Intro: Een verkeerde stap in een foutieve richting

07 October 1999
Article

Op 13 april 1999 sloot Nederland een verdrag met de Verenigde Staten over de vestiging van Amerikaanse militaire steunpunten op Aruba en Curaçao, de zogenaamde "Forward Operating Locations" (FOLs). Onderhandelingen over een verlenging voor een periode van tien jaar zijn nu gaande.

Back to contents

Op 13 april 1999 sloot Nederland een verdrag met de Verenigde Staten over de vestiging van Amerikaanse militaire steunpunten op Aruba en Curaçao, de zogenaamde "Forward Operating Locations" (FOLs). Onderhandelingen over een verlenging voor een periode van tien jaar zijn nu gaande. Minister Van Aartsen doet het in zijn brief over het eenjarige verdrag aan de Kamer voorkomen alsof de FOLs niet meer zijn dan een simpele voortzetting van de bestaande samenwerking met de VS bij de drugsbestrijding in het Caraibisch gebied. (1) Dat is wel een zeer beperkte voorstelling van zaken. Ten onrechte, de vestiging van de FOL-bases betekent dat Nederland betrokken raakt bij een contraproduktieve 'war on drugs', en de steeds verdergaande Amerikaanse inmenging in de binnenlandse oorlog in Colombia - zonder dat zij daar enige invloed op kan uitoefenen.

De FOLs betekenen een stap verder dan 'bestaande samenwerking met de VS'. De bases zijn een puur Amerikaanse aangelegenheid. Het Koninkrijk stelt in feite grondgebied ter beschikking aan de VS die daar naar eigen goeddunken kunnen opereren. Daarnaast komt het toelaten van de bases op een zeer ongelukkig moment. Vorig jaar is in Colombia een vredesproces op gang gekomen om een eind te maken aan het al veertig jaar durende bloedige conflict tussen de Colombiaanse staat en de guerrilla. Nederland faciliteert de toenemende inmenging van de Verenigde Staten en de militarisering van de drugsbestrijding. Tot teleurstelling mensenrechtenorganisaties die de vergaande bemoeienis van de VS met Colombia beschouwen als een ondermijning van het vredesproces.

De "Forward Operating Locations" zijn noodzakelijk nu de VS dit jaar gedwongen zijn hun militaire aanwezigheid in Panama te beëindigen, als gevolg van het akkoord tussen de presidenten Torrijos en Carter uit 1977 om de kanaalzone terug te geven aan Panama. Bases en commando-centra worden verplaatst naar Florida en Puerto Rico. Pogingen om de Amerikaanse aanwezigheid in Panama voort te zetten in de vorm een "Multilateral Counterdrugs Center" (MCC) waren in september 1998 definitief mislukt. Daarmee gingen de bases van waaraf jaarlijks 2000 antidrugs-missies werden uitgevoerd verloren. Een van de redenen van Panama om de onderhandelingen te beëindigen was de wens van het Pentagon om niet te worden beperkt tot alleen drugsbestrijding. (2)

Een aantal belangrijke aspecten van de beslissing de VS militaire faciliteiten op Aruba en Curaçao toe te staan zijn niet in aanmerking genomen in de tot op heden summiere discussie over de FOLs. Nu onderhandelingen gaande zijn om het verdrag met tien jaar te verlengen is het tijd een aantal heikele punten aan de orde te stellen.

I. Het besluit de FOLs toe te laten is een breuk in het Nederlandse beleid ten aanzien van de drugsproblematiek

Er zijn belangrijke verschillen in de Nederlandse en Amerikaanse benadering van het drugsprobleem. In plaats van de realistische benadering van drugs als een volksgezondheidsprobleem zoals in Nederland, zijn drugs in de VS officieel een kwestie van nationale veiligheid. Dat leidt tot een steeds verdergaande militarisering van de 'war on drugs'. Het wapengekletter van de Amerikaanse drugsbestrijding staat haaks op de politiek van 'harm reduction' (schadebeperking) die Nederland, vaak tot irritatie van de VS, in internationale fora uitdraagt.

