CETA: Feiten en fabels

Het vrijhandelsverdrag tussen de EU en Canada
21 June 2018
Report

Zijn handelsverdragen als CETA werkelijk goed voor de economie en de werkgelegenheid?

 

CETA, de Comprehensive Economic Trade Agreement tussen Canada en de Europese Unie, is een belangrijk hoofdstuk in de voortdenderende trein van vrijhandel. Volgens voorstanders zouden verdragen als CETA goed zijn voor de economie en de werkgelegenheid, in de praktijk zijn vooral de belangen van grote bedrijven ermee gediend, het MKB – leverancier van 70% van alle banen in Nederland - niet! In plaats van waarden te stimuleren als gelijkwaardigheid, democratische zeggenschap en een leefbaar milieu, legt CETA het huidige, onhoudbare economische model vast. Dit model dat in zijn streven naar winst de ecologische en sociale grenzen van onze planeet overschrijdt. Met steeds beter zichtbare, desastreuze gevolgen.

Inmiddels is er een maatschappelijke beweging voor duurzame en eerlijke handel die nee zegt tegen handelsverdragen als CETA (zoals eerder tegen TTIP, het verdrag met de Verenigde Staten) en alternatieven biedt. Steeds meer mensen beseffen dat verandering mogelijk én noodzakelijk is. Dat mens en milieu voorrang verdienen boven economisch gewin.

Succes

In oktober 2016 weigerde de deelregering van Wallonië CETA te ondertekenen. Wat een Europees-Canadees handelsfeest had moeten worden, eindigde voortijdig in mineur. ‘We zeggen nee tegen CETA’, vertelde de Waalse minister-president Paul Magnette aan zijn parlement, ‘omdat we de ruimte moeten creëren te onderhandelen voor betere sociale normen, milieuregels en meer respect voor publieke diensten.’ Een echo van de kritiek van de vele duizenden mensen die de afgelopen jaren tegen deze verdragen hebben geprotesteerd. De Canadese delegatie die naar Brussel was afgereisd, kon onverrichterzake weer naar huis. Uiteindelijk deed een flinke dosis diplomatiek kunst- en vliegwerk en een toegevoegde zogeheten interpretatieve verklaring zijn werk: op 30 oktober, twee weken later dan gepland, werd het verdrag alsnog ondertekend.

Dit betekent overigens niet dat alles nu in kannen en kruiken is. Ondanks dat grote delen van het verdrag al per 21 september 2017 vervroegd in werking zijn getreden, moeten de nationale parlementen van alle Europese lidstaten ieder nog het verdrag goedkeuren – en niet overal is er een parlementaire meerderheid voor het verdrag te vinden. En in dertien Europese landen bestaat de mogelijkheid om een referendum te organiseren over CETA. Nederland was het veertiende land, maar het derde kabinet Rutte schrapte het raadgevend referendum.

Ook vanuit de juridische hoek komen er steeds meer kinken in de kabel. Op 6 september 2017 heeft België een uitspraak gevraagd van het Europese Hof van Justitie over de vraag hoe het voorgestelde Investment Court System (ICS, Hof voor investeringsgeschillen) – een van de meest controversiële onderdelen van CETA – zich verhoudt tot het Europese recht. Een uitspraak wordt begin 2019 verwacht. Maar onlangs liet het Europese Hof nog weten dat een dergelijke arbitrageregeling tussen investeerders en staten zoals opgenomen in het investeringsakkoord tussen Nederland en Slowakije onverenigbaar is met het Unierecht. Deze uitspraak kan mogelijk van grote invloed zijn op hoe het Hof tegen ICS in CETA aankijkt.

Omstreden verdrag

Nieuw in CETA is de aandacht, op papier althans, voor duurzaamheid, milieu en arbeidsomstandigheden. Maar de aandacht gaat vooral uit naar nationale wet- en regelgeving die een belemmering zou vormen voor internationale handel. De overkoepelende doelstelling van verdragen als CETA of TTIP is om de bestaande verschillen tussen landen zoveel mogelijk tegelijk te schakelen. Onder druk van een omvangrijke lobby door het internationale bedrijfsleven worden de bestaande regels niet alleen ‘geharmoniseerd’, zoals het in handelsjargon zo mooi heet, maar ook afgezwakt. Dat maakt de bewegingsruimte van de overheid om haar bevolking te beschermen tegen de vervuiling en uitbuiting nog beperkter. Juist door belastingen te heffen en handel te reguleren kan de overheid publieke doelen nastreven.

Een ander vast onderdeel van de nieuwe generatie handelsverdragen is de omstreden investeringsbescherming en -arbitrage ICS, voorheen bekend als Investor State Dispute Settlements (ISDS). CETA is één van de eerste verdragen op Europees niveau dat bedrijven het recht geeft om een overheid aan te klagen als die publiek beleid invoert dat nadelig is voor hun inkomsten.

Feiten en Fabels

Deze Feiten en Fabels over CETA is een aflevering in een reeks over de zin en onzin van handelsverdragen en de regels die ten grondslag liggen aan het internationale handelssysteem. Met acht uitspraken van verschillende bewindslieden die bij CETA betrokken zijn, gaan we in op de totstandkoming, inhoud en (toekomstige) uitvoering van CETA. We kijken naar de beloftes dat CETA groei en banen genereert, de hervormingen van ISDS, het duurzame gehalte van het verdrag, de relatie tussen CETA en TTIP, de gevolgen voor de landbouwsector en voedselveiligheid, en hoe CETA omgaat met data en privacy. In deze brochure maken we geregeld gebruik van documenten die door een beroep op de WOB (Wet Openbaarheid Bestuur) zijn vrijgegeven. Het merendeel van de gebruikte citaten komt van de Nederlandse interdepartementale handelsraad – de raad die weer de Europese handelsraad informeert over de Nederlandse standpunten tijdens de CETA-onderhandelingen. Wie de meer dan duizend pagina’s tellende documenten wil nalezen, kan deze terugvinden op de website van de Rijskoverheid.

 
Download: 
Feiten en Fabels over CETA(pdf, 1.91 MB)
Average time to read: 
20 minutes