El Parlamento neerlandés debate la UNGASS

29 Febrero 2008

El jueves 28 de febrero de 2008, la Comisión de Justicia del Parlamento neerlandés dedicó su debate a la revisión de la UNGASS. Martin Jelsma fue invitado en calidad de experto para compartir con la comisión las opiniones de TNI sobre la importancia del proceso de revisión. En su aportación, Jelsma destaca la oportunidad que ofrece el período 2008/9 para dar el gran paso de que la reducción del daño sea aceptada por todo el sistema de la ONU, evaluar el funcionamiento de organismos como la ONUDD y la JIFE, y abrir la puerta a una revisión del sistema de tratados sobre fiscalización de drogas de las Naciones Unidas. Información sólo disponible en neerlandés.

Hoorzitting drugsbeleid in internationaal perspectief

Vaste Tweede Kamercommissie voor Justitie - donderdag 28 februari 2008

Bijdrage van Martin Jelsma – Transnational Institute (TNI)

De aanstaande review van de drugs UNGASS biedt een historische kans om internationaal het drugsbeleid van de afgelopen tien jaar te evalueren en verbeteringen aan te brengen in het mondiale raamwerk. Het review proces start tijdens de 51st sessie van de Commissie voor Verdovende Middelen (CND) in Wenen van 10-14 maart. Tijdens een tweedaags thematisch debat zal daar de balans worden opgemaakt van de pogingen het afgelopen decennium om de UNGASS doelstellingen voor 2008 te realiseren, namelijk het ‘elimineren of significant verminderen’ van de illegale drugsmarkt. Vervolgens start een periode van wereldwijde reflectie die uit zal monden in een ministeriële bijeenkomst begin 2009 waar besluiten over de toekomst genomen zullen worden.

Volgens UNODC is er ‘belangrijke vooruitgang geboekt’ ook al zijn er een aantal terreinen waar de doelen ‘nog niet volledig bereikt zijn’. Al in haar laatste World Drug Report spiegelde UNODC de lidstaten voor dat de drugsmarkten gestabiliseerd waren dankzij de verscherpte maatregelen die sinds het 1988 Verdrag en de UNGASS in 1998 getroffen zijn. Nederland zal in Wenen hopelijk een van de landen zijn die dit vertekende beeld zal corrigeren. De realiteit is dat alle pogingen om de productie en handel van drugs via strafrechtelijke aanpak onder controle te krijgen, mislukt zijn. De repressie nog verder opvoeren zoals sommige landen doen met massale arrestaties, doodstraf, chemische besproeiingen en dergelijke extremiteiten hebben evenmin iets opgeleverd wat betreft vermindering van vraag en aanbod.

Genoeg reden dus om de VN afspraken over het internationale drugsbeleid eens serieus tegen het licht te houden. Thema’s die daarbij mijns insziens prioriteit hebben zijn de volgende:

Harm reductie
Het is hoog tijd dat het principe van harm reductie volledig geaccepteerd wordt op VN niveau. Rondom de wereld zijn in het afgelopen decennium harm reductie programma’s uitgebouwd, met name in het kader van HIV/AIDS preventie. Wat gemeengoed geworden is in heel Europa, een groot deel van Azië en meerdere Latijnsamerikaanse landen, is tot op heden niet volmondig geaccepteerd door de VN drugs bureaucratie. Zowel UNODC als de INCB doen in hun laatste rapporten al wel voorzichtige stappen richting acceptatie, maar een uitspraak van de CND, het beleidsbepalende VN lichaam, zou een belangrijke stap voorwaarts zijn. Andere VN organen zoals UNAIDS of de WHO ondersteunen al langer de terminologie en praktijk van harm reductie. Een actieve promotie van de harm reductie beginselen –zoals ook bepleit wordt in de recente uitgave van Ontwikkelingssamenwerking “Out of the Shadows”, is nu essentieel. In het UNGASS review process is op dit punt een doorbraak te bereiken waarmee een eind gemaakt kan worden aan een decennium van ambivalentie van het VN apparaat.

