Interview with Isabel Letelier

02 February 1977
Article

 

Interview with Isabel Letelier
Ik kreeg voortdurend telefoontjes dat ze Orlando zouden vermoorden
Aafke Steenhuis and Jan Joost Teunissen
De Groene Amsterdammer, 2 February 1977


[Isabel Morel Letelier at the 1999 TNI Festival
Photo: Yvette Lawson]

 
 

In de Groene van 3 maart publiceerden we een door zijn persoonlijke toon opvallen interview met Orlando Letelier, ex-minister en ambassadeur van Chili en daarna een sleutelfiguur in het Chileense verzet. Een half jaar daarna werd hij door een bomaanslag gedood. Vorige week was zijn vrouw Isabel Letelier twee dagen in ons land. Aafke Steenhuis en Jan Joost Teunissen spraken met haar.


 

Donderdagavond in het Amsterdamse RAI-kongresgebouw. Terwijl de vergadermachine van het Partij van de Arbeid-kongres even tot staan is gebracht, houdt een jonge, in het zwart geklede vrouw een korte toespraak. Grote donkere ogen, een krachtige stem. Na een paar inleidende woorden in het Engels gaat ze over op haar moedertaal, het Chileens. Het is Isabel Letelier, de weduwe van de Chileense ex-minister en VS-ambassadeur Orlando Letelier, die op 21 september vorig jaar in het hart van Washington door een bomaanslag vermoord is. Isabel bedankt het Nederlandse volk en de PvdA voor hun solidariteit met Chili. "De PvdA heeft begrepen dat het voor de omverwerping van de militaire junta niet voldoende is om het bewind moreel te veroordelen vanwege het schenden van de mensenrechten. Het is noodzakelijk om konkrete stappen te doen die het bewind op politiek en ekonomisch gebied internationaal isoleren." Na haar toespraak een minutenlang staand applaus, ze krijgt een bos rode anjers in haar handen gedrukt, zwaait er wat verlegen mee. Premier Den Uyl die op de voorste rij zit pakt Liesbeth bij de arm, samen lopen ze op haar af en omhelzen haar.

Later die avond rijden we met haar naar de Bijlmer, waar ze in het huis van een Chileense balling logeert. Nog in de naargeestige parkeergarage van de Bijlmerflat waar we uit de auto stappen trekt ze al de spelden uit haar strak opgestoken haar, het valt donker en glanzend om haar gezicht. "Zo voel ik me vrijer."

Die avond vertelt ze ongelogelijk suggestief en beeldend over de onzekere tijd na de staatsgreep van september 1973. Ze imiteert de raspende stem en het ongeduldige geijsbeer van Pinochet, als hij met drie ministersvrouwen gekonfronteerd wordt die willen weten wat er met hun mannen gebeurd is. Ze vertelt over het bezoek van een groep vrouwen aan generaal Bonilla, die voor minder bruut doorgaat en hoogst verlegen is met de situatie. De vrouwen proberen uit te vissen waar hun mannen gevangen zitten, in de woestijn in het noorden of in het ijskoude regenachtige zuiden. "Zouden we ook laarzen moeten sturen, generaal?" "Jaja, die komen zeker van pas," zegt Bonilla haastig. De mannen zijn dus in het barre zuiden.

Ze beschrijft haar walging voor een kolonel die haar komt bezoeken terwijl haar man in het koncentratiekamp Dawson zit. Hoe hij zijn mitrailleur tegen de bank zet, zijn koppel losmaakt, zich breeduit installeert en dan achteroverleunend vraagt hoe het met de kinderen gaat. Hij symboliseert het domme en monstrueuze van de macht.

Haar verhalen zijn bizar maar niet bitter. Haar levendigheid is haast beklemmend. Want het lijkt alsof ze vertelt vanuit een gunstig perspektief, alsof de hele Chileense nachtmerrie zich tenslotte ten goede heeft gekeerd. Het tegendeel is het geval. Vier maanden geleden heeft de junta de man met wie ze twintig jaar verbonden is geweest vermoord. Orlando Letelier, een sleutelfiguur in het Chileense verzet, een belangrijk man voor de toekomst van Chili. Over de politieke achtergronden van die moord hadden we een gesprek met haar.

