De lange arm van Pinochet - Orlando Letelier vermoord

26 September 1976
Article

 

Max Arian
De Groene Amsterdammer, 29 September 1976


 
 
 

De moord op Orlando Letelier, op 21 september, midden in Washington, brengt de terreur van de Chileense junta afschuwelijk dicht bij Nederland. Orlando Letelier is hier vorig jaar enige malen geweest. Zijn bezoek was belangrijk, omdat hij een stoot gaf aan de boykot-aktie, mede door de interviews die hij gaf. Wie hem ontmoette was weg van deze geestige, intelligente, moedige man, die over zijn koncentratiekampervaringen sprak met zelfspot en understatements, en die de multinationals tot een boykot van Chili aanspoorde in hun eigen termen: de veiligheid van hun investeringen. Immers, als er na de militaire junta een nieuwe regering in Chili zou komen, dan zou deze de investeringen die nu gedaan werden waarschijnlijk onwettig verklaren. Er sprak ook hoop uit die redenering: hoop op een spoedige verandering ten goede in Chili, op terugkeer van de demokratie, op terugkeer van een links bewind, dat zich voor de belangen van de bevolking en niet voor de multinationale ondernemingen in zou zetten (zie ook het interview met hem in de Groene van 3 maart j.l.).

Het is niet willekeurig dat juist Letelier vermoord is; vermoord door of met medewerking van de DINA, de geheime dienst van Pinochet. Letelier was jurist en econoom; was tijdens de regering van president Allende ambassadeur geweest in de Verenigde Staten, daarna minister van buitenlandse zaken en van defensie; door de junta na de staatsgreep gevangen gezet met andere belangrijke politici van de Unidad Popular op het barre eiland Dawson. Na zijn vrijlating, in september 1974, is hij weer naar de Verenigde Staten gegaan. Hij werkte daar als direkteur van het Transnational Institute, een internationaal links georiënteerd onderzoekscentrum; tegelijk kon hij daar, met zijn grote kennis van de Amerikaanse politiek, belangrijk werk doen voor de Chileense zaak. Hij stond in regelmatig kontakt met Kennedy en andere politici van de Demokratische Partij; de veroordeling door de Verenigde Naties van het Chileense schrikbewind was tot op zekere hoogte zijn werk; 26 september, vijf dagen na zijn gewelddadige dood, zou hij een gesprek gehad hebben met Carter, de Democratische presidentskandidaat, van wiens standpunt ten aanzien van Chili door sommigen veel verwacht wordt.

Maar in nog een ander opzicht was Orlando Letelier voor Pinochet een gevaarlijk tegenstander. Stelselmatig is de junta bezig in en buiten Chili al diegenen uit de weg te ruimen die een mogelijk alternatief voor een demokratisch Chili zouden kunnen bieden; al diegenen met name die in staat zouden kunnen zijn de linkse partijen en de christen-demokratische partij bijeen te brengen. Carlos Prats was zo'n man, opperbevelhebber onder Allende, in Buenos Aires door een kommando van de DINA, in samenwerking met de AAA - de Argentijnse terreurorganisatie die zoveel moorden op linkse Argentijnen op haar geweten heeft - gedood op een wijze die aan de moord op Letelier doen denken. Letelier zelf was iemand die zowel bij het Chileense centrum als bij links vertrouwen kon wekken. Linkse christen-demokratische politici buiten Chili zijn de laatste tijd, evenals Letelier, verschillende malen bedreigd. Bernardo Leighton, eveneens een linkse christen-demokraat werd in Rome neergeschoten, maar overleefde de aanslag.

Een opvallend detail is dat over zowel Prats, Leighton, als Letelier twee weken voor de moordaanslagen in de Chileense pers roddelkampagnes en verdachtmakingen verschenen, die als het ware het psychologisch klimaat voor de moorden moesten scheppen. Leighton was, kort voor er op hem geschoten werd, door de junta tot ongewenst persoon verklaard; zoals in de Groene van vorige week gemeld, heeft de junta Letelier diens Chileense nationaliteit ontnomen. Ook bij Leighton ging het om uitspraken die hij in Nederland had gedaan, tijdens de manifestatie voor Chili op 11 september 1974. Letelier werd door de junta vooral kwalijk genomen, dat hij hier had opgeroepen tot een boykot van Chileense goederen en stopzetting van investeringen in Chili. Vooral het besluit van de Stevin Groep zijn investeringsprojekt van 62,5 miljoen dollar in Chili te kappen moet de militaire junta, die de overeenkomst met Stevin als een groot succes gepubliceerd had, zwaar gestoken hebben. Pinochet gaat er blijkbaar van uit, dat het image van zijn regime zo zwart is, dat geen enkele bloedvlek daarop nog iets uitmaakt. Of is deze afschuwelijke moord midden in de hoofdstad van de Verenigde Staten toch een iets te brutaal staaltje geweest? Door Amerikaanse politici en kranten is ongewoon fel gereageerd. Ook de Nederlandse regering mag, juist door de verbinding van deze moord met Nederland, niet zwijgen. Een goede daad zou zijn in elk geval de nieuwbakken Chileense ambassadeur naar huis te sturen. De Chileense ambassade heeft direkt of indirekt nu al genoeg moordpartijen op haar geweten.

Copyright 1976 De Groene Amsterdammer