In de betrokken produktielanden gaat de drugsoorlog ten koste van principes als bescherming van mensenrechten, conflictpreventie en zorg voor het milieu. Bovendien tonen de cijfers aan dat drugshandel en drugsproduktie niet zijn afgenomen. Het toestaan van de FOLs op Aruba en Curaçao is een teken van instemming met de huidige drugspolitiek van de Amerikaanse regering en maakt het Koninkrijk medeplichtig aan de contraproduktieve 'war on drugs'. (Zie Bijlage 1)

II. Nederland raakt betrokken bij militaire operaties tegen de guerrilla in Colombia

Minister Van Aartsen verzekert dat de bases niet zijn bedoeld voor militaire operaties in de regio, maar uitdrukkelijk alleen voor drugsbestrijding. Het probleem is dat in de context van Colombia niet duidelijk is waar drugsbestrijding ophoudt, en militaire opstandbestrijding van de guerrilla begint. Het verschil tussen de twee is inmiddels zo dun dat "The Washington Post" het omschrijft als "so blurred as to be meaningless" - zo vaag dat het zinloos is. (3) De onafhankelijke Colombiaanse krant" El Espectador" citeerde onlangs een 'bron van het State Departement' die wist te melden dat "de nieuwe antidrugsbases in Ecuador, Aruba en Curaçao strategische punten worden om de stappen van de guerrilla en diens herhaaldelijke invallen in Venezuela, Panama, Brazilië, Peru en Ecuador van zeer nabij te kunnen volgen". (4).

Verstrengeling drugsbestrijding en opstandbestrijding:Drugs vormen een belangrijke motor van het conflict in Colombia. De guerrilla financiert haar oorlogskas voor een belangrijk deel uit de opbrengsten van de 'belastingen' die zij heft op de teelt, produktie en transport van coca en cocaïne. Voor Amerikaanse autoriteiten een reden de rebellen om te dopen tot 'narco-guerrilla'. Afgezien van het feit dat dit een simplistische voorstelling van zaken is, helpt deze aanpak het wankele vredesproces in Colombia niet. De Amerikaanse "Drug Enforcement Administration" (DEA) zegt zelf dat de FARC niet is te beschouwen als een drugskartel. (5)

De VS is de gedemilitariseerde zone die president Pastrana aan de FARC heeft toegekend om de vredesgesprekken in gang te zetten, een doorn in het oog. Volgens hen is dat een uitvalsbasis voor guerrilla-akties en drugshandel. President Pastrana verzet zich tegen de versimpeling van het conflict door het concept van de 'narco-guerrilla':

"Ik ben daar duidelijk over: de FARC is geen drugskartel. Daar zijn geen bewijzen voor. Dat neemt niet weg dat ze leven van de revolutionaire belastingen die ze heffen van cocaboeren. [...] Als ik de FARC als 'narco-guerrilla' zou beschouwen, zou ik nu niet aan het onderhandelen zijn. De FARC heeft om een politieke status gevraagd en die hebben we hun gegeven. Wat de VS denken is hun zaak". (6)

Klaus Nyholm, vertegenwoordiger van de "United Nations International Drug Control Programme" (UNDCP) zegt dat de drugsproductie niet gestegen is sinds de FARC de zone onder controle heeft. (7)

Het concept 'narco-guerrilla' lijkt een poging de guerrilla aan te pakken onder het mom van drugsbestrijding. "El Espectador" wist de hand te leggen op een memorandum van het "State Department" over de Amerikaanse strategie om de uitbreiding van het conflict naar de rest van de regio te vermijden. Een van de punten is dat "met het doel niet af te wijken van de missies die zich in principe moeten concentreren op drugsbestrijding en met het oogmerk discussies op het internationale vlak en in het Congres te vermijden, worden inlichtingen en militaire activiteiten tegen FARC en ELN voornamelijk in de context geplaatst van hun status als narco-guerrillas". (8)