Twee stromingen

"De avond ervoor nam Orlando zijn kollega's van het Transnational Institute, Michael en Ronni Moffitt mee voor het eten. Toen hij thuiskwam liet hij mij de Chileense Staatscourant zien die die dag met de post was gekomen, waarin het officiële dekreet stond dat Orlando zijn nationaliteit was ontnomen. We wisten het al langer en Orlando had het zich verschrikkelijk aangetrokken, hij hield zoveel van zijn land. Zijn ogen hadden een vreemde schittering toen hij daar dat dekreet stond voor te lezen. Ik zag dat het niet alleen was ondertekend door Pinochet en andere leden van de junta, maar ook door de ministers, onder wie Jorge Cauas die nu benoemd is tot ambassadeur in de VS. Ik werd woedend over die burgers die zichzelf als grote demokraten beschouwen, walgelijk was het. Toen zei Orlando: "Maak je maar niet zo kwaad, misschien hebben ze me met dit dekreet wel het leven gered." "Hoezo?" vroeg Michael. Orlando: "Ik heb pas een brief gekregen van iemand die in kringen van de junta verkeert, en die vertelde dat er over mij gediskussieerd wordt en dat er twee stromingen zijn: de ene groep wil mij doden, de ander wil mij m'n nationaliteit ontnemen. Die laatste groep heeft het zo te zien gewonnen. Dus laten we dat maar vieren, ik heb er op z'n minst nog een jaartje bij." "Waarom een jaar?" vroeg Michael. "Omdat ze dit soort moorden steeds omstreeks september plannen." Ik vroeg hem wie die brief geschreven had; hij zei dat hij dat later wel zou vertellen. Maar dat later kwam niet meer.

Die avond praatten we tot diep in de nacht. Orlando leende zijn auto aan Michael en Ronni Moffitt, en ze kwamen hem de volgende ochtend om negen uur afhalen. Orlando was nog niet klaar, Michael en Ronni kwamen bij mij in de keuken staan tot hij kwam. We spraken af dat we die dag samen zouden lunchen. Na twintig minuten werd er opgebeld dat ze een ongeluk met de auto hadden gehad. Ik ging naar het ziekenhuis, ik had een fataal voorgevoel. Ik deed automatisch een zwart vest aan, maar dat wilde ik niet, ik trok het ruw weer uit en deed iets vrolijks aan. En ik deed iets wat ik nooit eerder heb gedaan; ik heb een gezin met vier zonen en Orlando, allemaal mensen die erg aktief zijn en altijd gebeurde er wel iets, ze vielen of braken een been, en altijd als er wat gebeurde ging ik er met mijn eigen auto naar toe. Maar die keer bestelde ik een taxi.

Ik kwam bij het ziekenhuis, er stond een vrachtwagen van de televisie, er waren veel politie-agenten en veel mensen op de been. Ik probeerde me voor te stellen dat het voor iets anders was. Ze zeiden, laat mevrouw Letelier naar binnen gaan, en ze namen mij mee door allemaal gangen tot ik voor een kollega van Orlando stond, ik vroeg: "Is hij dood?" Toen verscheen Mike Moffitt, hij omarmde me en zei: "They got my baby, they got my baby." Wat ik me van daarna herinner is dat ik Orlando wilde zien. Iemand van de FBI kwam erbij en zei dat het niet kon, dat het geen verkeersongeluk was geweest maar een bom, die zijn benen eraf had gerukt en dat ik hem niet kon zien. Ik drong aan, ik wilde afscheid nemen van mijn companero gedurende twintig jaar. Er kwamen vriendelijke mensen aanlopen die allemaal zeiden dat ik me hem beter kon herinneren zoals ik hem tevoren gezien had. Maar ik zei: "Ik moet Orlando zien, ik moet aanraken wat er van hem over is. Wat er met mij gebeurt daar hoeven jullie je geen zorgen over te maken want ik heb in mijn leven al genoeg verschrikkelijke dingen meegemaakt." Op Orlando's gezicht lag een soort uitdrukking van: het is voorbij, het is gebeurd.

