Zes stappen om IS te verslaan zonder oorlog te voeren

25 November 2014
Article

Een militaire aanval kan enige onmiddellijke voldoening geven, maar we weten allemaal dat wraak een slechte basis vormt voor een buitenlands beleid. Hoe afschuwelijk de onthoofding van de twee Amerikaanse journalisten (Foley en Sotloff) ook was, wraak mag het Amerikaans buitenlands beleid niet sturen.

“We zullen ISIS afbreken en uiteindelijk vernietigen via een uitgebreide en volgehouden contra-terrorisme strategie”, zei de Amerikaanse president Obama in zijn speech van 10 september 2014 gericht aan de Amerikaanse natie over de Islamitische Staat in Irak en Syrië (ISIS), kortweg de Islamitische staat (IS). Zijn strategie bestaat vooral uit het opvoeren van de steun aan de oppositionele rebellengroepen in Syrië, en het bombarderen van IS-doelwitten in Irak en mogelijk ook Syrië. (red.)

Het verzwakken van IS vereist het uithollen van de steun die het geniet van tribale leiders, militaire figuren en gewone Iraakse soennieten. Dat is de manier om de organisatie te ondermijnen zonder bommen te gooien. Er is geen militaire oplossing voor IS. Militaire acties zullen het toneel niet vrijmaken voor politieke oplossingen. Ze zullen net beletten dat zulke oplossingen ruimte krijgen. Het komt erop neer dat er geen snelle actie bestaat die er voor zal zorgen dat IS verdwijnt. Zelfs al slagen Amerikaanse luchtbombardementen erin om op sommige plaatsen de juiste doelwitten te viseren en een gepantserd voertuig of een vrachtwagen vol mannen met anti-tankgranaten uit te schakelen, je kan geen ideologie -of zelfs geen organisatie- uitschakelen via bombardementen. (Kijk naar de mislukte inspanningen om op die manier af te rekenen met Al-Qaeda.) En het bewapenen van de zogenaamde “gematigde oppositie” in Syrië betekent dat er nog meer wapens gestuurd worden naar het Vrij Syrisch Leger dat volgens de New York Times zelf “ISIS-strijders heeft onthoofd en vervolgens de foto's op Facebook heeft gezet”.

Een militaire aanval kan enige onmiddellijke voldoening geven, maar we weten allemaal dat wraak een slechte basis vormt voor een buitenlands beleid. Hoe afschuwelijk de onthoofding van de twee Amerikaanse journalisten (Foley en Sotloff) ook was, wraak mag het Amerikaans buitenlands beleid niet sturen. We mogen niet vergeten dat Mathew Olson, het hoofd van het Nationaal Counterterrorisme Centrum, zopas gezegd heeft dat er “op dit moment geen geloofwaardige aanwijzingen zijn dat er een cel van buitenlandse strijders opereert in de Verenigde Staten”. We moeten erkennen dat militaire oplossingen niet werken. Zijn we de mislukking van de Amerikaanse oorlogen in het Midden-Oosten in het recente verleden al vergeten? We moeten ons concentreren op de middellange en langetermijnoplossingen. We moeten onthouden dat militaire aanvallen niet alleen verkeerd zijn op vele manieren (illegaal volgens het internationaal recht, immoreel omwille van de vele burgerslachtoffers en een afleiding van de levensnoodzakelijke diplomatie), maar ook dat deze aanvallen echte oplossingen in de weg staan.    

Waarom?

We moeten beginnen met te begrijpen waarom IS zo sterk is. Eerst en vooral heeft IS goede wapens, vooral Amerikaanse en Saoedische wapens die de regio al meer dan 15 jaar overspoelen. We moeten dus dringend nadenken over een uitgebreid wapenembargo voor alle zijden.

Ten tweede beschikt IS over een bekwaam militair leiderschap, een deel daarvan wordt verschaft door soennitische generaals die ontzet werden uit hun militaire posities in het Iraaks leger nadat de Verenigde Staten het land was binnengevallen. Zij voorzien nu training, strategie en militair leiderschap aan IS en aan gelieerde milities. Deze mannen zijn zelf seculier. Ze drinken en roken en het is onwaarschijnlijk dat ze in IS-kringen zouden blijven vertoeven als er een kans was dat ze hun oude jobs, hun prestige en hun waardigheid terug zouden kunnen krijgen. Dat zou na verloop van tijd kunnen gebeuren, maar alleen als er een echte nieuwe regering opstaat in Irak. Het is niet genoeg om gewoon een nieuwe premier te kiezen en een nieuwe regering aan te kondigen die bestaat uit te veel van dezelfde oude sektarische gezichten.

Ten derde kan IS rekenen op de steun van soennitische stammenleiders. President Obama zegt dat hij hen wil “overtuigen” om te breken met IS, maar dit zijn mensen die zwaar geleden hebben -eerst onder de Amerikaanse invasie en dan onder de door de VS gesteunde en door sjiieten gecontroleerde sektarische regering van Nouri al-Maliki. Ze werden gedemoniseerd, aangevallen en onteigend door de regering in Bagdad, en velen van hen beschouwen IS momenteel als de enige kracht waarmee ze kunnen samenwerken om zich tegen deze regering te verzetten. Veel stammenleiders controleren grote en sterke milities die nu aan de zijde van IS aan het vechten zijn tegen Bagdad.