De verstrengeling is vooral merkbaar op het gebied van het verzamelen van inlichtingen. Juist daar zijn de FOLs een belangrijke schakel in de Amerikaanse militaire logistiek die in en rond Colombia aanwezig is. Sinds maart 1999 worden inlichtingen -'sensitive real-time intelligence' in vakjargon- door de Amerikaanse ambassade gedeeld met het Colombiaanse leger. Zonder dat er een garantie is dat de informatie alleen voor drugsbestrijding zal worden gebruikt, concludeerde het "General Accounting Office" (GAO) -een soort Rekenkamer van de Amerikaanse overheid- in een recent rapport. (9)

Generaal Charles Wilhelm, commandant van SouthCom -het Southern Command van het Amerikaanse leger, verantwoordelijk voor militaire operaties in Latijns Amerika, en de baas van de FOL-bases op Aruba en Curaçao- ziet de sleutel tot vrede in Colombia in het ontnemen van de drugs-inkomsten van de guerrilla. (10) SouthCom's taken in de regio reiken verder dan drugsbestrijding, ook 'counter-insurgency' (opstandbestrijding) en het assisteren van het Colombiaanse leger in dat soort operaties behoren tot de verantwoordelijkheid.

Duidelijk is dat onder het mom van drugsbestrijding militaire operaties tegen de guerrilla worden uitgevoerd - althans dat de twee niet te scheiden zijn. De scheidslijn zal nog verder vervagen door het opzetten van een antidrugs-bataljon, eind dit jaar, van het Colombiaanse leger - met substantiële hulp van de VS in de vorm van training en bewapening. Dat bataljon heeft de taak de politie voor te gaan bij antidrugs-operaties in de gebieden die onder controle staan van de guerrilla. (Zie Bijlage 2)

FOLs en de veranderde samenwerking met de VS: De herstructurering van Amerikaanse militaire aanwezigheid in de regio na het vertrek uit Panama, betekent een fundamenteel andere invulling van de bestaande samenwerking tussen Nederland en de VS op het gebied van drugsbestrijding: van samenwerking bij het onderscheppen van drugstransporten in het Caraibisch gebied, naar betrokkenheid bij drugsbestrijding in de zogenaamde bronlanden, met name Colombia.

Van Aartsen heeft de Kamer niet gemeld dat de herstructuring van de Amerikaanse militaire aanwezigheid in de regio betekent dat de FOLs onder een nieuw geïntegreerd commando komen te staan. De "Joint Interagency Task Force East" (JIATF East), waarin Nederland met de VS samenwerkte voor operaties in de doorvoer zone in de Caraïben, wordt samengevoegd met de voorheen in Panama gevestigde JIATF South, verantwoordelijk voor operaties in de bronlanden. (11) Zodoende worden de FOLs ook een uitvalsbasis voor operaties in Colombia.

Op 9 juni plaatste staatssecretaris De Vries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties het functioneren van de FOLs nog steeds in het kader van de bestaande samenwerking in JIATF-East. Zonder te vermelden dat drugstsaar McCaffrey al in april meldde dat JIATF-East en JIATF-South per 1 mei werden samengevoegd en onder een commando kwamen te staan. Ook minister Van Aartsen heeft de Kamer over deze belangrijke verandering niets gemeld in beantwoording op kamervragen. (12) (Zie Bijlage 4)

III. Nederland raakt betrokken bij mensenrechtenschendingen

Mensenrechtenorganisaties waarschuwen voor het inzetten van het leger bij de drugsbestrijding. De Colombiaanse militairen hebben geen beste reputatie op het gebied van mensenrechten, met name vanwege de stilzwijgende steun aan, en actieve samenwerking met, paramilitaire groepen die verantwoordelijk zijn 73% van politieke moorden in Colombia. (13) Ondanks het feit dat de VS benadrukt dat elke individuele militair van het nieuwe antidrugs-bataljon is gescreend op het schenden van mensenrechten -een wettelijke verplichting voor Amerikaanse militaire hulp- is dat nog geen garantie. Het antidrugs-bataljon is bedoeld om de antidrugs-taken van bestaande legereenheden te steunen en te coördineren. Volgens het eerder genoemde rapport van de GAO hebben slechts drie van de zes brigades die opereren in de belangrijkste drugs producerende gebieden de screening doorstaan.

