Europese Commissie wil handelsverdrag Canada al in werking laten treden voordat Tweede Kamer erover besluit

13 May 2016
Press release

Eurocommissaris Cecilia Malmström van Handel wil het vrijhandelsverdrag tussen de EU en Canada al in werking laten treden voordat de Tweede Kamer er over besluit, dat heeft zij vrijdag gezegd tijdens een persconferentie in Straatsburg. Greenpeace, Milieudefensie, foodwatch en TNI (Transnational Institute) roepen minister Lilianne Ploumen voor Buitenlandse Handel op daar niet mee akkoord te gaan en in juni geen handtekening te zetten onder het verdrag. 

Bijna de voltallige Tweede Kamer nam vorige maand een motie aan die minister Ploumen de opdracht geeft om geen voorlopige inwerkingtreding van het handelsverdrag CETA tussen de EU en Canada toe te staan in de Europese Raad, zonder dit eerst aan de Tweede Kamer voor te leggen.

Laatste woord
"De Kamer was er duidelijk over dat ze zelf wil beslissen over wie het laatste woord heeft over handelsverdragen zoals CETA en TTIP," zegt Jurjen van den Bergh namens de organisaties. “Wij vinden dat de burgers van Nederland het laatste woord moeten krijgen over CETA en ook de Kamer gaf aan niet buitenspel gezet te willen worden. Dat gebeurt wel als het verdrag al in werking treedt voordat zelfs de Tweede Kamer erover besloten heeft.”

Voorlopige inwerkingtreding van handelsverdragen zoals CETA als TTIP is uiterst omstreden, omdat die erop neer zou komen dat deze verdragen al (gedeeltelijk) in werking treden voordat de nationale parlementen erover hebben besloten en voordat er eventueel een referendum over gehouden kan worden.

Drie jaar schadeclaims
In het geval van CETA zou het betekenen dat de zogeheten investeringsarbitrageclausule in het verdrag drie jaar van kracht zou zijn, zonder dat de parlementen ermee in hebben gestemd. Via investeringsarbitrage zouden Canadese bedrijven schadeclaims van honderden miljoenen tot zelfs miljarden euro's in kunnen dienen als zij menen dat beleid van Europese overheden hun winsten schaadt. Ook Amerikaanse multinationals met een dochteronderneming in Canada (naar schatting is dat 80 procent) zouden dat onder voorlopige inwerkingtreding van CETA kunnen doen.

Van den Bergh: “De wens van de Kamer was dat Ploumen en Rutte niet namens hen hen mogen tekenen. Gevolg van de aangenomen motie is dat Ploumen terug moet naar de Kamer en van hen een mandaat moet krijgen om het verdrag in werking te laten treden. Gelet op het grote maatschappelijk verzet tegen CETA, vinden wij dat parlement en bevolking het laatste woord verdienen.”