Ten vierde geniet IS de steun van veel gewone Iraakse soennieten. Zij haten misschien wel het extremisme (want ze zijn grotendeels seculier) en het extreme geweld waar IS voor staat, maar ze werden onder Maliki's bestuur systematisch onderworpen aan arrestaties, martelingen, buitengerechtelijke executies, en nog veel meer. Het resultaat is dat ze voorlopig meer dan bereid zijn om een alliantie aan te gaan met IS tegen Bagdad. Om IS te verzwakken zou men er dus moeten voor zorgen dat de organisatie de steun verliest van stammenleiders, militaire figuren en gewone Iraakse soennieten. Maar hoe doen we dat?

Hoe?

Stap een: Stop onmiddellijk met de luchtbombardementen. In het bijzonder de soennieten die we willen overtuigen om met IS te breken, zien het VS-leger als de luchtmacht van de Koerden en de sjiieten in hun strijd tegen de soennieten. Daardoor schieten de luchtaanvallen hun doel voorbij, namelijk het stopzetten van de steun van de bevolking aan IS. Integendeel, ze versterken de extremistische organisatie alleen maar.

Stap twee: Verbind je er werkelijk toe om geen Amerikaanse grondtroepen naar het conflictgebied te sturen. Hoewel Obama in zijn speech over IS van 10 september verzekerde dat er geen VS-troepen naar Irak gestuurd zouden worden, erkende het Witte Huis tijdens de afgelopen weken dat het in totaal al ongeveer 1300 soldaten naar Irak gestuurd heeft. En wie weet hoeveel CIA-agenten en leden van de JSOC (speciale eenheden) er zich nu in het geheim in Irak bevinden. De VS moet ook dringend stoppen met de regio te overspoelen met wapens die alleen maar zorgen voor meer geweld tegen burgers. Washington moet eveneens stoppen met de schendingen van de mensenrechten en het internationaal recht die gepleegd worden door zijn bondgenoten op het terrein, te negeren. In de VS zelf moet de Leahy-Wet toegepast worden. Die verbiedt de hulp aan buitenlandse militaire eenheden waarvan geweten is dat ze de mensenrechten schenden.

Stap drie: Organiseer een echt diplomatiek partnerschap om IS aan te pakken. Hoewel de VS luchtbombardementen uitvoert en milities bewapent, weten we dat er geen militaire oplossing is. Diplomatie moet dus een centrale rol toebedeeld krijgen. Dat betekent dat Iran op ernstige wijze betrokken moet worden, naast andere spelers. Teheran heeft meer invloed in Bagdad dan de VS. Als we echt menen dat we de Iraakse regering willen aanmoedigen om een meer inclusieve aanpak na te streven, dan hebben we meer kans op slagen als er ook druk uitgeoefend wordt vanuit Iran. Iran is zelf grotendeels sjiitisch, maar de Iraanse leiders zijn zeer ongerust over de instabiliteit in hun buurland als gevolg van het jarenlange sektaire sjiitische bestuur van Bagdad. Het is het moment om de onderhandelingen die gevoerd worden tussen Iran en de VS rond het nucleaire dossier, uit te breiden met gesprekken over de regionale crisissen.

Stap vier: Initieer een zoektocht naar bredere diplomatieke oplossingen binnen de Verenigde Naties. Dat betekent dat er gewerkt moet worden aan de opbouw van een reële coalitie die diplomatieke en financiële druk wil uitoefenen op internationaal niveau, zowel in Irak als Syrië. Alle regionale regeringen hebben hun eigen bezorgdheden. Er is geen nood aan een coalitie voor luchtaanvallen, maar aan een krachtige diplomatieke coalitie die VS-bondgenoot Saoedi-Arabië onder druk kan zetten om te stoppen met het financieren van IS en andere extremistische milities. Een coalitie die Turkije onder druk kan zetten om niet langer toe te staan dat IS- en andere strijders Syrië binnen trekken via de Turkse grens. Een coalitie die Saoedi-Arabië, Qatar, de Verenigde Arabische Emiraten en anderen onder druk kan zetten om te stoppen met het financieren en bewapenen van alles en iedereen in Syrië die beweert tegen Assad te zijn.

Stap vijf: Overtuig de Verenigde Naties om, ondanks het ontslag van de Speciale Gezant voor Syrië  Lakhdar Brahimi in mei 2014, opnieuw onderhandelingen op te starten over de beëindiging van de burgeroorlog in het land. Om de onderhandelingen een kans van slagen te geven, moeten alle partijen rond de tafel zitten. Dat betekent: het Syrische regime; de Syrische civiele maatschappij, inclusief de geweldloze activisten, de vrouwen, jongeren, vluchtelingen, enzovoort; de gewapende rebellen; de Syrische oppositie in het buitenland; de regionale en globale actoren die de verschillende partijen in het conflict ondersteunen, waaronder de Verenigde Staten, Rusland, Iran, Saoedi-Arabië, de Verenigde Arabische Emiraten, Qatar, Turkije, Jordanië, enzovoort. Dit zou een gelegenheid bieden om opnieuw samen te werken met Rusland en verder te bouwen op de succesvolle gezamenlijke inspanning in het dossier van de Syrische chemische wapens. Een wapenembargo aan alle zijden zou hoog op de agenda van de onderhandelaars moeten staan.

Stap zes: Voer de bijdragen voor humanitaire hulp aan de agentschappen van de Verenigde Naties massaal op. De miljoenen ontheemde mensen uit zowel Syrië als Irak hebben hulp nodig. De VS heeft beloofd om aanzienlijke fondsen te besteden aan hulp, maar het merendeel werd nog niet ter beschikking gesteld van de VN-agentschappen. Bovendien zou er nog meer beloofd en gegeven moeten worden.

Phyllis Bennis is een bekende Amerikaanse journaliste en vredesactiviste.

Artikel gepubliceerd op www.ips-dc.org.

Foto van  Freedom House