Aktentas

Toen Isabel Letelier die middag omstreeks twee uur met haar zoons naar huis ging, was de FBI daar al, op zoek zoals men zei naar die bewuste brief uit Chili. Ze mocht eerst haar huis niet in, met als argument dat er misschien ook in het huis een bom geplaatst was. Bij het onderzoek naar de moord ging de FBI uit van verschillende mogelijkheden. Er kon sprake zijn van een "crime passionel", extreem linkse groepen konden de moord op hun geweten hebben, het kon een persoonlijke wraakneming zijn en het kon zijn dat de Chileense junta er achter zat. Isabel Letelier werd diezelfde dag nog verhoord, twee uur lang. De volgende dag gebeurde dat opnieuw, ook haar zoons werden deze keer verhoord. De aktentas die Orlando Letelier bij zich in de auto had, kreeg Isabel ondanks haar herhaalde verzoek pas veel later terug.

Die tas bevatte allerlei dokumenten, persoonlijke bezittingen en zijn adresboekje. Isabel Letelier: "Zijn belangrijkste spullen zaten daar in. Ze weigerden mij die tas te geven en toen heb ik dat bij de rechter aanhangig gemaakt. Die zei me dat de FBI de tas als bewijsmateriaal nodig had en dat eerst de inhoud gekopieerd moest worden. In de weken daarna zijn alle mogelijke mensen uit de solidariteitsbeweging met Chili in de VS, van Californië tot New York door de FBI verhoord."

In de tas bleken onder andere dokumenten uit Cuba te zitten. Half december verschenen daarop in de Amerikaanse pers en ook in NRC-Handelsblad berichten als zou Letelier in dienst gestaan hebben van de Cubaanse geheime dienst. Als bewijs daarvoor werd aangevoerd dat hij vanuit Cuba een toelage kreeg. Na de onthulling door de gearresteerde Cubaanse anti-castrist Orlando Bosch - de man die medeverantwoordelijk is voor het neerstorten van een Cubaans vliegtuig begin oktober vorig jaar - dat twee Cubaanse ballingen, de broers Guillermo en Ignacio Novo, de moord op Letelier hadden gepleegd, leek het erop dat de zaak-Letelier helemaal in de Cubaanse sfeer werd getrokken en de aandacht van de junta werd afgeleid.

Isabel Letelier hierover: "Ik begrijp niet waarom ze Orlando willen voorstellen als een agent van Castro, waarom ze doen alsof niet de Chileense junta, maar alleen een paar Cubaanse ballingen voor de moord verantwoordelijk zijn. Wat die toelage uit Cuba betreft: Orlando is de week voor zijn dood nog naar Cuba geweest. Hij heeft daar met mensen van zijn partij en met Beatriz Allende gepraat. Orlando, met zijn gezin van zes personen, kon zijn politieke reizen niet betalen van het salaris dat hij bij het Transnational Institute verdiende. Aan die reizen droeg de Chileense socialistische partij vanuit Cuba bij. In zijn tas zat tussen andere dokumenten nog de map met korrespondentie met de penningmeester van de partij."

Internationaal netwerk

De moord op Letelier is naar alle waarschijnlijkheid het werk van Cubaanse ballingen geweest die in opdracht van de Chileense regering handelden. Hoe zit dat dan met die relatie? Kollega's van het instituut waar Letelier werkte, hebben het FBI-onderzoek naar de moord niet afgewacht, maar zelf een onderzoek ingesteld. In een voorlopig rapport schrijven zij, dat er een internationaal netwerk bestaat waarin de Chileense junta, in het bijzonder de DINA, en de geheime diensten van Argentinië, Brazilië, Paraguay en Uruguay samenwerkten met Cubaanse terroristische groepen die in Miami, New York en Caracas zetelen.

de Chileense junta is volgens dit rapport een belangrijke steunpilaar voor de Cubaanse terroristen, die net als zij openlijk strijd voeren tegen het marxisme. Het rapport zegt verder dat dit internationale netwerk van geheime diensten en Cubaanse ballingen nauwe kontakten onderhoudt met de CIA en de FBI.