De bijna dagelijkse berichten over bloedbaden en gruwelijke moordpartijen op veronderstelde aanhangers van de guerrilla door paramilitairen halen de Nederlandse pers al lang niet meer. Standrechtelijke executies en wijdverbreide gijzelingsakties van de guerrilla evenmin. Het is eerder regel dan uitzondering. Het inschakelen van het leger dreigt die situatie alleen maar te verslechteren.

In september 1999 pleitte een internationale delegatie van mensenrechtenorganisaties krachtig tegen het inzetten van het leger voor antidrugs-taken in Colombia. In de commissie waren vertegenwoordigd o.a. de Spaanse rechter Baltasar Garzón (bekend van de aanklacht tegen Pinochet), Francisco Soberón (vice-president van de Internationale Mensenrechten Federatie), Kerry Kennedy (dochter van Robert Kennedy en oprichtster van het mensenrechtencentrum met zijn naam) en Frank LaRue (voorvechter van mensenrechten in Guatemala). Verwijzend naar het huidige Congres-debat over een mega-budget voor militaire anti-drugsoperaties in Colombia, luidt de conclusie van de missie:

"Wat betreft de mogelijke verwezenlijking van steun voor drugsbestrijding van de Verenigde Staten aan Colombia, uiten we onze bezorgdheid dat die steun op een negatieve manier invloed kan hebben op de geldende regels voor de Rechten van de Mens. Om die reden verklaren we ons tegenstander van die steun, zolang het respect voor mensenrechten niet gegarandeerd kan worden."

De delegatie constateerde in haar rapport verder dat er dit jaar tot 21 september 269 bloedbaden zijn gepleegd en 1299 doden zijn gevallen - bijna vijf per dag. (14)

IV. Nederland compromitteert zich met een politiek die het vredesproces in Colombia ondermijnt en die volgens sommige waarnemers afstevent op een interventie

Drugsbestrijding zoals die in Colombia plaatsvindt is een ernstig obstakel in het vredesproces - en juist nu geeft Nederland een verkeerd signaal af door de VS ter wille te zijn met het toelaten van de FOLs. In plaats van te pogen de angel van drugs uit het vredesproces te trekken, helpt Nederland de VS met het opvoeren van gemilitariseerde drugsbestrijding. De wortels van het conflict in Colombia zitten dieper dan de simpele gelijkstelling drugs-guerrilla. De noodzaak van landhervormingen, verdergaande democratisering en een serieuze aanpak van de paramilitairen worden door vele maatschappelijke organisaties onderstreept. Het zijn enkele van de thema's die de "Fuerzas Armadas Revolucionarias de Colombia" (FARC) aan de orde heeft gesteld in de vredesbesprekingen met de regering. Evenals een vreedzame oplossing voor de drugsproduktie via de weg van alternatieve ontwikkeling, om boeren -die voor hun overleving afhankelijk zijn van de coca- een uitweg te bieden.

De houding van de VS ten opzichte van het vredesproces is tweeslachtig. President Clinton steunt verbaal de Colombiaanse president Andrés Pastrana in zijn moeizame onderhandelingen met de FARC, de grootste guerrilla-beweging. Republikeinse havikken in het Amerikaanse Congres ondermijnen echter de voorzichtige benadering van Clinton door keer op keer te benadrukken dat het vredesproces niet ten koste mag gaan van de 'war on drugs' - soms geholpen door uitspraken van hoge functionarissen van de regering Clinton zelf. Deze benadering wordt afgedwongen via wetsontwerpen van de Republikeinse meerderheid die Amerikaanse steun aan Colombia in dit kader plaatsen.