Functioneren van de VN drugs instellingen
In het review proces zou ook het functioneren van de VN drugs instellingen zelf onder de loep genomen moeten worden. Zowel UNODC als de INCB zijn de afgelopen tien jaar geplaagd door controverses. Een probleem voor UNODC is de grote afhankelijkheid van vrijwillge bijdragen waardoor de grote donoren veel invloed hebben. Dit heeft de cruciale functie van het kantoor om evenwichtige en onafhankelijke informatie aan te dragen, ernstig geschaad.

Wat betreft de INCB, die hanteert een zeer stricte interpretatie van de drugsverdragen waardoor de Board keer op keer landen –inclusief Nederland- op hun vingers tikt voor vermeende verdragsschending. Bovendien hult de INCB zich in een absurde geheimzinnigheid met een totaal gebrek aan transparatie en aansprakelijkheid, een VN orgaan totaal onwaardig. Keer op keer levert het jaarlijkse rapport (5 maart a.s. verschijnt het rapport over 2007) en de stroom van brieven van de INCB spanningen op en het wordt hoog tijd het ouderwets functioneren van deze quasi-juridische hoeder van de verdragen eens grondig ter discussie te stellen.

Openen van de discussie over de VN verdragen
Tenslotte, maar dat zal niet eenvoudig zijn tijdens het review proces, zou de deur geopend moeten worden naar een herziening van het verdragsstelsel. De drie verdragen hebben onmiskenbare inconsistenties die ooit opgelost moeten worden en vormen bovendien een obstakel voor een verdere ontwikkeling van een pragmatisch drugsbeleid.

  • Sommige harm reductie praktijken –zoals gebruikersruimtes- staan op gespannen voet met het nul-tolerantie uitgangspunt zoals vastgelegd in verschillende verdragsartikelen. 
  • Landen die willen experimenteren met een legale regulering van de cannabismarkt, waarover de Kamer zich al verschillende malen heeft uitgelaten, lopen steevast op tegen de juridische beperkingen van de VN verdragen.
  • Het verplichtende karakter van artikelen die strafrechtelijke vervolging eisen voor bezit, verkoop en teelt –ook voor kleine hoeveelheden- vormen een belemmering voor pogingen een humanere balans te vinden tussen repressie en bescherming. Meer flexibiliteit is nodig om de gevangeniscrisis in veel landen beheersbaar te maken en om pragmatischer om te kunnen gaan met teelt door kleine boeren, met name in de Andeslanden, Afghanistan en Burma waar harde aanpak tot grote spanningen leidt.
  • De juridische situatie van het coca blad, opgenomen in Lijst 1 van verboden verdovende middelen van het 1961 verdrag, moet worden opgehelderd. Het huidige verdragsartikel dat een einde eist van traditioneel coca-gebruik is niet alleen achterhaald maar ook gegrond in een koloniale houding zonder enig respekt voor inheemse kulturen.

Bijna 100 jaar na het eerste internationale drugsverdrag en bijna 50 jaar na het VN Enkelvoudig Verdrag van 1961, wordt het tijd deze problemen met de drugsverdragen op te lossen en een gemoderniseerd en meer flexibel controle-raamwerk uit te werken, bijvoorbeeld middels een nieuw Enkelvoudig Verdrag dat de huidige drie verdragen kan vervangen en mogelijk een apart verdrag voor cannabis geïnspireerd door de WHO Tabaksconventie. Lidstaten zullen de politieke angst moeten overwinnen dat het ter discussie stellen van de verdragen gelijk staat aan het openen van de doos van Pandora. De huidige verdragen zijn verouderd, ineffectief en incoherent, legitimeren onmenselijke repressie en bemoeilijken de zoektocht naar een humaan en effectief drugsbeleid.