De Cubaanse ballingen blijken inderdaad niet alleen de bescherming te genieten van de fascistische diktaturen in Zuid-Amerika. Ook in de VS hebben zij niet veel te vrezen. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat een van de vermoedelijke daders van de aanslag op Letelier, Guillermo Novo, volgens het Franse dagblad Libération van 14 januari nog steeds op vrije voeten is. Een journalist had zelfs onlangs een gesprek met hem. Daarin zegt hij dat hij zich niet druk maakt over de tegen hem gerichte beschuldiging. "Wat wij doen gebeurt met goedkeuring van de Amerikaanse autoriteiten, in naam van de strijd tegen het kommunisme." Novo, die leider is van een Cubaanse terroristengroep in New York heeft, aldus Libération, in 1967 een overeenkomst gesloten met de FBI om het elkaar niet lastig te maken. Juist vanwege deze kontakten heeft ook de bekende Amerikaanse kolumnist Jack Anderson zich afgevraagd of de zaak-Letelier wel opgehelderd zal worden, en niet eerder afeschermd.

Isabel Letelier zegt toch nog wel vertrouwen te hebben in de voortgang van het FBI-onderzoek, omdat de FBI nu bezig is om de man die de gebroeders Novo aangaf, Orlando Bosch, die in de gevangenis van Caracas zit, verhoord te krijgen. Er is onlangs een Amerikaanse rechter van onderzoek naar Caracas afgereisd.

Bedreigingen

De moord op Letelier staat niet op zich. In september 1974 werd generaal Prats vermoord, precies een jaar later werd er een aanslag op de christen-demokraat Bernardo Leighton gepleegd. Allen waren leiders die in staat waren grote groepen Chilenen te verenigen in de strijd tegen de junta. Isabel Letelier: "Prats had veel gezag binnen het leger, Leighton vervulde een brugfunktie tussen de christen-demokraten en links, Orlando had zowel bij de Chileense demokraten als internationaal groot prestige."

Hebben de Leteliers rekening gehouden met een aanslag, werden ze al langer bedreigd? "Vanaf het begin dat Orlando ambasadeur in de VS werd, begin 1971, ontvingen wij talloze bedreigingen. Ik kreeg voortdurend telefoontjes dat ze Orlando zouden vermoorden of dat ze mijn kinderen te pakken zouden nemen. Dat gaf een vervelende sfeer in huis, vooral voor de kinderen, met wie we toch al zo weinig samen waren. Ik kreeg een keer een brief waarvan het bloed af leek te druipen. Het was rooie inkt maar ik kon er niet meer tegen. Ze schreven hoe ze ons allemaal zouden vermoorden. We hebben er toen een lang gesprek over gehad en kwamen tot de konklusie dat we niet langer over die dingen moesten praten, of dat we ander werk moesten zoeken. We hebben elkaar toen beloofd om de bedreigingen voortaan gewoon te verscheuren en weg te gooien. En de telefoon op de haak te leggen. We beseften dus wel dat we gevaar liepen, maar we wenden ons eraan om ermee te leven en er geen aandacht aan te schenken.

Toen we in 1973 in Chili terugkeerden begonnen onmiddellijk de telefonische bedreigingen. De huisbewaarder van de flat waarin we woonden waarschuwde me verontwaardigd, hoewel hij heel rechts was, dat er een paar keer mensen van Patria y Libertad bij hem geïnformeerd hadden hoe laat mijn zoons naar school gingen en wanneer ze terugkeerden. Daarna kwam de staatsgreep en gedurende de hele tijd dat Orlando gevangen zat waren er telefoontjes, zo van: "We hebben hem, binnenkort zullen we hem doden." Ook de andere vrouwen kregen dit soort dingen te horen. Toen we in 1975 in Washington terug waren, ontving ik twee telefoontjes. Het ene herinner ik me goed, iemand zei: "Spreek ik met mevrouw Letelier? Nee, u bent de weduwe van Letelier." En toen hing hij op.