Het debat in het Amerikaanse Congres over Colombia raakt steeds meer doortrokken van een ouderwetse koude-oorlogs-rethoriek. Bij de aankondiging van een pakket ter waarde van 1,6 miljard dollar aan steun voor Colombia voor de komende drie jaar, omschreef een senator de situatie aldus:

"More than a decade ago, the biggest threat to stability from within our hemisphere was Communism. Today, the Communists have been replaced by drug traffickers and the thugs they hire to protect their lucrative industry. The result is violence, regional instability, and the crumbling of democracy". (15)

De Amerikanen hameren op het feit dat het conflict zich over de grenzen van Colombia dreigt uit te breiden - hoewel daar op enkele incidenten na geen aanleiding voor is. Er zijn aanwijzingen dat dit onderdeel uitmaakt van een strategie om de Colombia's buurlanden klaar te stomen voor een interventie, in eerste instantie politiek, maar mogelijk ook militair. Een initiatief van de VS tijdens de laatste vergadering van de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) gaf de lidstaten het idee in overweging om een multinationale instantie te creëeren die zou kunnen interveniëren, mocht het zover komen, in die landen van het continent waar "de democratie in gevaar is". (16) Hoewel de Amerikanen aan hun voorstel niet een militaire component hadden toegevoegd, stuitte het op verzet van diverse Latijns Amerikaanse landen.

"De vraag die iedereen zich stelt," zo becommentarieerde de Colombiaanse krant "El Tiempo" het voorstel, "is "wie" de ernst van de interne crises en de vorm van interventie van de 'bevriende landen' zal beoordelen, terwijl anderen dit idee zien als een bruikbaar stuk gereedschap waarmee Washington steun kan blijven verlenen of 'ongewenste' regimes kan blijven bestrijden, zonder te moeten overgaan tot directe en unilaterale interventie en de daaraan verbonden politieke uitputtingsslag zoals dat tien jaar geleden het geval was met generaal Noriega in Panama". (17)

Vooralsnog lijken interventie-scenarios overdreven. Er is echter wel sprake van een toenemende escalatie van Amerikaanse kant, met name uit de conservatieve hoek van het Congres. Met de presidentsverkiezingen in zicht is het niet onwaarschijnlijk dat juist deze sector in de VS aan de macht komt. Nu er onderhandeld wordt over een verlenging van het verdrag met tien jaar, zou Nederland in die periode nog wel eens voor onaangename verassingen kunnen komen te staan. (Zie Bijlage 3)

Conclusie

De vestiging van de FOL op Aruba en CURAÇAO betekent een ernstige beleidsbreuk. Ten eerste heeft Nederland in Latijns Amerika een reputatie hoog te houden op gebied van het bevorderen van mensenrechten en het ondersteunen van vredesinitiatieven, en de militaire operaties die vanaf de FOLs plaatsvinden worden in brede kring beschouwd als een ernstige bedreiging daarvan.

Ten tweede is Nederland al decennia lang bezig een met solide argumenten onderbouwd eigen drugsbeleid vorm te geven, en past het simpelweg niet om voor het buitenlands drugsbeleid die principes overboord te zetten en om opportunistische redenen actief medewerking te verlenen aan de meest rigide en omstreden vorm van gemilitariseerde drugsbestrijding. Een beleid van "harm reduction" analoog aan het binnenlandse drugsbeleid zou het uitgangspunt moeten zijn. Nederland zou zich sterk moeten blijven maken voor een politiek van conflictpreventie en -resolutie, bescherming van mensenrechten en milieu, en het bieden van een alternatief voor boeren die vaak voor hun overleving afhankelijk zijn van drugsteelt.

