan de zijlijn. Het is ontstaan vanuit gesprekken met kerkelijke instanties, vakbonden en mensenrechtenorganisaties en richt zich in eerste instantie op het ontwikkelen van een maatschappelijk breder gedragen platform. Nog met de vorige regering Samper werd in februari 1998 een 'pre-akkoord' gesloten in Madrid.

In juli vorig jaar werd in Mainz, Duitsland, een bijeenkomst gehouden, waar het ELN en sociale organisaties het 'Poort van de Hemel'-akkoord sloten. Volgens de regering een 'akkoord over oorlog en een eerste stapje naar vrede'. Een brede 'Nationale Conventie' zou dit jaar de agenda voor direktere vredesbesprekingen moeten bepalen.

Gestimuleerd door de volledig gescheiden op gang gekomen gesprekken tussen regering en FARC, vroeg ook het ELN in februari om een despeje, het demilitariseren van een gebied in het noordelijke departement Bolivar, om de Conventie in het binnenland te kunnen realiseren. Na een aantal informele gesprekken in Venezuela heeft de regering het idee van een ELN-despeje van de hand gewezen.

Een groot verschil met de FARC is dat het ELN militair gezien vanuit een verzwakte positie de dialoog aangaat. Hun posities in het noorden zijn de afgelopen jaren zwaar onder druk komen te staan door het paramilitaire offensief. Van verschillende kanten worden op dit moment pogingen ondernomen om de twee vredesprocessen aan elkaar te koppelen, een stap waar de twee bewegingen zelf nog niet enthousiast op gereageerd hebben.

Verschillende verzwakte militaire fronten van het ELN zijn het afgelopen half jaar at min of meer door de FARC overgenomen en gesteund in de strijd tegen de oprukkende paramilitairen. Want, zoals een voormalig guerrillaleider zegt die zelf ooit de wapens neerlegde: 'De oorlog is een feit, de vrede slechts een droom'.

"Copyright 1999 La Chispa"