Inbraken

Als een bijkomstig motief om Orlando Letelier uit de weg te ruimen worden ook wel de publikaties genoemd, die hij bezig was te schrijven. Die zouden gaan over zijn ambassadeurschap in de VS, zij ervaringen tijdens de vier maanden voor de staatsgreep toen hij minister van binnenlandse zaken en defensie was, en over de periode in het koncentratiekamp Dawson na de coup. Hoever was Letelier met dit werk gevorderd?

Isabel Letelier: "Over de tijd dat hij gevangen zat op Dawson heeft hij een aantal banden ingesproken, maar voor de rest zijn er alleen maar aantekeningen die zonder hem vrijwel niet uit te werken zijn. Niet alleen de tijd voor de staatsgreep, ook tijdens zijn ambassadeurschap heeft hij heel wat meegemaakt: de reaktie op de nationalisatie van het koper in de VS, de kredietblokkade, de publikatie van de geheime ITT-dokumenten. Er is in die tijd wel twee keer in de ambassade ingebroken. Over de politieke achtergronden van die inbraken verschijnt binnenkort een gedegen boek van David White. Tijdens de Watergate-hoorzittingen is daarover veel materiaal naar boven gekomen. In de rechtse Chileense pers werd de zaak onmiddellijk gebagatelliseerd, daarin werden die inbraken voorgesteld als een puur kriminele daad, zonder enige politieke betekenis. Maar de waarheid is dat er niets gestolen werd. Alleen de dossiers en de archieven waren overhoop gehaald."

Alweer de CIA? De recente geschiedenis van Chili is doorschoten met de ondermijnende aktiviteiten van deze dienst. Isabel Letelier verzet zich echter tegen het afschilderen van de CIA als de grote boosdoener. "Kijk, ik geloof niet dat de CIA een afschuwelijk monster is met zeven poten en acht ogen. De mensen die er werken staan gewoon op de loonlijst, als ze geen loon krijgen werken ze ook niet, en dat geld komt uit de schatkist, nietwaar? Diezelfde schatkist die ook de leningen aan Chili geeft. Het gaat niet om de CIA, maar om het ekonomische systeem dat een CIA nodig heeft om zijn belangen te beschermen. Landen ekonomisch afhankelijk houden, hun natuurlijke hulpbronnen roven, hun strijdbare politici likwideren: als dat het systeem is, dan is er een CIA nodig. Het een kan niet zonder het ander. Het gaat erom het ekonomisch systeem te veranderen."

Hoe ziet Isabel Letelier de toekomst van Chili? Zowel in de VS als in Chili zelf zijn veranderingen gaande. "Carter schreef mij nadat hij tot president was gekozen, dat hij zijn best zou blijven doen voor de Chileense zaak. Dat hij het verschrikkelijk vindt dat er in de straten van Washington bloed heeft gevloeid. Ik vind het in ieder geval positief dat hij mij deze brief geschreven heeft, nadat hij me eerst vanwege de moord al een telegram had gestuurd.

Een belangrijke ontwikkeling in Chili is, dat de kapitaalmarkt in elkaar is gestort, vlak nadat de Wereldbank in december een lening van 60 miljoen dollar aan de junta heeft verstrekt met als argument dat zo'n besluit niets te maken heeft met mensenrechten, maar alleen op puur ekonomische gronden gebaseerd is. De Chileense ekonomie zou volgens de Wereldbank zo stabiel zijn, dat er spoedig een sterke verbetering zou intreden. Maar twee weken later stort de kapitaalmarkt in en zijn er binnen een maand al zestien financieringsmaatschappijen over de kop gegaan. Dat is een ramp voor de Chileense middenklasse. Drie jaar lang heeft een groot deel van hen de junta gesteund, de buikriem aangehaald, gewacht op het moment dat de ekonomie zou opleven. Die mensen beginnen nu te beseffen dat ze voor de gek gehouden zijn."

 

Copyright 1977 De Groene Amsterdammer