De ondertekening van een langdurig verdrag over de militaire basis is met geen mogelijkheid binnen zo'n beleidskader te verantwoorden en zou leiden tot tweeslachtigheid. De geloofwaardigheid en goede reputatie van het Nederlandse genuanceerde beleid komt daarmee in het geding.

Dr Juan de Dios Parra, secretaris-generaal van de "Asociación Latinoamericana para los Derechos Humanos" (ALDHU - de Latijnsamerikaanse Associatie voor de Mensenrechten), omschrijft de beslissing van de Nederlandse regering als "een verkeerde stap in een foutieve richting, ver verwijderd van vrede en de rechten van de volkeren". In een gesprek met TNI toonde De Dios Parra zich ernstig teleurgesteld dat "nu, na zoveel strijd om de Amerikaanse bases uit ons continent verwijderd te krijgen, deze inspanningen gefrustreerd worden door de verplaatsing naar Antilliaans grondgebied."

De Dios Parra: "Nederland is het land bij uitstek dat ons altijd vergezeld heeft in het verdedigen van de meest nobele doelen, die van vrede, van democratie, duurzame ontwikkeling en milieubescherming. Nu neemt Nederland deze stap, zij stelt haar grondgebied beschikbaar ter ondersteuning van de VS strategie van militarisering van de drugsbestrijding en het creëren van de voorwaarden voor interventie in Colombia. En dat terwijl die strategie in het verleden heeft gefaald en de vrede in Colombia niet bereikt zal worden door de oorlog op te voeren. In tegendeel, die vrede zal alleen bereikt kunnen worden door het ondersteunen van de civiele maatschappij, die naar vrede smacht en op heldhaftige wijze bezig is om die te verkrijgen".

Voetnoten

1. "Vestiging van Forward Operating Locations op de Nederlandse Antillen en Aruba", Brief Minister Van Aartsen aan Staten-Generaal, DWH/AK-76/99, 13 April 1999.
2. Aldus Assistant Secretary for Western Hemisphere Affairs, Peter Romero. Zie: Statement before the Subcommittee on Criminal Justice, Drug Policy and Human Resources Committee on Government Reform and Oversight, Washington DC, May 4, 1999. Zie ook: "Counter-Drug Center Negotiations Collapse", Panamá Update 24, september/oktober 1998; en: "US Seeks New Outposts for Anti-drug Battle", The Miami Herald, 21 februari 1999.
3. "Colombian and US officials stressed that the US aid would be aimed at fighting drug trafficking, not at 'counterinsurgency' operations against the guerrillas. But officials acknowledge that, in many areas of Colombia, the distinction is so blurred as to be meaningless." Zie": Pact Near on Aid to Colombia", The Washington Post, 9 oktober 1999.
4. "La agenda secreta para Colombia", El Espectador, 4 juni 1999.
5. "The Colombian Drug Situation is Ultimately a Law Enforcement Problem", William Ledwith, Drug Enforcement Administration, Statement before the House Government Reform and Oversight Committee, Subcommittee on Criminal Justice, Drug Policy and Human Resources, 6 augustus 1999; Ricardo Vargas Meza, "The Revolutionary Armed Forces of Colombia (FARC) and the Illicit Drug Trade", Acción Andina Transnational Institute (TNI) Washington Office on Latin America (WOLA), juni 1999.
6. "'In Noord-Ierland gaat het nog veel trager' - Colombia's president Pastrana over het vredesproces", NRC Handelsblad, 26 oktober 1999.
7. "United Nations - Leftist Rebels Cooperating to Reduce Drug Crops", Associated Press, 6 augustus 1999.
8. "La agenda secreta para Colombia", El Espectador, 4 juni 1999.
9. " Drug Control: Narcotic Threat From Colombia Continues to Grow" [PDF document], US General Accounting Office, GAO/NSIAD-99-136, juni 1999; "US Widens Colombia Counter-Drug Efforts - Restrictions Loosened on Data Sharing", The Washington Post, 10 juli 1999.
10. Statement of General Charles Wilhelm, United States Marine Corps Commander in Chief, United States Southern Command, before the Senate Caucus on International Narcotics Control, 21 september 1999.
11. "Green Light for USA To Operate From Curaçao and Aruba", Jane's Defence Weekly, 14 April 1999. Voor een goed overzicht van de militaire aanwezigheid van de VS in Latijns Amerika, zie: "Just the Facts: A civilian's guide to US defense and security assistance to Latin America and the Caribbean", Latin American Working Group (www.ciponline.org/facts/).
12. Zie: Tweede Kamer, Vaststelling van de begroting van de uitgaven en ontvangsten van Koninkrijksrelaties (IV) voor het jaar 1999, kamerstuk 26 200 IV, Nr. 19, Verslag van een algemeen overleg; en Testimony of Barry McCaffrey, Director Office of National Drug Control Policy, before the Senate Committee on Armed Services, Subcommittee on Emerging Threaths and Capabilities on the Department of Defense's Role in US Drug Control Policy, Washington DC, 27 april 1999, p 32.
13. Het leger zelf is verantwoordelijk voor 10% en de guerrilla voor 17%. Zie: "Human Rights Watch World Report 1999" (www.hrw.org/hrw/worldreport99/americas/colombia.html). Het jaarrapport van 1999 van Amnesty International meldt: "Veiligheidstroepen en paramilitaire troepen die met de steun of stilzwijgende instemming van veiligheidstroepen opereerden, doodden meer dan duizend burgers. Velen zijn gemarteld alvorens ze werden gedood. Ten minste 150 mensen 'verdwenen'. Mensenrechtenactivisten waren het slachtoffer van bedreigingen en aanslagen en ten minste zes van hen vonden de dood. In de steden duurde het doden van mensen in de stijl van 'doodseskaders' voort. Verscheidene legerofficieren zijn aangeklaagd in verband met schendingen van mensenrechten, maar tal van anderen bleven hun verantwoordelijkheid ontlopen. Gewapende oppositiegroeperingen waren verantwoordelijk voor talloze mensenrechtenschendingen, waaronder het opzettelijk en willekeurig doden en het gijzelen van honderden mensen" (www.amnesty.nl/landen/jaarboek.htm). Het "US Department of State Colombia Country Report on Human Rights Practices for 1998" bevestigt de bevindingen van bovengenoemde rapporten. (www.state.gov/www/global/human_rights/1998_hrp_report/colombia.html)
14. "'No al Ejército en lucha antidrogas'", El Tiempo, 23 september; en "'Declaración final de Comisión de DD.HH.'", El Tiempo, 24 september 1999. De delegatie kritiseerde het optreden van 'een zekere sector' van het leger bij een bloedbad in de regio Catatumbo. NGOs die hadden gewaarschuwd dat paramilitairen zich voorbereidden op een inval, en na de slachtpartij de passiviteit van de autoriteiten hadden aangeklaagd, werden beschuldigd van banden met de guerrilla en het voeren van een 'juridische en papieren oorlog'. Een beschuldiging die NGOs aan ernstige risico's blootstelt, want tot mogelijk nieuw doelwit maakt van paramilitairen. Zie: Declaración publica de la Mision Política Internacional de respaldo a los defenseros de Derechos Humanos en Colombia, 24 september 1999. De volledige tekst van het verslag is te vinden op: www.derechos.org/nizkor/colombia/.
15. US Senators Introduce Comprehensive Aid Plan for Colombia, US Information Service, 20 oktober 1999. Van de totale steun is zo'n 84% bestemd voor militaire steun en hulp voor erradicatie van de drugsteelt, de rest voor humanitaire hulp, alternatieve ontwikkeling en de bevordering van mensenrechten.
16. " E.U. quiere una fuerza de intervención", El Tiempo, 9 juni 1999.
17. "Visiones encontradas sobre propuesta E.U. a la OEA", El Tiempo, 10 juni 1999.